Oriëntatie op Geschiedenis - samenvatting
Hoofdstuk 2: §2.1 De Griekse polis
De aristocratie
Griekse wereld bestond aan het begin van de 8e eeuw
Voornamelijk uit stadstaten, ook wel polis genoemd.
Sparta, op het Pelonnesische Schiereiland, en Athene waren twee machtigste stadstaten
Kenmerken polis:
Bewoners streefden naar eigen autonomie -> wilden zichzelf besturen
Gevoel van saamhorigheid
Maar: geen vereniging van de stadstaten want ze zagen elkaar als bedreiging van de
eigen autonomie
Gevolg: Veel rivaliteit en onderlinge strijd
Enige wat de stadstaten met elkaar deelden waren:
Taal
Godsdienst
Bepaalde zeden & gewoontes
Olympische Spelen zijn een gevolg van dit, Grieken wilden een gestalte geven aan het
eenheidsgevoel.
Mannen dachten dat ze gelijk waren en de morele plicht hadden om de gemeenschap te
verdedigen. Mannelijke slaven waren de uitzondering hiervan.
Ook de aristoi, de elite, bemoeide zich met de polis.
Aristoi ook enige met wapenuitrusting en de verdediging rustte ook volledig o hun
schouders.
Aristoi kregen hun positie door hun familie en door het bekleden van prestigieuze
ambten en het winnen van de Olympische Spelen.
De machtspositie van de aristocratie begon te wankelen in de 7e eeuw.
Oorzaak: de bevolking vertrok om zich te vestigen aan de kusten van Zuid-Italië, Sicilië,
Noord-Afrika en Klein-Azië. Deze plekken waren niet overbevolkt.
Gevolg emigratie: Middellandse Zee werd een Griekse binnenzee wat een stimulans was
voor handel & specialisatie, Athene stopte met het verbouwen van graan en begon
olijven, wijn en versierd aardewerk te produceren. Vervolgens werd graan uit het Zwarte
Zeegebied gehaald.
Nieuwe bevolkingsklasse kwam tot stand uit de kooplieden, ondernemers en
ambachtslieden.
Behalve aristocratie konden nu ook normale burgers wapenuitrusting veroorloven.
Gevolg hiervan was dat de falanxformatie, nieuwe gevechtstechniek ontstond.
Handel nam steeds meer toe door nieuwe kostbare producten, de aristocratie ging steeds
meer met elkaar concurreren over wie het meest luxueuze had.
Competitie werd gedekt door slaven harder te laten werken en grondbezit uit te
breiden, ook al ging dit ten koste van kleine boeren.
6e eeuw v. Christus: machtsstrijd brak uit tussen de stadstaten
Eindigde pas eind 6e eeuw, een oligarchie (regering van weinigen), die bestond uit oude
aristocratische families en nieuwe rijke ondernemers had nu de leiding.
Hoofdstuk 2: §2.1 De Griekse polis
De aristocratie
Griekse wereld bestond aan het begin van de 8e eeuw
Voornamelijk uit stadstaten, ook wel polis genoemd.
Sparta, op het Pelonnesische Schiereiland, en Athene waren twee machtigste stadstaten
Kenmerken polis:
Bewoners streefden naar eigen autonomie -> wilden zichzelf besturen
Gevoel van saamhorigheid
Maar: geen vereniging van de stadstaten want ze zagen elkaar als bedreiging van de
eigen autonomie
Gevolg: Veel rivaliteit en onderlinge strijd
Enige wat de stadstaten met elkaar deelden waren:
Taal
Godsdienst
Bepaalde zeden & gewoontes
Olympische Spelen zijn een gevolg van dit, Grieken wilden een gestalte geven aan het
eenheidsgevoel.
Mannen dachten dat ze gelijk waren en de morele plicht hadden om de gemeenschap te
verdedigen. Mannelijke slaven waren de uitzondering hiervan.
Ook de aristoi, de elite, bemoeide zich met de polis.
Aristoi ook enige met wapenuitrusting en de verdediging rustte ook volledig o hun
schouders.
Aristoi kregen hun positie door hun familie en door het bekleden van prestigieuze
ambten en het winnen van de Olympische Spelen.
De machtspositie van de aristocratie begon te wankelen in de 7e eeuw.
Oorzaak: de bevolking vertrok om zich te vestigen aan de kusten van Zuid-Italië, Sicilië,
Noord-Afrika en Klein-Azië. Deze plekken waren niet overbevolkt.
Gevolg emigratie: Middellandse Zee werd een Griekse binnenzee wat een stimulans was
voor handel & specialisatie, Athene stopte met het verbouwen van graan en begon
olijven, wijn en versierd aardewerk te produceren. Vervolgens werd graan uit het Zwarte
Zeegebied gehaald.
Nieuwe bevolkingsklasse kwam tot stand uit de kooplieden, ondernemers en
ambachtslieden.
Behalve aristocratie konden nu ook normale burgers wapenuitrusting veroorloven.
Gevolg hiervan was dat de falanxformatie, nieuwe gevechtstechniek ontstond.
Handel nam steeds meer toe door nieuwe kostbare producten, de aristocratie ging steeds
meer met elkaar concurreren over wie het meest luxueuze had.
Competitie werd gedekt door slaven harder te laten werken en grondbezit uit te
breiden, ook al ging dit ten koste van kleine boeren.
6e eeuw v. Christus: machtsstrijd brak uit tussen de stadstaten
Eindigde pas eind 6e eeuw, een oligarchie (regering van weinigen), die bestond uit oude
aristocratische families en nieuwe rijke ondernemers had nu de leiding.