Hoofdstuk 1: Introducing cognitive neuroscience
Cognition = een variëteit van hogere mentale processen, zoals denken, waarnemen,
voorstellen, spreken, uiten en plannen.
Cognitieve neurowetenschap is een discipline die een brug vormt tussen cognitieve
wetenschap & cognitieve psychologie en biologie & neurowetenschap. Het is sinds een
relatief korte periode mogelijk om op een veilige manier het menselijke brein te
onderzoeken in het laboratorium.
Cognitieve neurowetenschap = het verklaart cognitieve processen in termen van op
hersenen-gebaseerde mechanismen.
§1.1 Cognitive neuroscience in historical perspective
1.1.1. Philosophical approaches to mind and brain
Mind-body problem = Hoe kan het dat een fysieke substantie (de hersenen) kan leiden
tot onze gevoelens, gedachtes en emoties (onze mind: verstand/geest)? De hersenen zijn
de sleutel van het lichaam voor cognitie. Er zijn twee stromingen binnen dit probleem:
- Dualisme (Descartes) = de mind en hersenen zijn gemaakt van twee
verschillende substanties, maar hebben wel interactie. Volgens Descartes is de
mind niet fysiek en onsterfelijk, en het lichaam is fysiek en wel sterfelijk. Ze
hebben interactie door de pijnappelklier (in het midden van de hersenen) en
wordt gezien als onderdeel van het endocriene systeem (= een langzaam
werkend regelsysteem van klieren). Stimulation of the sense organs would cause
vibrations int he body/brain that would be picked up in the pineal gland, and this
would create a non-physical sense of awareness.
- Dual-aspect theory (Spinoza) = de mind en hersenen zijn niveaus van hetzelfde
ding. Het zijn niet twee verschillende dingen.
- Reductionisme (Churchland) = ondanks dat cognitive mind-based concepts
(emoties, herinneringen, aandacht) voor nu bruikbaar/nuttig zijn voor
wetenschappelijk onderzoek, zullen ze uiteindelijk worden vervangen door pure
biologische constructen (patterns of neuronal firings, neurotransmitter release).
Psychologie wordt uiteindelijk verminderd tot biologie wanneer we steeds meer
en meer te weten komen over de hersenen.
In de zeventiende eeuw geloofden onderzoekers dat brandbaar materiaal een
stof bevatte, genaamd phlogiston, dat ontstond/werd vrijgelaten wanneer het
brandde. Net zoals dat vuur, water, aarde en lucht een eenheid vormden.
Uiteindelijk werd deze gedachte vervangen doordat werd begrepen hoe
chemische elementen combineren met zuurstof. Reductionists believe that mind-
based concepts, and conscious experiences in particular, will have the same
status as phlogiston in a future theory of the brain. Those who favor dual-aspect
theory over reductionism point out that an emotion will still feel like an emotion
even if we were to fully understand its neural basis and, as such, the usefulness of
cognitive, mind-based concepts will never be fully replaced.
1.1.2. Scientific approaches to mind and brain
Aristotles dacht dat de verhouding van hersengrootte en lichaamsgrootte was het
grootste in de meer intellectueel geavanceerde soorten, zoals mensen. Hij maakte alleen
de fout te zeggen dat cognitie meer een product van het hart was en dan van de
hersenen. Hij geloofde dat de hersenen werkten als een koelsysteem: hoe groter het
1