Organisatie van de psychiatrie
Leerdoel: De student kan een beschrijving geven van de verschillende organisaties die werkzaam zijn in de GGZ-
sector.
GGZ in 3 onderdelen:
- Huisartsenzorg met ggz-ondersteuning (HA + POH): de huisarts signaleert, behandelt of verwijst mensen
naar de generalistische basis ggz of gespecialiseerde ffz. De huisarts krijgt hierbij ondersteuning van de
praktijkondersteuner ggz (POH-ggz)
- Generalistische basis-ggz (GBGGZ): De eerstelijns ggz en een deel van de tweedelijns ggz vormen samen de
generalistische ggz. Hierin worden mensen met lichte tot matige, niet-complexe psychische problemen of
mensen met stabiele chronische problematiek behandeld.
- Gespecialiseerde ggz (GGGZ): gericht op patiënten met ernstige of complexe psychische problemen. GGZ
Nederland vindt het belangrijk dat patiënten snel, effectief en op de juiste plek worden behandeld.
Generalistisch als het kan, gespecialiseerd als het moet.
Door het ontwikkelen en versterken van de GBGGZ (generalistische basis ggz) kan een aanzienlijk deel van de
patiënten dat nu door de GGGZ wordt geholpen naar de GBGGZ verschuiven. Dit betekent dat de GBGGZ een
zwaardere populatie gaat behandelen dan nu het geval is in de eerstelijns psychologische zorg.
GGZ verwijsmodel in de huisartsenzorg voor patiënten met psychische problematiek:
De huisarts beoordeelt de hulpvraag en wanneer het psychische problematiek betreft, gaat de huisarts na in welk
echelon (POH-GGZ, GBGGZ of GGGZ) de patiënt het beste kan worden geholpen.
- Wanneer de huisarts wil verwijzen naar de GBGGZ of de GGGZ moet er sprak zijn van een vermoeden van
een DSM-benoemde stoornis
- Een vermoeden van een DSM-benoemde stoornis is een noodzakelijke voorwaarde voor verwijzing. Dat
wil zeggen dat niet iedere cliënt met een vermoeden van een DSM-benoemde stoornis wordt
doorverwezen. Een deel van de cliënten kan prima door de huisarts (+ POH GGZ) worden behandeld.
Wanneer een cliënt met een vermoeden van een DSM-benoemde stoornis wordt doorverwezen, zal de
behandelaar in de GBGGZ of de GGGZ vervolgens moeten aantonen dat er inderdaad sprake is van een DSM-
benoemde stoornis. Zo niet, dan is er geen aanspraak op zvw-verzekerde zorg (basispakket).
Verwijscriteria: vormen de aanzet voor een checklist voor de huisarts om te bepalen in welk echelon de hulpvraag
van de cliënt kan worden opgepakt.
- Vermoeden DSM-benoemde stoornis
o Er is een vermoeden van een DSM-benoemde stoornis
o Er is geen vermoeden van een DSM-benoemde stoornis, er is enkel sprake van klachten
- Ernst problematiek
o Subklinisch: er is wel sprake van klachten maar dit is onvoldoende om een diagnose te stellen.
Ondanks het ontbreken van een diagnose kunnen de impact van de klachten op het dagelijks
functioneren en de duur van de klachten reden zijn om gepaste hulp te bieden.