Psycholinguïstiek 2A
Hoorcollege 1
Question-asking
Fragment van Jill de Villiers over een jongetje dat in een boom klom en zich daarbij bezeerde. Aan
kinderen werd gevraagd:
- When did the boy say he hurt himself? De kinderen antwoorden: that night of in the
afternoon.
- When did the boy say how he hurt himself? De kinderen antwoorden vooral that night en
niet echt meer in the afternoon.
Door het vraagwoord ‘how’ wordt er gezorgd voor een barrier waardoor het ene
antwoordmogelijkheid niet meer mogelijk is.
Ander voorbeeld: The girl said at night that she ripped her dress in the afternoon.
Op welk deel het vraagwoord betrekking heeft,
verschilt in beide zinnen. When kan in de tweede zin
niet op de plek staan waar how staat. Daarom is de
tweede antwoordmogelijkheid niet mogelijk. Het
middelste vraagwoord (medial Wh) blokkeert de long
distance movement. In de eerste zin zie je dus wel
long distance movement, maar in de tweede zin is er
short distance movement. ‘how’ gedraagt zich als een
soort eiland. Je kunt ook zeggen dat elke ingebedde
zin een eiland is.
Maar er is een klein probleem met de data. Bij de eerste zin is het ongeveer de helft van de kinderen
die elk antwoord geeft, maar bij de tweede zin met how is er een groot percentage dat een ander
antwoord geeft. Dit is geen probleem, behalve als hier een patroon in zit. Er zat echter wel een
patroon in, de kinderen vertelden op welke manier de jurk scheurde (how). Dit is de lower
question/ingebedde vraag.
Andere ‘eilanden’, naast wh-eilanden, kunnen zijn: NP’s of ja/nee vragen.
Linguïstische regels zijn moeilijk en we leren ze met geen/weinig input. We leren dus niet
door imitatie!
Hoorcollege 2
Question-asking
Long distance movement met vraagwoorden zie je zelden in de spontane spraak (16 van de 46498
uitingen bij kinderen).
Kind van 5 jaar en 10 maanden heeft de volgende uitingen: