K3H1 Marktvormen
§1 Een perfecte markt
Verschillende marktvormen:
Aantal aanbieders Homogeen product Heterogeen product
Veel Volkomen concurrentie Monopolistische concurrentie
Weinig Homogeen oligopolie Heterogeen oligopolie
Eén Monopolie
Een homogeen product is een product dat van elke aanbieder hetzelfde is in de ogen van de consument. Een
heterogeen is een product dat verschillend is van elke aanbieder. Kenmerken van volkomen concurrentie:
- veel aanbieders en vragers
- homogene producten
- geen sprake van toetredingsdrempels
- transparante markt
- zelfde kosten en technologie
- de aanbieder is een hoeveelheidsaanpasser, want hij kan de prijs niet aanpassen
Bij het break-even-punt is de winst nul, dus bij GO=GTK en TO=TK. De aanbieder wil zijn winst maximaliseren. Bij
proportioneel variabele kosten is de winst maximaal bij de productiecapaciteit. Bij andere kostenverlopen bij
MO=MK.
§2 De enige aanbieder
Bij een monopolie is er één aanbieder van een homogeen product. Er zijn verschillende soorten:
- natuurlijke monopolie; ontstaat als een aanbieder door effenciencyredenen de enige aanbieder is
- staatsmonopolie; in handen van de staat (paspoort)
- technisch monopolie; ontstaat als een bedrijf een patent heeft
- feitelijk monopolie; ontstaat als een bedrijf de markt beheerst door economische macht
Een monopolist is een prijszetter: hij kan zijn eigen prijs bepalen. De vragers bepalen hoeveel ze willen betalen voor
een product. Dus de vraaglijn en de prijsafzetlijn zijn hetzelfde.
Stappenplan: van q= naar MO
- Vraaglijn omschrijven naar prijslijn (=P = GO)
- TO = GO * q
- MO = TO’
Bij MO = MK is de winst maximaal. Maximale omzet wordt behaald bij MO = 0
Prijsdiscriminatie houdt in dat een bedrijf verschillende prijzen aan verschillende groepen vraagt voor hetzelfde
product. Dit is mogelijk als de deelmarkten kunnen worden gescheiden en een product niet kan worden
doorverkocht. Door prijsdiscriminatie kan de aanbieder consumentensurplus afromen, de aanbieder maakt meer
winst.
§3 Je onderscheiden van de concurrent
Bij een oligopolie is er een beperkt aantal aanbieders op een markt, zoals bij supermarkten. Er wordt geconcurreerd
op verschillende manieren:
- prijsconcurrentie; concurrentie met de prijs
- niet-prijsconcurrentie; concurrentie die niet gaat over de prijs, maar op product (productdifferentiatie) of andere
vormen, zoals spaaracties.
Oligopolisten veranderen niet snel hun prijs (prijsstarheid). Als iemand hun prijs verlaagd, zullen anderen dat ook
doen en kan er een prijzenoorlog ontstaan. Dit is nadelig voor de winst. Prijzen zullen ook niet snel verhoogd
worden, want dan stapt de consument over naar een andere aanbieder, die hun prijs niet verlaagd heeft.
Bij kartelvorming is er een sprake van samenwerking tussen bepaalde bedrijven. Kan op verschillende manieren
- afspraken over de prijs
- afspraken over het afzetgebied
- afspraken over de productiehoeveelheid
§1 Een perfecte markt
Verschillende marktvormen:
Aantal aanbieders Homogeen product Heterogeen product
Veel Volkomen concurrentie Monopolistische concurrentie
Weinig Homogeen oligopolie Heterogeen oligopolie
Eén Monopolie
Een homogeen product is een product dat van elke aanbieder hetzelfde is in de ogen van de consument. Een
heterogeen is een product dat verschillend is van elke aanbieder. Kenmerken van volkomen concurrentie:
- veel aanbieders en vragers
- homogene producten
- geen sprake van toetredingsdrempels
- transparante markt
- zelfde kosten en technologie
- de aanbieder is een hoeveelheidsaanpasser, want hij kan de prijs niet aanpassen
Bij het break-even-punt is de winst nul, dus bij GO=GTK en TO=TK. De aanbieder wil zijn winst maximaliseren. Bij
proportioneel variabele kosten is de winst maximaal bij de productiecapaciteit. Bij andere kostenverlopen bij
MO=MK.
§2 De enige aanbieder
Bij een monopolie is er één aanbieder van een homogeen product. Er zijn verschillende soorten:
- natuurlijke monopolie; ontstaat als een aanbieder door effenciencyredenen de enige aanbieder is
- staatsmonopolie; in handen van de staat (paspoort)
- technisch monopolie; ontstaat als een bedrijf een patent heeft
- feitelijk monopolie; ontstaat als een bedrijf de markt beheerst door economische macht
Een monopolist is een prijszetter: hij kan zijn eigen prijs bepalen. De vragers bepalen hoeveel ze willen betalen voor
een product. Dus de vraaglijn en de prijsafzetlijn zijn hetzelfde.
Stappenplan: van q= naar MO
- Vraaglijn omschrijven naar prijslijn (=P = GO)
- TO = GO * q
- MO = TO’
Bij MO = MK is de winst maximaal. Maximale omzet wordt behaald bij MO = 0
Prijsdiscriminatie houdt in dat een bedrijf verschillende prijzen aan verschillende groepen vraagt voor hetzelfde
product. Dit is mogelijk als de deelmarkten kunnen worden gescheiden en een product niet kan worden
doorverkocht. Door prijsdiscriminatie kan de aanbieder consumentensurplus afromen, de aanbieder maakt meer
winst.
§3 Je onderscheiden van de concurrent
Bij een oligopolie is er een beperkt aantal aanbieders op een markt, zoals bij supermarkten. Er wordt geconcurreerd
op verschillende manieren:
- prijsconcurrentie; concurrentie met de prijs
- niet-prijsconcurrentie; concurrentie die niet gaat over de prijs, maar op product (productdifferentiatie) of andere
vormen, zoals spaaracties.
Oligopolisten veranderen niet snel hun prijs (prijsstarheid). Als iemand hun prijs verlaagd, zullen anderen dat ook
doen en kan er een prijzenoorlog ontstaan. Dit is nadelig voor de winst. Prijzen zullen ook niet snel verhoogd
worden, want dan stapt de consument over naar een andere aanbieder, die hun prijs niet verlaagd heeft.
Bij kartelvorming is er een sprake van samenwerking tussen bepaalde bedrijven. Kan op verschillende manieren
- afspraken over de prijs
- afspraken over het afzetgebied
- afspraken over de productiehoeveelheid