How (not) to inform patients about drug use: use and effects of negations in Dutch
patient information leaflets – Burgers, Beukeboom, Sparks & Diepeveen
Introduction
Ontkenningen kunnen tekstbegrip verminderen omdat ze additionele betekenissen dragen. Ze zijn
indirecter dan bevestigingen en dus moeilijker te begrijpen. Bovendien leveren ontkenningen
impliciete aanwijzingen voor verwachtingen doordat ze concepten van tegenovergestelde betekenis
introduceren. In dit artikel worden twee onderzoeken uitgevoerd:
1. Studie 1 voorkomen van het gebruik van ontkenningen in bijsluiters in kaart brengen
o Inhoudsanalyse om de verschillende typen ontkenningen in bijsluiters in kaart te
brengen, van zowel algemene beschikbare bijsluiters als voorschriften
o Typen ontkenningen:
1. Morfologische ontkenningen woorden met voorvoegsels die
ontkenningen impliceren zoals (ongezond)
2. Sententiële/syntactische ontkenningen worden gevonden op
zinsniveau en onderverdeeld in:
1. Expliciete ontkenningen woorden zoals nee en niet
2. Impliciete ontkenningen verwijzen naar geconventionaliseerde
fusies van niet met een twee woord of naar andere woorden die
(gedeeltelijke) ontkenning suggereren zoals enkel of amper
Fusies (niet ooit nooit)
Overige impliciete ontkenningen
2. Studie 2 effecten van ontkenningen in bijsluiters in kaart brengen
o Verminderen bijsluiters met ontkenningen daadwerkelijk begrip en medische
nalevingsintenties?
Onderzoek naar informatieverwerking maakt onderscheid tussen twee begripstypes:
1. Objectief en daadwerkelijk begrip reflecteert op wat de deelnemers daadwerkelijk
hebben begrepen
2. Subjectief begrip reflecteert op wat deelnemers denken te hebben begrepen
In dit artikel wordt op beide types gefocust.
Methode
De bijsluiter voor hooikorts wordt gebruikt, van zowel de beschikbare bijsluiters als de voorschriften.
Er werden 50 unieke alleen op recept verkrijgbare en 23 vrij beschikbare bijsluiters geselecteerd. Uit
elke categorie werden random 15 bijsluiters gekozen, wat resulteerde in een corpus van 30 bijsluiters.
Om ervoor te zorgen dat de teksten vergelijkbaar waren werd er gefocust op twee secties die in elke
bijsluiter beschikbaar waren:
1. Correct gebruik
2. Potentiële bijwerkingen
Omdat ontkenningen vaak in de context van proposities worden gebruikt, werd er gekozen voor
grammaticaal finite clauses als de opname/coderingseenheid. Een finite clause kan slechts
bestaan uit één persoonsvorm (iets is niet gevaarlijk), waardoor het de kleinste propositionele
grammaticale eenheid is. Een zin kan meerdere finite clauses bevatten. Door ontkenningen op het
niveau van finite clauses te coderen kon ook de aanwezigheid van dubbele ontkenningen
geanalyseerd worden. Vervolgens werd elke clause voor ontkenninggebruik gecodeerd.
Gemiddeld bestonden segmenten uit de bijsluiters uit 64 clauses, maar dit verschilde erg per bijsluiter.
Hierom werd de codering van clauses geaggregeerd op segmentniveau. Dit resulteerde in variabelen
die percentages en gemiddeld aantal clauses die ontkenningen bevatten per bijsluiter segment.
Het design was een 2 x 2 design (beschikbaar/voorschrift X gebruik/bijwerkingen).
De afhankelijke variabelen werden als volgt gemeten:
Daadwerkelijk bijsluiter begrip deelnemers kregen tien gesloten statements die
verwezen naar informatie uit de bijsluiter, en deelnemers moesten aangeven in hoeverre ze
het eens waren met de aanbevelingen op een 7-punts semantische schaal (1 = afraden, 7 =
aanraden)
o Correcte antwoorden aanbevelingen die correspondeerde met de
bijsluiterinformatie
o Foute antwoorden neutrale antwoorden en onjuiste aanbevelingen/afraden