Laat maar zien
hoofdstuk 1: Beeldend en vormgeven
1.1 van toen naar straks.
Herinneringen en ervaringen van je vroegere school bepalen de manier waarop je nu tegen beeldend
onderwijs aankijkt. Het is lastig een nieuwe houding aan te neen. Het doel van museumlessen is om
kinderen op een andere manier te laten kijken.
1.2 opgroeien in een wereld van beelden.
Kijken naar de omgeving waarin kinderen opgroeien, maakt veel duidelijk over de manier waarop ze
met beelden omgaan en wat beelden voor ze kunne betekenen. Ze hebben een omgeving nodig
waarin ze actief op zoek kunnen gaan. Het gaat meestal om kleur, vorm of iets wat lekker aanvoelt.
Ze geven vormen een betekenis mee.
Kinderen leren spelenderwijs beelden gebruiken. Ze gaan zelf beelden produceren en vormen naar
hun hand zetten.
1.3 de functie van beelden.
Met beelden kun je informatie doorgeven:
Gebruiksgemak gericht op functionaliteit.
Veraanschouwelijk/ordenend duidelijkheid verschaffen.
Narratief vertellende functie.
Illustratief gelijktijdig bij de tekst.
Verbeeldend fantaseren.
Decoratief versiering.
Esthetisch schoonheidsoverweging.
Expressief gevoelens/ideeën uitdrukken.
1.4 componenten van vormgeven.
Beelden maken noemen we beelden vormgeven. Ze ontstaan in een
wisselwerking tussen kijken, maken en gebruiken. Vormgeven is
betekenis geven aan iets. Vormgeven is een zoekproces met materiaal
dat door de veranderde vorm betekenis krijgt.
1.5 beeld en betekenis
Soms is de functie van iets zo duidelijk dat de betekenis ermee samenvalt. Betekenissen die we
toekennen aan beelden veranderen voortdurend. Als de gelijkenis met de werkelijkheid wordt
losgelaten, wordt er gesproken van non-figuratief werk. ‘concreet’ wordt een beeld genoemd als het
vooral is wat het is.
1.6 beeld en vorm
Vormgeven is een dynamische activiteit. Je kunt naar eigen inzicht veranderen, variëren en
manipuleren. Er zijn verschillende beeldaspecten: vorm, ruimte, kleur en lichtval, textuur en
compositie. Dit zijn zichtbare kenmerken die aan beelden te onderscheiden zijn. Leren vormgeven
betekent ‘oog krijgen voor mogelijkheden in het hanteren van beeldaspecten.’
1.7 beeld en materiaal
Materie en vormgeving zijn nauw aan elkaar verbonden. Materie roept een beeld op. Elk materiaal
heeft zijn eigen karakteristieke kenmerken. Het biedt de vormgever mogelijkheden. Het verschil
tussen materialen is de mate waarin ze uit zichzelf vorm hebben of niet. Elk materiaal reageert
hoofdstuk 1: Beeldend en vormgeven
1.1 van toen naar straks.
Herinneringen en ervaringen van je vroegere school bepalen de manier waarop je nu tegen beeldend
onderwijs aankijkt. Het is lastig een nieuwe houding aan te neen. Het doel van museumlessen is om
kinderen op een andere manier te laten kijken.
1.2 opgroeien in een wereld van beelden.
Kijken naar de omgeving waarin kinderen opgroeien, maakt veel duidelijk over de manier waarop ze
met beelden omgaan en wat beelden voor ze kunne betekenen. Ze hebben een omgeving nodig
waarin ze actief op zoek kunnen gaan. Het gaat meestal om kleur, vorm of iets wat lekker aanvoelt.
Ze geven vormen een betekenis mee.
Kinderen leren spelenderwijs beelden gebruiken. Ze gaan zelf beelden produceren en vormen naar
hun hand zetten.
1.3 de functie van beelden.
Met beelden kun je informatie doorgeven:
Gebruiksgemak gericht op functionaliteit.
Veraanschouwelijk/ordenend duidelijkheid verschaffen.
Narratief vertellende functie.
Illustratief gelijktijdig bij de tekst.
Verbeeldend fantaseren.
Decoratief versiering.
Esthetisch schoonheidsoverweging.
Expressief gevoelens/ideeën uitdrukken.
1.4 componenten van vormgeven.
Beelden maken noemen we beelden vormgeven. Ze ontstaan in een
wisselwerking tussen kijken, maken en gebruiken. Vormgeven is
betekenis geven aan iets. Vormgeven is een zoekproces met materiaal
dat door de veranderde vorm betekenis krijgt.
1.5 beeld en betekenis
Soms is de functie van iets zo duidelijk dat de betekenis ermee samenvalt. Betekenissen die we
toekennen aan beelden veranderen voortdurend. Als de gelijkenis met de werkelijkheid wordt
losgelaten, wordt er gesproken van non-figuratief werk. ‘concreet’ wordt een beeld genoemd als het
vooral is wat het is.
1.6 beeld en vorm
Vormgeven is een dynamische activiteit. Je kunt naar eigen inzicht veranderen, variëren en
manipuleren. Er zijn verschillende beeldaspecten: vorm, ruimte, kleur en lichtval, textuur en
compositie. Dit zijn zichtbare kenmerken die aan beelden te onderscheiden zijn. Leren vormgeven
betekent ‘oog krijgen voor mogelijkheden in het hanteren van beeldaspecten.’
1.7 beeld en materiaal
Materie en vormgeving zijn nauw aan elkaar verbonden. Materie roept een beeld op. Elk materiaal
heeft zijn eigen karakteristieke kenmerken. Het biedt de vormgever mogelijkheden. Het verschil
tussen materialen is de mate waarin ze uit zichzelf vorm hebben of niet. Elk materiaal reageert