Begrippenlijst hoofdstuk 1; Politicologie
Centrale begrippen De te definiëren die relevant zijn voor het bestuderen van politiek.
Van de politicologie
Collectieve- Het probleem waarbij op eigenbelang gerichte keuzen van individuen leiden
actieproblemen tot een collectief resultaat dat in strijd is met eigenbelang.
Diachrone methode Methode in de vergelijkende politicologie waarbij verschijnselen door de
de tijd heen worden bestudeerd.
Empirische politicologie Wetenschappelijke benadering van de politicologie die gekenmerkt wordt
door het toetsen van theorieën aan feitelijke gegevens.
Empirische cyclus Het proces in empirisch onderzoek waarbij de theorie wordt bijgesteld
op grond van het empirisch toetsen ervan.
Free- riders Mensen die een publiek goed consumeren zonder eraan bij te dragen
Niet- uitsluitbaarheid Niemand kan van de consumptie van het goed worden uitgesloten
van publieke goederen als het eenmaal tot stand is gebracht.
Normatieve politicologie Wetenschappelijke benadering van de politicologie die gekenmerkt wordt
door het vraagstuk van de gewenste politieke orde.
Object van de politicologie De politiek
Ondeelbaarheid van De hoeveelheid van het goed vermindert niet als iemand het consumeert.
Publieke goederen
Percepties Subjectieve beelden van de werkelijkheid ( niet de feitelijke werkelijkheid,
maar de werkelijkheid zoals die ervaren wordt).
Politiek Een situatie waarbij de overheid betrokken is of zou moeten zijn
( Van Deth en Vis).
Politiek probleem Een als ongewenst en veranderbaar beschouwde situatie, waarbij de overheid
betrokken is of zou moeten zijn.
Probleem Een situatie die als ongewenst en veranderbaar wordt beschouwd.
Procedurele Rechtvaardigheidsconcept waarin verondersteld wordt dat een
rechtvaardigheid rechtvaardige procedure per definitie tot een rechtvaardige verdeling
leidt.
Publieke goederen Goederen ( ook wel collectieve goederen genoemd ) dus gekenmerkt
worden door ondeelbaarheid en niet-uitsluitbaarheid.
Rechtvaardigheids- De principes van rechtvaardigheid waarvoor mensen volgens Rawls in zijn
Principes van Rawls gedachte-experiment zouden kiezen, namelijk het garanderen van
Individuele rechten en het optimaliseren van de positie van de armsten in
de samenleving.
Rechtvaardigheids- Een theorie waarin mensen door middel van een gedachte experiment
Theorie van Rawls kiezen voor een bepaalde rechtvaardige verdeling.
Synchrone methode Methode in de vergelijkende politicologie, waarin verschijnselen gelijktijdig,
maar op verschillende plaatsen worden bestudeerd.
Theoretische Wetenschappelijke benadering van de politicologie die gekenmerkt wordt
politicologie door zuivere theorieën van politieke verschijnselen.
Trais politica Zuivere theorie van machtenscheidingen van Montesquieu, waarin de
wetgevende functie van de staat opgedragen wordt aan de
volksvertegenwoordiging, de uitvoerende functie aan de regering en de
rechtsprekende functie aan onafhankelijke rechters.
Trickle-downeffect Economische theorie waarin verondersteld wordt een ongelijke inkomensverdeling
als economische prikkel werkt, waardoor de totale welvaart toeneemt.
Verdelingsvraagstuk De vraag op welke manier waarden verdeeld moeten worden.
Vergelijkende Wetenschappelijke benadering van de politicologie die gekenmerkt wordt
politicologie door het analyseren van politieke verschijnselen door vergelijkingen naar
tijd en/of plaats.
Waarden Alles wat mensen belangrijk vinden, zowel materieel ( zoals inkomen ) als
immaterieel ( zoals vrijheid ).
Wetenschappelijke Een specifieke invalshoek voor het bestuderen van verschijnselen.
benadering
Wetenschappelijke De theoretische, empirische, normatieve en vergelijkende benaderingen
benaderingen van de van de politicologie.
politicologie
Wetenschappelijke strategie Een manier om de beoogde kennis te verwerven.
Zuivere theorie Theorie waarin verschijnselen vereenvoudigd, geabstraheerd en gegeneraliseerd
worden.
Centrale begrippen De te definiëren die relevant zijn voor het bestuderen van politiek.
Van de politicologie
Collectieve- Het probleem waarbij op eigenbelang gerichte keuzen van individuen leiden
actieproblemen tot een collectief resultaat dat in strijd is met eigenbelang.
Diachrone methode Methode in de vergelijkende politicologie waarbij verschijnselen door de
de tijd heen worden bestudeerd.
Empirische politicologie Wetenschappelijke benadering van de politicologie die gekenmerkt wordt
door het toetsen van theorieën aan feitelijke gegevens.
Empirische cyclus Het proces in empirisch onderzoek waarbij de theorie wordt bijgesteld
op grond van het empirisch toetsen ervan.
Free- riders Mensen die een publiek goed consumeren zonder eraan bij te dragen
Niet- uitsluitbaarheid Niemand kan van de consumptie van het goed worden uitgesloten
van publieke goederen als het eenmaal tot stand is gebracht.
Normatieve politicologie Wetenschappelijke benadering van de politicologie die gekenmerkt wordt
door het vraagstuk van de gewenste politieke orde.
Object van de politicologie De politiek
Ondeelbaarheid van De hoeveelheid van het goed vermindert niet als iemand het consumeert.
Publieke goederen
Percepties Subjectieve beelden van de werkelijkheid ( niet de feitelijke werkelijkheid,
maar de werkelijkheid zoals die ervaren wordt).
Politiek Een situatie waarbij de overheid betrokken is of zou moeten zijn
( Van Deth en Vis).
Politiek probleem Een als ongewenst en veranderbaar beschouwde situatie, waarbij de overheid
betrokken is of zou moeten zijn.
Probleem Een situatie die als ongewenst en veranderbaar wordt beschouwd.
Procedurele Rechtvaardigheidsconcept waarin verondersteld wordt dat een
rechtvaardigheid rechtvaardige procedure per definitie tot een rechtvaardige verdeling
leidt.
Publieke goederen Goederen ( ook wel collectieve goederen genoemd ) dus gekenmerkt
worden door ondeelbaarheid en niet-uitsluitbaarheid.
Rechtvaardigheids- De principes van rechtvaardigheid waarvoor mensen volgens Rawls in zijn
Principes van Rawls gedachte-experiment zouden kiezen, namelijk het garanderen van
Individuele rechten en het optimaliseren van de positie van de armsten in
de samenleving.
Rechtvaardigheids- Een theorie waarin mensen door middel van een gedachte experiment
Theorie van Rawls kiezen voor een bepaalde rechtvaardige verdeling.
Synchrone methode Methode in de vergelijkende politicologie, waarin verschijnselen gelijktijdig,
maar op verschillende plaatsen worden bestudeerd.
Theoretische Wetenschappelijke benadering van de politicologie die gekenmerkt wordt
politicologie door zuivere theorieën van politieke verschijnselen.
Trais politica Zuivere theorie van machtenscheidingen van Montesquieu, waarin de
wetgevende functie van de staat opgedragen wordt aan de
volksvertegenwoordiging, de uitvoerende functie aan de regering en de
rechtsprekende functie aan onafhankelijke rechters.
Trickle-downeffect Economische theorie waarin verondersteld wordt een ongelijke inkomensverdeling
als economische prikkel werkt, waardoor de totale welvaart toeneemt.
Verdelingsvraagstuk De vraag op welke manier waarden verdeeld moeten worden.
Vergelijkende Wetenschappelijke benadering van de politicologie die gekenmerkt wordt
politicologie door het analyseren van politieke verschijnselen door vergelijkingen naar
tijd en/of plaats.
Waarden Alles wat mensen belangrijk vinden, zowel materieel ( zoals inkomen ) als
immaterieel ( zoals vrijheid ).
Wetenschappelijke Een specifieke invalshoek voor het bestuderen van verschijnselen.
benadering
Wetenschappelijke De theoretische, empirische, normatieve en vergelijkende benaderingen
benaderingen van de van de politicologie.
politicologie
Wetenschappelijke strategie Een manier om de beoogde kennis te verwerven.
Zuivere theorie Theorie waarin verschijnselen vereenvoudigd, geabstraheerd en gegeneraliseerd
worden.