Alle soorten met een eigen habitat en niche maken deel uit van voedselketens en vormen
samen talloze voedselwebben.
Al het levende vormen de biotische factoren. Zon, wind, de bodem, water en de
temperatuur zijn abiotische factoren.
Dankzij de kringloop van stoffen kan een ecosysteem zijn grondstoffen hergebruiken.
De energierijke stoffen van de fotosynthese zijn organische stoffen, de kleine energiearme
moleculen (CO2 en H2O) zijn anorganische stoffen.
Voortgezette assimilitatie is een opbouwend process waarbij een producent (bijv. algen)
uit glucose andere organische stoffen maakt die het materiaal zijn dat andere organismen
als bouw- en brandstof gebruiken → consumenten.
Detritus zijn dode resten van planten en dieren. Afvaleters, zoals wormen, pissebedden en
kevers, zijn detrituseters.
Alle restjes komen uit bij reducenten, bacteriën en schimmels, die de organische stoffen
omzetten in anorganische stoffen.
De nestgelegenheid of het voedselaanbod zijn voorbeelden van beperkende factoren.
De draagkracht is de maximale populatiegrootte die een gebied gedurende een lange tijd
kan onderhouden.
Schommelingen in de populatiegrootte of het verdwijnen en ontstaan van populaties omvat
de populatiedynamiek.
-----
De aardatmosfeer absorbeert en reflecteert het grootste deel van de zonnestraling.
Planten gebruiken deze straling voor fotosynthese.
Carnivoren eten alleen dierlijk voedsel.
Herbivoren eten alleen plantaardig voedsel.
Omnivoren eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel.
Alle producenten vormen samen het eerste trofische niveau.
Biomassa is de massa aan energierijke organische stoffen. Het drooggewicht is het
versgewicht min het gewicht aan water.
De piramide van biomassa is een grafische weergave van de verhoudingen in biomassa.
De piramide van productiviteit is een jaargemiddelde van de piramides van biomassa in
een ecosysteem. Dit geeft informatie over de energiestroom.
Autotrofe organismen maken hun eigen voedsel door middel van fotosynthese.
Heterotrofe organismen hebben andere organismen nodig om aan organische stoffen te
komen. Ze krijgen hun energierijke organische stoffen binnen met hun voedsel.
Het energiestroomschema van een individu heeft gevolgen voor de piramide van biomassa
in een voedselketen.
De eencellige fytoplankton zijn producenten gevormd door cyanobacteriën en algen.
De bruto primaire productie (BPP) is de hoeveelheid (g/m3/dag) organische stoffen die de
producenten maken. Een deel hiervan wordt door de producenten als brandstof gebruikt.
Wat overblijft is de netto primaire productie (NPP).
samen talloze voedselwebben.
Al het levende vormen de biotische factoren. Zon, wind, de bodem, water en de
temperatuur zijn abiotische factoren.
Dankzij de kringloop van stoffen kan een ecosysteem zijn grondstoffen hergebruiken.
De energierijke stoffen van de fotosynthese zijn organische stoffen, de kleine energiearme
moleculen (CO2 en H2O) zijn anorganische stoffen.
Voortgezette assimilitatie is een opbouwend process waarbij een producent (bijv. algen)
uit glucose andere organische stoffen maakt die het materiaal zijn dat andere organismen
als bouw- en brandstof gebruiken → consumenten.
Detritus zijn dode resten van planten en dieren. Afvaleters, zoals wormen, pissebedden en
kevers, zijn detrituseters.
Alle restjes komen uit bij reducenten, bacteriën en schimmels, die de organische stoffen
omzetten in anorganische stoffen.
De nestgelegenheid of het voedselaanbod zijn voorbeelden van beperkende factoren.
De draagkracht is de maximale populatiegrootte die een gebied gedurende een lange tijd
kan onderhouden.
Schommelingen in de populatiegrootte of het verdwijnen en ontstaan van populaties omvat
de populatiedynamiek.
-----
De aardatmosfeer absorbeert en reflecteert het grootste deel van de zonnestraling.
Planten gebruiken deze straling voor fotosynthese.
Carnivoren eten alleen dierlijk voedsel.
Herbivoren eten alleen plantaardig voedsel.
Omnivoren eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel.
Alle producenten vormen samen het eerste trofische niveau.
Biomassa is de massa aan energierijke organische stoffen. Het drooggewicht is het
versgewicht min het gewicht aan water.
De piramide van biomassa is een grafische weergave van de verhoudingen in biomassa.
De piramide van productiviteit is een jaargemiddelde van de piramides van biomassa in
een ecosysteem. Dit geeft informatie over de energiestroom.
Autotrofe organismen maken hun eigen voedsel door middel van fotosynthese.
Heterotrofe organismen hebben andere organismen nodig om aan organische stoffen te
komen. Ze krijgen hun energierijke organische stoffen binnen met hun voedsel.
Het energiestroomschema van een individu heeft gevolgen voor de piramide van biomassa
in een voedselketen.
De eencellige fytoplankton zijn producenten gevormd door cyanobacteriën en algen.
De bruto primaire productie (BPP) is de hoeveelheid (g/m3/dag) organische stoffen die de
producenten maken. Een deel hiervan wordt door de producenten als brandstof gebruikt.
Wat overblijft is de netto primaire productie (NPP).