Doelen periode 2:
• De student schetst een beeld van de cognitieve en motorische/ fysieke ontwikkeling
van een kind in de leeftijd van 0 tot 12 jaar.
• De student oriënteert zich bij de voorbereiding van een groepsactiviteit met kinderen
op de individuele cognitieve en fysieke mogelijkheden van de groepsleden.
• De student stimuleert de ontwikkeling van een kind vanuit de socioculturele theorie
van Vygotsky.
Doelen hc 1:
benoemt waarom het als pedagoog belangrijk is om kennis te hebben van de fysieke
ontwikkeling van baby’s
Beschrijft hoe de fysieke ontwikkeling in de babytijd verloopt
Volgens welke principes verloop de fysieke groei van een baby?
Hoe ontwikkelen de hersenen en het zenuwstelsel zich tijdens de babytijd
Hoe ontwikkelen de reflexen en zich tijdens de babytijd
Hoe ontwikkelen de grove en de fijne motoriek zich tijdens de babytijd?
Hoe ontwikkelen de 5 zintuigen (zien, horen, ruiken, proeven en voelen) zich tijdens
de babytijd
Benoemt waarom het als pedagoog belangrijk is om kennis te hebben van de fysieke
ontwikkeling in de peuter-kleuter en basisschooltijd
Beschrijft hoe de fysieke ontwikkeling in de peuter-kleuter en de basisschool tijd
verloopt.
Groei lichaam principes
Cefalocaudale principe -> hoofd eerst (grootst), dan de bovenste lichaamsdelen en
dan de rest. Van hoofd tot staart.
Proximodistale principe -> groei van de romp uit naar buiten toe. Grove motoriek,
dichtbij romp. Dus de vingers en tenen als laatste.
Principe van hiërarchische integratie ->
eerst eenvoudige vaardigheden los van elkaar
later geïntegreerd in meer complexe vaardigheden
hiërarchie: van eenvoudig naar complex
bijvoorbeeld een kind moet eerst de vaardigheden van de vingers leren en dan
pas een met de hand kunnen grijpen
principe van de onafhankelijkheid van systemen
Tempo van groei van systemen is verschillend
Systemen ontwikkelen zich los van elkaar
Groei van hersenen:
Zenuwstelsel- neuronen- celkern- vertakkingen dendrieten (verzend)/ axon (ontvangt) –
myeline (helpt neuronen beschermen en zorgt dat de overdracht van zenuwsignalen
versnelt)
• Bij geboorte: 100-200 miljard neuronen
• Gewichtstoename hersenen door toename verbindingen en myelinisatie
, • Na 2 jaar groei minder hard
• Weinig gebruikte verbindingen: sterven af
• Veel gebruikte verbindingen: versterken
Eerste 2 jaar: veel nieuwe neuronverbindingen
Subcorticaal: basale activiteiten -> meest ontwikkeld
Hersenschors: hogere denkprocessen -> later
Plasticiteit: Gevoeligheid van een zich ontwikkelend organisme voor omgevingsinvloeden.
Gevoelige periode: Een afgebakende periode (meestal vroeg in het leven) waarin dat
organisme extra gevoelig is voor omgevingsinvloeden die betrekking hebben op een
specifiek facet van de ontwikkeling.
Reflexen -> motorische ontwikkeling
Niet aangeleerde (aangeboren), gestructureerde, onvrijwillige (automatische) responsen
(reacties) die automatisch optreden in de aanwezigheid van bepaalde stimuli.
Sommige hele leven (pupilreflex, ooglidreflex), anderen verdwijnen in 1e levensjaar.
Moro-reflex: verdwijnt na 6 maanden, wanneer baby’s vallen spreid baby de benen en
armen