1. Fundamentele Kenmerken.
Een constitutionele monarchie is de aanduiding voor een land waarin het koningschap berust op een constitutie of
grondwet, waardoor de macht van de koning beperkt is. In een constitutie of grondwet staan alle fundamentele
regels over de inrichting van de staat en over de verhouding tussen de staat en zijn burgers vastgelegd. Het
koninkrijk der Nederlanden bestaat uit vier ‘landen’: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze hebben een
eenzelfde bestuur.
Een parlementaire democratie is een land dat een parlement heeft met rechtstreeks gekozen
volksvertegenwoordigers. Via dit parlement kan de bevolking invloed uitoefenen op het regeringsbeleid van een
land. België, Duitsland en Nederland hebben dit.
Presidentieel stelsel Amerika. Het staatshoofd is tevens de regeringsleider. Frankrijk is een mengelmoes van beide
stelsels.
Ten slotte is Nederland een Rechtstaat. Dat betekent dat de macht van de overheid wordt beperkt door wetten,
regels en gewoonten. Het doel hiervan is om de burgers te beschermen tegen machtmisbruik van de overheid.
2. Politieke Partijen.
Wat is een politieke partij?
Een politieke partij is doorgaans een vereniging van mensen met ongeveer dezelfde politieke opvattingen en die als
doel heeft om deel te nemen aan het bestuur. volk vertegenwoordigende organen Nederland: Tweede Kamer, de
Provinciale Staten, de gemeenteraden en de algemene besturen van waterschappen. Nederland heeft ook een
aantal zetels in het Europees Parlement en de Eerste Kamer wordt gekozen door de Provinciale Staten.
De algemene visie/ideologie wordt vastgelegd in beginselprogramma’s. Bij verkiezingen worden
verkiezingsprogramma’s gemaakt op basis van het beginselprogramma van een partij.
Verschil tussen pressie/actiegroep en politieke partijen. De politieke partijen focussen zich op het besturen van het
land en oplossen van meerdere politieke problemen. Pressie en actiegroepen focussen zich tot enkele eisen en
regels voor één specifieke groep of één speciaal belang.
Geschiedenis Politieke Partijen.
Politieke partijen ontstonden in de 2e helft van de 19e eeuw. In 1879 was de ARP de eerste. In de 1e decennia van de
20e eeuw ontstonden nog en andere protestantse en een katholieke partij. In de jaren 60 leden de drie christelijke
partijen grote verliezen en daarom gingen zij meer met elkaar samenwerken. In 1980 fuseerden zij tot één partij, het
Christen Democratisch Appèl. Zij hebben 4 uitgangspunten: publieke gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid,
solidariteit en rentmeesterschap. In 1946 is het PVDA opgericht en die komt voort uit de Sociaaldemocratische
Arbeiderspartij, die in 1894 was ontstaan om de belangen van de arbeiders te behartigen. De PVDA ziet zich als een
partij die op een geleidelijke manier maatschappelijke hervormingen tot stand wil brengen, die in het teken staan
van spreiding van inkomen, kennis en macht. In 1948 richtten behoudende liberalen een nieuwe partij op, de
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. De VVD probeert de interventie van de staat in het economische en sociale
leven in te perken en voert de individuele vrijheid van alle burgers hoog in het vaandel. Veiligheid is ook een
belangrijk thema voor de liberalen. CDA heeft concurrentie van de ChristenUnie en de Staatkundig Gereformeerde
Partij. PvdA heeft concurrentie van de Socialistische Partij (opgericht in 1972) wortels in communisme. Huisvesting
en gezondheidszorg zijn belangrijke kwesties. GroenLinks (ontstaan 1990 uit 4 kleine partijen). Partij voor
duurzaamheid en maatschappelijke hervorming. D66 (opgericht 1966) heeft zich jarenlang sterk gemaakt voor
hervorming van het Nederlandse staatsbestel en kiesstelsel. D66 richt zich nu op onderwijs. Lijst Pim Fortuyn (LP in
2002). PVV (2006) ziet de islam als groot gevaar voor de Nederlandse samenleving en is tegen lidmaatschap in de EU.
De Partij voor de Dieren is er sinds 2006 en is voor dierenwelzijn en zorg voor de natuur.