MIDDELEEUWEN
De Middeleeuwen is van 500 – 1500 na. Christus. Bestaande uit de vroege middeleeuwen ( 500 – 950 na
C.), de middeleeuwen ( 950 – 1250 na C.) en de late middeleeuwen ( 1250 – 1500 na C.)
- Standen maatschappij: - Wehrstand (wapenstand; adel en ridders)
- Lehrstand (geestelijkheid met haar onderricht, haar leer)
- Nahrstand (boerenbevolking die voor de voedselproductie zorgt)
- Weinig schriftelijk materiaal bewaard gebleven (de boekdrukkunst kwam pas tot bloei aan het
einde van de Middeleeuwen).
- Hoog sterftecijfer door: oorlogen, hongersnoden, de pest, slechte hygiëne.
- Architectuur, alles werd naar boven (naar God) gebouwd.
- Werd veel aan liefdadigheid gedaan (wees-, gast-, en ziekenhuizen).
Christendom
- Sterke verwevenheid van het christelijk geloof en de kerk met de samenleving.
- De christelijke cultuur ontstond uit het restant van de antieke Grieks-Romeinse beschaving
aangevuld met de Germaanse cultuur. Is vanuit Rome (Vaticaan) opgezet.
- Veel aandacht voor het “diesseits” (hier en nu) en voor het “jenseits” (leven na de dood).
- Gedachte/spreuk van die tijd is: “memento mori” (gedenk te sterven).
In 529 vonden er drie belangrijke gebeurtenissen plaats:
1. De MONNIK BENEDICTUS VAN NURSIA stichtte in Italië het beroemde BENEDICTIJNENKLOOSTER
‘MONTE CASSINO’. Dit is de 1e westerse klooster. BENEDICTIJNERMONNIKEN kwamen wel achter
de kloostermuren vandaan (claustrum = muur). Ze hielden zich niet alleen met religie bezig maar
ook aardse aangelegenheden zoals; ontwikkeling van onderwijs, ontwikkeling van wetenschap
(theologie, filosofie, musicologie) en de landbouw! “ORA ET LABORA” = BID EN WERK.
2. Alle priesters werden verplicht om de jongens die later priester wilde worden onderwijs te geven.
3. Sluiting Academie van Athene van Plato. Het gedachtegoed van de klassieke oudheid werd
hiermee “afgesloten”.
Kinderen in de middeleeuwen
- Het “kind als kind” was nog niet ontdekt! (uitspraak van Franse historicus Philippe Aries 1914-1984).
- Kinderen werden gezien als kleine volwassenen, dit is terug te zien in middeleeuwse schilderen.
Ze werden hierin “ouwelijk” geschilderd.
- Kinderen waren slechts noodzakelijk voor als toekomstige arbeidskracht, verzekering voor de oude
dag en als garantie dat de bezittingen in de familie bleven.
- Kinderen (6 a 7 jaar) werden met grote regelmaat definitief weggeven aan een klooster d.m.v. een
contractuele verplichting. (Pueri Oblati) Zij werden “oblaten” genoemd. Oblatus, Latijns woord voor
‘opgedragen’. Motief van deze schenking was geïnspireerd op het Bijbelverhaal van Hanna. Zij
beloofde God haar eerste kind aan de tempeldienst te geven.
- “Do ut des” (ik geef, opdat gij geeft). Ouders geven het kind aan het klooster en God zal voortaan
voor de rest van het gezin zorgen.
- Kinderen werden gezien als kleine volwassenen en mochten niet buiten spelen, in het klooster
gebeurde dit wel. Ze kregen daar ook speciale voeding en werden dus meer als “kind” gezien.
Opvoedingsidealen in de Middeleeuwen