College 1
Anatomie is de leer van de structuur en fysiologie is de leer van de functie van die
structuur, functie en structuur zijn wederkerig aan elkaar verbonden. De anatomie
van een cel:
Extracellulaire vloeistof
o Tussen cellen interstitiële vloeistof
o In bloed intravasculaire vloeistof
Plasmamembraan
Cytoplasma
Kern
Via het celmembraan kan transport plaatsvinden dit kan passief of actief gebeuren.
Bij passief transport kunnen ionen of moleculen door de plasmamembraan
getransporteerd worden zonder dat dit energie kost, actief transport kost de cel wel
energie (meestal in de vorm van ATP). Voorbeelden van passief transport:
Diffusie: (netto)verplaatsing van moleculen met een hoge concentratie naar
een gebied met een lage concentratie
Osmose: de diffusie van water
Cellen zijn de bouwstenen van het menselijk lichaam, dit gaat van één cel bij de
bevruchting naar 75 triljoen cellen in het lichaam van een volwassen mens. Deze
vermeerdering vindt plaats d.m.v. celdeling, bij een succesvolle celdeling is:
Het erfelijk materiaal in de kern nauwkeurig gedupliceerd
Elk van beide dochtercellen moet een volledige kopie van dit materiaal
ontvangen(=mitose)
Als fysiotherapeut zie je celdeling bij de volgende weefselsoorten:
Dekweefsel
o Bedekkingen van uitwendig oppervlak, Bijvoorbeeld de darmwand
Bindweefsel
o Opvullen inwendige ruimten, structurele ondersteuning, energieopslag
Spierweefsel
Zenuwweefsel
Bindweefsel:
Functies:
o Stevigheid en bescherming
o Transport van stoffen
o Opslag van energiereserves
o Verdediging van het lichaam
Bestaat uit:
Gespecialiseerde cellen
Eiwitvezels
Vloeistof (grondsubstantie)