4: Het vaststellen van de voedingsbehoeften
4.1 Inleiding
Gangbare voedingswetenschap: Wetenschappers hebben in een bepaalde tijdperk min of meer dezelfde
wijze van beschouwen, omdat deze succesvol is gebleken bij het oplossen van bepaalde problemen in de
afgelopen periode
Paradigma: het denkraam van wetenschappers
- wat wil men beschouwen?
- hoe moet dat gebeuren?
Gangbare voedingsleer wordt toegepast bij vrijwel alle officiële instanties.
Gangbare voedingsleer versus alternatieve voedingsleer
4.2 De gangbare voedingsleer
19e eeuw:
1. Groot vertrouwen in natuurwetenschappen
2. Voedingswetenschap kreeg een natuurwetenschappelijk karakter
3. Voedingswetenschappelijk werd gericht op de kennis van voedingstoffen die in ons voedsel
aanwezig zijn
4. Grote interesse voor voedingsstoffen
5. Nadruk sterk op scheikundig en biochemisch onderzoek
6. In het midden van de 19e eeuw werd al vastgelegd dat alle levende wezens uit vetten,
koolhydraten, eiwitten bestaan
7. Later werden ook vitamines, mineralen en eiwitten ontdekt
In het begin van de 19e eeuw werd voedsel voor het eerst door verhitten geconserveerd = het begin van
de conservenindustrie.
- Ook koelen en invriezen werd ontdekt als werkende conserveringsmethoden
De gangbare voedingsleer heeft er vooral voor gezorgd dat er scherp inzicht is in de behoeften van de
mens en hoe deze voedingsstoffen in voeding voorkomen.
4.3 Aanbevolen hoeveelheden voedingsstoffen
Gemiddelde behoefte: het niveau dat toereikend is voor de helft van de populatie
De aanbevolen hoeveelheid (ADH): het niveau dat toereikend is voor vrijwel de hele populatie, afgeleid
van de gemiddelde behoefte
Adequate inneming: het niveau van inneming dat toereikend is voor vrijwel de gehele populatie, afgeleid
van andere gegevens dan de gemiddelde behoefte
Aanvaardbare bovengrens van inneming: het niveau van inneming waarboven de kans bestaat dat er
ongewenste effecten optreden
Factoren die behoefte beïnvloeden:
4.1 Inleiding
Gangbare voedingswetenschap: Wetenschappers hebben in een bepaalde tijdperk min of meer dezelfde
wijze van beschouwen, omdat deze succesvol is gebleken bij het oplossen van bepaalde problemen in de
afgelopen periode
Paradigma: het denkraam van wetenschappers
- wat wil men beschouwen?
- hoe moet dat gebeuren?
Gangbare voedingsleer wordt toegepast bij vrijwel alle officiële instanties.
Gangbare voedingsleer versus alternatieve voedingsleer
4.2 De gangbare voedingsleer
19e eeuw:
1. Groot vertrouwen in natuurwetenschappen
2. Voedingswetenschap kreeg een natuurwetenschappelijk karakter
3. Voedingswetenschappelijk werd gericht op de kennis van voedingstoffen die in ons voedsel
aanwezig zijn
4. Grote interesse voor voedingsstoffen
5. Nadruk sterk op scheikundig en biochemisch onderzoek
6. In het midden van de 19e eeuw werd al vastgelegd dat alle levende wezens uit vetten,
koolhydraten, eiwitten bestaan
7. Later werden ook vitamines, mineralen en eiwitten ontdekt
In het begin van de 19e eeuw werd voedsel voor het eerst door verhitten geconserveerd = het begin van
de conservenindustrie.
- Ook koelen en invriezen werd ontdekt als werkende conserveringsmethoden
De gangbare voedingsleer heeft er vooral voor gezorgd dat er scherp inzicht is in de behoeften van de
mens en hoe deze voedingsstoffen in voeding voorkomen.
4.3 Aanbevolen hoeveelheden voedingsstoffen
Gemiddelde behoefte: het niveau dat toereikend is voor de helft van de populatie
De aanbevolen hoeveelheid (ADH): het niveau dat toereikend is voor vrijwel de hele populatie, afgeleid
van de gemiddelde behoefte
Adequate inneming: het niveau van inneming dat toereikend is voor vrijwel de gehele populatie, afgeleid
van andere gegevens dan de gemiddelde behoefte
Aanvaardbare bovengrens van inneming: het niveau van inneming waarboven de kans bestaat dat er
ongewenste effecten optreden
Factoren die behoefte beïnvloeden: