Begrippenlijst hoofdstuk 5; Politicologie
Cohort-effect De politieke oriëntaties van een bepaalde generatie veranderen nauwelijks als de
generatie ouder wordt.
Confessionalisme - Als ideologie: een verzameling ideologieën waarin christelijke waarden en een
organische maatschappijvisie centraal staan.
- Als opvatting: de opvatting dat het geloof zowel in het persoonlijk leven als in de
samenleving vooropgesteld moet worden.
Conservatief Rechts (inhoudelijke betekenis) en behoudend (relatieve betekenis).
Ecologisme Verzameling ideologieën die de wederzijdse afhankelijkheid van de mens en zijn
omgeving benadrukken.
Einde van de geschiedenis De stelling van Fukuyama dat (niet de politieke gebeurtenissen, maar) de
ideeëngeschiedenis beëindigd is in het voordeel van de liberale principes van
democratie en vrije markt.
Einde van de ideologieën Stelling van Fukuyama dat (niet politieke, maar) de grote ideologische tegenstellingen
verdwenen zijn in het voordeel van de liberale principes van de democratie en vrije
markt.
Fascisme Verzameling ideologieën waarin de totalitaire staat, verwerping van de democratie en
verheerlijking van geweld centraal staan.
Feminisme Verzameling ideologieën gericht op verzet tegen ongerechtvaardigde sekseverschillen
in de samenleving.
Gender De sociale rollen die mannen en vrouwen worden toegedacht. (Gender: spreek uit als
‘djender’.)
Ideologie Een samenhangend geheel van voorstellingen en beginselen waarmee een persoon of
groepering zijn positie en zijn beleid bepaalt en rechtvaardigt (Kuypers).
Levenscycluseffect De politieke oriëntaties van mensen veranderen naarmate zij ouder worden.
Liberalisme Verzameling ideologieën waarin individuele rechten en individuele (ook economische)
vrijheid centraal staan.
Links Vrijheid is niet-economisch opzicht, beperking van economische vrijheid.
Materialisme Verzamelnaam van opvattingen waarin veiligheid en welvaart worden benadrukt.
Ontologie Een bepaalde visie op de loop van geschiedenis en de positie van de mens daarin.
Periode-effect Politieke oriëntaties veranderen in een bepaalde periode door een gebeurtenis
Politieke cultuur De voor een land kenmerkende verdeling van patronen van waardeoriëntaties op
politieke objecten (Almond en Verba).
Politieke opvattingen Opvattingen over situaties waarbij de overheid betrokken is of zou moeten zijn.
Politieke socialisatie Het proces waarin mensen politieke oriëntaties verwerven.
Politieke stroming Een geheel van wensen en opvattingen die mensen hebben over de manier waarop ze
hun toekomst gezamenlijk vorm willen geven (Lucardie).
Postmaterialisme Verzamelnaam van opvattingen waarin democratisering en zelfontplooiing centraal
staan.
Progressief Links (inhoudelijke betekenis) en veranderingsgezind (relatieve betekenis)
Cohort-effect De politieke oriëntaties van een bepaalde generatie veranderen nauwelijks als de
generatie ouder wordt.
Confessionalisme - Als ideologie: een verzameling ideologieën waarin christelijke waarden en een
organische maatschappijvisie centraal staan.
- Als opvatting: de opvatting dat het geloof zowel in het persoonlijk leven als in de
samenleving vooropgesteld moet worden.
Conservatief Rechts (inhoudelijke betekenis) en behoudend (relatieve betekenis).
Ecologisme Verzameling ideologieën die de wederzijdse afhankelijkheid van de mens en zijn
omgeving benadrukken.
Einde van de geschiedenis De stelling van Fukuyama dat (niet de politieke gebeurtenissen, maar) de
ideeëngeschiedenis beëindigd is in het voordeel van de liberale principes van
democratie en vrije markt.
Einde van de ideologieën Stelling van Fukuyama dat (niet politieke, maar) de grote ideologische tegenstellingen
verdwenen zijn in het voordeel van de liberale principes van de democratie en vrije
markt.
Fascisme Verzameling ideologieën waarin de totalitaire staat, verwerping van de democratie en
verheerlijking van geweld centraal staan.
Feminisme Verzameling ideologieën gericht op verzet tegen ongerechtvaardigde sekseverschillen
in de samenleving.
Gender De sociale rollen die mannen en vrouwen worden toegedacht. (Gender: spreek uit als
‘djender’.)
Ideologie Een samenhangend geheel van voorstellingen en beginselen waarmee een persoon of
groepering zijn positie en zijn beleid bepaalt en rechtvaardigt (Kuypers).
Levenscycluseffect De politieke oriëntaties van mensen veranderen naarmate zij ouder worden.
Liberalisme Verzameling ideologieën waarin individuele rechten en individuele (ook economische)
vrijheid centraal staan.
Links Vrijheid is niet-economisch opzicht, beperking van economische vrijheid.
Materialisme Verzamelnaam van opvattingen waarin veiligheid en welvaart worden benadrukt.
Ontologie Een bepaalde visie op de loop van geschiedenis en de positie van de mens daarin.
Periode-effect Politieke oriëntaties veranderen in een bepaalde periode door een gebeurtenis
Politieke cultuur De voor een land kenmerkende verdeling van patronen van waardeoriëntaties op
politieke objecten (Almond en Verba).
Politieke opvattingen Opvattingen over situaties waarbij de overheid betrokken is of zou moeten zijn.
Politieke socialisatie Het proces waarin mensen politieke oriëntaties verwerven.
Politieke stroming Een geheel van wensen en opvattingen die mensen hebben over de manier waarop ze
hun toekomst gezamenlijk vorm willen geven (Lucardie).
Postmaterialisme Verzamelnaam van opvattingen waarin democratisering en zelfontplooiing centraal
staan.
Progressief Links (inhoudelijke betekenis) en veranderingsgezind (relatieve betekenis)