1 Het functioneren van organisaties ....................................................................................... 2
2 Informatievoorziening ........................................................................................................ 13
6 Methoden en technieken administratieve organisatie ...................................................... 22
Aantekeningen ........................................................................................................................ 26
Les 2 .................................................................................................................................................. 26
Les 3 .................................................................................................................................................. 28
Casussen .................................................................................................................................. 28
Casus hoofdstuk 1 ............................................................................................................................ 28
Casus hoofdstuk 2 – Montagne B.V. .............................................................................................. 30
Casus Hoofdstuk 6 – Marienex BV ................................................................................................ 31
1
,1 Het functioneren van organisaties
1.1 Organisaties
Onder een Organisatie verstaan we een groepering mensen die:
in onderlinge samenwerking met behulp van middelen activiteiten ontplooien om
op doelmatige wijze
overeengekomen doelstellingen te bereiken
Kenmerken voor een organisatie zijn:
Doelbewustheid: Organisaties worden bewust op gericht (door persoon of instantie) om een
doelstelling(en) bereiken. De mensen en activiteiten zullen ook gericht moeten zijn om die
doelstelling(en) te behalen.
Doelgerichtheid (effectief): Organisatie zijn gericht op het voortbrengen en/of aanbieden
van goederen en diensten waaraan in de samenleving behoefte bestaat. Door de steeds
veranderende behoeftes aan goederen en diensten zal de doelstelling voortdurend moeten
worden afgestemd op de behoeften in de samenleving.
Doelmatigheid (efficiënt): zegt iets over de optimale verhouding tussen output en input. Dus
het aanbieden van producten en/of diensten (output) tegen zo laag mogelijke kosten (input).
Organisatiecultuur: wordt gevormd door de medewerkers en het management.
Belangrijke kenmerken van de organisatiecultuur zijn:
Resultaatgerichtheid: in hoeverre het realiseren van resultaten belangrijk is binnen de
organisatie.
mensgerichtheid: hoe belangrijk is het welzijn van de medewerkers
risicogerichtheid: hoeveel risico’s durven de medewerkers en de organisatie te nemen.
Organisatietypen
Bedrijf wordt gedacht aan organisatie die producten voortbrengt.
Onderneming wordt gedacht aan een organisatie gericht op winst.
Typologie van Starreveld:
organisaties met een overwegende doorstroming van eigen goederen zonder een technisch
omzettingsproces (handelsbedrijven);
organisaties met een overwegede doorstroming van eigen goederen met een technisch
omzettingsproces ( industriële bedrijven)
organisaties met een overwegende doorstroming van eigen goederen die agrarisch of
extractief van aard zijn;
organisaties zonder een overwegende doorstroming van eigen goederen: de
dienstverlenende instellingen
organisaties zonder een overwegende doorstroming van eigen goederen: de financiële
instellingen.
2
, Tabel 1.1 Indeling organisaties volgens de typologie van Starreveld
Organisaties, niet voor de Privaatrechtelijk Verenigingen en stichtingen
markt werkend Overheidsorganisaties gemeenten
Organisaties voor de markt Zonder overwegende Financiële instellingen
werkend doorstroming van goederen Dienstverlenende instellingen
Met overwegende door- Agrarische en extractieve
stroming van eigen goederen bedrijven
Industriële bedrijven
Handelsbedrijven
De meeste organisaties streven naar continuïteit. Er zijn echter ook ad hoc-organisaties, opgericht
voor één bepaalde actie (bijv. inzamelingsactie voor een rampgebied).
1.1.2 Doelstellingen
De meest belangrijke belanghebbende van een organisaties zijn: verschaffers van het eigen
vermogen, oftewel de eigenaren.
Aandeelhouderswaarde: Bij een beursgenoteerd bedrijf (b.v. of n.v.) wordt er gesproken van
aandeelhouderswaarde.
Waardecreatie: continuïteit wordt tegenwoordig niet direct gerelateerd aan winst, maar meer als
het vermogen van de organisatie om een toegevoegde waarde te creëren die uitgaat boven die van
de concurrentie.
1.1.3 De organisatie als systeem
Open en dynamisch systeem systeemtheorie.
Systeemtheorie
Volgens de systeemtheorie omvat een systeem ‘een verzameling van elementen met onderlinge
relaties die een geïntegreerd geheel vormen’.
Karakteristiek voor een systeem zijn:
A de elementen die worden onderscheiden in:
- invoerelementen (grond- en hulpstoffen, arbeid, gegevens);
- uitvoeringselementen (verwerkingsproces);
- uitvoerelementen (product: goederen en/of diensten);
B) de relaties tussen de elementen;
C) de omgeving: elementen die geen deel uitmaken van het systeem, maar het systeem wel kunnen
beïnvloeden.
Elementen en relaties houden in dat er sprake is van:
1) Een structuur:
a. Interne structuur: relaties tussen de systeemelementen.
b. Externe structuur: relaties tussen systeem en omgeving op een bepaald tijdstip.
2) Een proces: de veranderingen in de tijd van de uitvoeringselementen of anders gezegd, een
gesystematiseerde opeenvolging van gelijkgerichte activiteiten.
Soorten systemen
open of gesloten systeem: wel of niet beïnvloedbaar door omgevingsfactoren
dynamisch of statisch: onderlinge relaties kunnen zich wel of niet wijzigen.
Wanneer je de organisatie als systeem bekijkt vestigt het de aandacht op:
3