Samenvatting APV2
Competenties:
Pedagogisch competent
- Daagt leerlingen uit om vragen te stellen
- Toont vertrouwen in de capaciteiten van de leerlingen
De meest effectieve werkvorm is individuele uitleg. De uitleg wordt dan aan slechts een leerling
gegeven. De joods onderwijs psycholoog Bloom 1984 omschrijft de onderwijskunde zelfs als een
zoektocht naar methods of group instructions de even effectief zijn als een op een onderwijs.
Er is ook onderzocht waarom een op een onderwijs het meest effectief is:
- Leerstof wordt op het juiste niveau aangeboden
- De leerling kan het nut van de leerstof ervaren.
- De leerling wordt individueel aanspreekbaar gemaakt
- De docent gaat bij zichzelf te rade om de leertaak in beeld te krijgen en de denkstappen na te
gaan die de leerling moet maken.
- Het leren en denken van de leerling is zichtbaar gemaakt voor de docent.
- Verkeerde voorkennis wordt tijdig ontdekt.
Bij te ingewikkelde leerstof zal de leerling verdrinken in de complexiteit van de aangeboden leerstof.
Bij leerstof van een voor de leerling te laag niveau wordt de leerling niet uitgedaagd en verliest hij
zijn motivatie. Bij klassikaal lesgeven kan de docent en aantal gericht vragen stellen die de leerlingen
aanzet om zelf na te denken over het nut van de leerstof. Pas op het moment dat de leerling
uitspreekt wat hij met de leerstof kan, heeft hij zelf een goede koppeling naar het zijn eigen
dagelijkse praktijk gemaakt.
Een docent gestuurde les houdt in dat je instructie geeft. Instructie geven kan op vele manieren. Een
solide manier van instructie geven is de zo genoemde directe instructie, waarbij je als docent zelf een
grote invloed hebt op de uitvoering. Veel docenten ervaren dat als prettig. Voor de beginnende
docent geeft dit model bovendien het nodige houvast.
Directie instructie kan in het kort omschreven worden als presenteren, oefenen, toepassen. In de
uitwerking daarvan onderscheiden we zeven fasen.
1. De aandacht van de leerlingen, richten op de lesdoelen en aansluiten bij hun voorkennis.
2. Informatie geven en waar nodig toelichten of voordoen.
3. Controleren of de belangrijkste begrippen of vaardigheden zijn overgekomen
4. Instructie geven zodat de leerlingen aan de slag kunnen.
5. Onder begeleiding oefenen.
6. Zelfstandig oefenen.
7. Samen met de leerlingen de kernbegrippen van de nieuwe leerstof doornemen.
Competenties:
Pedagogisch competent
- Daagt leerlingen uit om vragen te stellen
- Toont vertrouwen in de capaciteiten van de leerlingen
De meest effectieve werkvorm is individuele uitleg. De uitleg wordt dan aan slechts een leerling
gegeven. De joods onderwijs psycholoog Bloom 1984 omschrijft de onderwijskunde zelfs als een
zoektocht naar methods of group instructions de even effectief zijn als een op een onderwijs.
Er is ook onderzocht waarom een op een onderwijs het meest effectief is:
- Leerstof wordt op het juiste niveau aangeboden
- De leerling kan het nut van de leerstof ervaren.
- De leerling wordt individueel aanspreekbaar gemaakt
- De docent gaat bij zichzelf te rade om de leertaak in beeld te krijgen en de denkstappen na te
gaan die de leerling moet maken.
- Het leren en denken van de leerling is zichtbaar gemaakt voor de docent.
- Verkeerde voorkennis wordt tijdig ontdekt.
Bij te ingewikkelde leerstof zal de leerling verdrinken in de complexiteit van de aangeboden leerstof.
Bij leerstof van een voor de leerling te laag niveau wordt de leerling niet uitgedaagd en verliest hij
zijn motivatie. Bij klassikaal lesgeven kan de docent en aantal gericht vragen stellen die de leerlingen
aanzet om zelf na te denken over het nut van de leerstof. Pas op het moment dat de leerling
uitspreekt wat hij met de leerstof kan, heeft hij zelf een goede koppeling naar het zijn eigen
dagelijkse praktijk gemaakt.
Een docent gestuurde les houdt in dat je instructie geeft. Instructie geven kan op vele manieren. Een
solide manier van instructie geven is de zo genoemde directe instructie, waarbij je als docent zelf een
grote invloed hebt op de uitvoering. Veel docenten ervaren dat als prettig. Voor de beginnende
docent geeft dit model bovendien het nodige houvast.
Directie instructie kan in het kort omschreven worden als presenteren, oefenen, toepassen. In de
uitwerking daarvan onderscheiden we zeven fasen.
1. De aandacht van de leerlingen, richten op de lesdoelen en aansluiten bij hun voorkennis.
2. Informatie geven en waar nodig toelichten of voordoen.
3. Controleren of de belangrijkste begrippen of vaardigheden zijn overgekomen
4. Instructie geven zodat de leerlingen aan de slag kunnen.
5. Onder begeleiding oefenen.
6. Zelfstandig oefenen.
7. Samen met de leerlingen de kernbegrippen van de nieuwe leerstof doornemen.