WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN SYSTEEM 1 TEN OPZICHTE VAN SYSTEEM 2
Systeem 1
- automatisch en snel
- Onbewust
- Instinctieve emotionele mens
- Kost geen moeite
- Intuïtie
Systeem 2
- Langzaam
- Bewust
- Rationele calculerende mens
- Kost moeite
- Ratio
WAT IS HET HALO EFFECT:
De neiging om alle karaktertrekken en kenmerken van een persoon of organisatie te waarderen of
juist te verafschuwen, ook de aspecten die je zelf nog niet hebt ervaren.
WAT IS EEN FRAMING EFFECT:
Mensen laten zich bij hun keuzes leiden door hoe een vraagstuk gepresenteerd wordt.
WAT IS LOSS AVERSION:
Mensen hebben een hekel aan verlies, en daarom minder snel investeren in het onbekende (gaan
het risico van het innovatieve product minder graag aan). De negatieve emotie die gepaard gaat
met het verlies, weegt zwaarder dan de positieve emotie die gepaard gaat met winst. Mis niks.
WAT IS HET ANCHORING EFFECT:
Referentie e ect, we baseren een beslissing op een referentiepunt (anker).
WAT IS POSTRATIONALISATIE:
Van deze biases zijn we ons niet bewust wat lijdt tot een postrationalisatie van ons gedrag (het
achteraf rationaliseren van een beslissing).
WAT IS HET DECOY EFFECT:
Het toevoegen van een onaantrekkelijke optie als a eiding.
WAT IS HET HOBSON+1 EFFECT:
Toevoegen van extra call to action zorgt voor meer klik, belangrijke call to action. Brein wordt
uitgeput, waardoor je rationele brein maakt beslissingen op rationale manier (rode hamer).
Knoppen om een site te liken op facebook of twitter, knoppen om iets in je verlanglijstje te zetten.
VERSCHILLENDE MEETTECHNIEKEN, WAT ZIJN DE VERSCHILLEN, HOE ZIT HET MET RESOLUTIE
EN BETROUWBAARHEID, WAAR LEEN DE TECHNIEK ZICH VOOR?
KEN SYSTEEM 1 & 2 METAFOOR EN DE STUDIES DIE HIERMEE SAMENHANGEN
Systeem 1: quick and dirty.
VERSCHILLENDE VORMEN VAN VALIDITEIT:
OM WELKE VORM VAN VALIDITEIT GAAT HET HIER
- Externe validiteit: mate van generaliseerbaarheid.
- Interne validiteit: mate waarin onderzoek vrij is van systematische fouten.
- Construct- of begripsvaliditeit: komt het doel van de test overeen met wat de test
daadwerkelijk meet?
- Lastig om de psychologische constructen die ten grondslag liggen aan de
onderzoeksresultaten exact vast te stellen.
- Illusion of explanatory depth.
- shing.
- Derde variabele is mogelijk van invloed op de onderzoeksresultaten.
- Inhoudsvaliditeit: meet de test alle facetten van het inhoudelijke domein wat je wilt meten?
- Lastig om alle facetten van het psychologisch construct in kaart te brengen.
fi
ff fl
Systeem 1
- automatisch en snel
- Onbewust
- Instinctieve emotionele mens
- Kost geen moeite
- Intuïtie
Systeem 2
- Langzaam
- Bewust
- Rationele calculerende mens
- Kost moeite
- Ratio
WAT IS HET HALO EFFECT:
De neiging om alle karaktertrekken en kenmerken van een persoon of organisatie te waarderen of
juist te verafschuwen, ook de aspecten die je zelf nog niet hebt ervaren.
WAT IS EEN FRAMING EFFECT:
Mensen laten zich bij hun keuzes leiden door hoe een vraagstuk gepresenteerd wordt.
WAT IS LOSS AVERSION:
Mensen hebben een hekel aan verlies, en daarom minder snel investeren in het onbekende (gaan
het risico van het innovatieve product minder graag aan). De negatieve emotie die gepaard gaat
met het verlies, weegt zwaarder dan de positieve emotie die gepaard gaat met winst. Mis niks.
WAT IS HET ANCHORING EFFECT:
Referentie e ect, we baseren een beslissing op een referentiepunt (anker).
WAT IS POSTRATIONALISATIE:
Van deze biases zijn we ons niet bewust wat lijdt tot een postrationalisatie van ons gedrag (het
achteraf rationaliseren van een beslissing).
WAT IS HET DECOY EFFECT:
Het toevoegen van een onaantrekkelijke optie als a eiding.
WAT IS HET HOBSON+1 EFFECT:
Toevoegen van extra call to action zorgt voor meer klik, belangrijke call to action. Brein wordt
uitgeput, waardoor je rationele brein maakt beslissingen op rationale manier (rode hamer).
Knoppen om een site te liken op facebook of twitter, knoppen om iets in je verlanglijstje te zetten.
VERSCHILLENDE MEETTECHNIEKEN, WAT ZIJN DE VERSCHILLEN, HOE ZIT HET MET RESOLUTIE
EN BETROUWBAARHEID, WAAR LEEN DE TECHNIEK ZICH VOOR?
KEN SYSTEEM 1 & 2 METAFOOR EN DE STUDIES DIE HIERMEE SAMENHANGEN
Systeem 1: quick and dirty.
VERSCHILLENDE VORMEN VAN VALIDITEIT:
OM WELKE VORM VAN VALIDITEIT GAAT HET HIER
- Externe validiteit: mate van generaliseerbaarheid.
- Interne validiteit: mate waarin onderzoek vrij is van systematische fouten.
- Construct- of begripsvaliditeit: komt het doel van de test overeen met wat de test
daadwerkelijk meet?
- Lastig om de psychologische constructen die ten grondslag liggen aan de
onderzoeksresultaten exact vast te stellen.
- Illusion of explanatory depth.
- shing.
- Derde variabele is mogelijk van invloed op de onderzoeksresultaten.
- Inhoudsvaliditeit: meet de test alle facetten van het inhoudelijke domein wat je wilt meten?
- Lastig om alle facetten van het psychologisch construct in kaart te brengen.
fi
ff fl