4.1 Hoe verklaart klassieke conditionering leren?
Leren is een blijvende verandering in gedrag of mentale processen als gevolg van een
bepaalde ervaring. Zonder leren zouden we volledig afhankelijk zijn van onze reflexen en de
aangeboren gedragingen (meestal instincten genoemd). Sommige vormen van leren zijn
redelijk eenvoudig. De simpelste manier is habituatie, waarbij het gaat om niet te reageren op
de herhaalde aanbieding van een stimulus. Hierdoor kun je je gemakkelijker concentreren op
belangrijke stimuli. Mere exposure-effect (blootstellingseffect) is de aangeleerde voorkeur
voor stimuli waaraan we al eerder zijn blootgesteld. Er zijn ook behoorlijk complexe vormen
van leren. Stimulus-responsleren zijn vormen van leren die we kunnen beschrijven in termen
van stimuli en responsen, zoals klassieke en operante conditionering. Klassieke
conditionering is een vorm van stimulus-responsleren waarbij een in eerste instantie neutrale
stimulus, het vermogen verwerft om dezelfde aangeboren reflex op te roepen, als een andere
stimulus die deze reflex oorspronkelijk oproept. Ivan Pavlov en zijn medewerkers zijn tijdens
hun onderzoek naar het spijsverteringssysteem (hondenonderzoek), bij toeval gestuit op een
objectief model van leren. Een model dat in het laboratorium gemanipuleerd kon worden en
waarmee ze de verbanden tussen stimuli en responsen konden blootleggen. Klassieke
conditionering vindt zowel bij dieren als bij mensen plaats, hierdoor leren we welke signalen
bv. gevaar aangeven. De neutrale stimulus (NS) is iedere stimulus die, voorafgaand aan de
verwervingsfase, geen geconditioneerde respons oproept. Klassieke conditionering begint
altijd met de ongeconditioneerde stimulus (UCS): is de stimulus die een ongeconditioneerde,
reflexieve respons oproept. De ongeconditioneerde respons (UCR) is de respons die,
voorafgaande aan de verwervingsfase, wordt opgeroepen door de ongeconditioneerde
stimulus. De verbinding tussen UCS en UCR zit ingebakken en is dus zonder leren tot stand
gekomen. De verwervingsfase is het eerste leerstadium, waarin de geconditioneerde stimulus
steeds vaker de geconditioneerde respons oproept. Contiguïteit is het samen, of vlak na elkaar,
aanbieden van de NS en de UCS. Na een aantal pogingen zal de neutrale stimulus in principe
dezelfde respons oproepen als de UCS. De geconditioneerde stimulus (CS) is een
oorspronkelijk neutrale stimulus die na een leerproces de geconditioneerde respons oproept.
De geconditioneerde respons (CR) is een respons die wordt opgeroepen door een
oorspronkelijk neutrale stimulus die, na een leerproces, wordt geassocieerd met de
ongeconditioneerde stimulus. Is dezelfde respons als UCS alleen wordt die nu CR genoemd.
Timing is essentieel bij conditionering, in de meeste gevallen moeten de CS en de UCS snel
na elkaar worden aangeboden, zodat het organisme het gewenste verband kan leggen. Echter
kunnen smaakaversies zich ontwikkelen bij intervallen van een aantal uren. Extinctie
(uitdoving) in de klassieke conditionering is de afname van een geconditioneerde associatie