Theoretische verklaringsmodellen van het speciaal leren (2016) 1
Theoretische verklaringsmodellen van het speciaal leren
Tentamen:
Per hoorcollege 6 vragen (in totaal ook 6 open vragen). Het boek is belangrijk, niet in detail
weten. Voorbeeldvragen:
Voorbeeld meerkeuzevraag (1)
In de bijeenkomst is aandacht besteed aan het causaal modeleren. Een causaal model bestaat
doorgaans uit vier niveaus. Welke fase uit de Diagnostische Cyclus past het beste bij de
beschrijvingen op gedragsniveau?
a) klachtanalyse; verhelderende diagnostiek
b) probleemanalyse; onderkennende diagnostiek
c) verklaringsanalyse; verklarende diagnostiek
d) zowel onderkennende als verklarende diagnostiek
Voorbeeld meerkeuzevraag (2)
In welk stadium van de normale leesontwikkeling zit een kind dat ‘spellend’ leest (/k/ /a/ /t/ is
“kat”) volgens Frith (1985)?
a) logografisch stadium
b) alfabetisch stadium
c) morfografisch stadium
d) orthografisch stadium
Voorbeeld meerkeuzevraag (3)
Zowel in het verplichte boekhoofdstuk (Ch. 5: Mathematics disorders) als in de bijeenkomst is
stilgestaan bij de telontwikkeling van kinderen. Hieronder zie je daar twee stellingen over staan.
I. Het een-op-een principe (i.e., one-to-one principle) betreft het toekennen van een uniek
getallabel aan een object
II. Het stabiele-order-principe (i.e., stable-order-principle) komt in de ontwikkeling aan bod
tijdens de fase van het resultatief tellen.
Welke van bovenstaande stellingen zijn juist?
a) stelling I en II zijn beide juist
b) stelling I en II zijn beide onjuist
c) stelling I is juist, stelling II is onjuist
d) stelling I is onjuist, stelling II is juist
Voorbeeld meerkeuzevraag (4)
In de bijeenkomst over spellingvaardigheid is het Fonologisch Coherentiemodel besproken
(Bosman & Van Orden, 2003). Waarom is de pijl tussen ‘foneemknopen’ en ‘letterknopen’ het
dikst?
a) Omdat kinderen eerst leren spreken en pas daarna leren spellen.
b) Omdat lezen makkelijker is dan spellen.
c) Omdat de relatie tussen fonemen en grafemen het meest wordt aangesproken.
d) Die pijl is niet het dikst.
Voorbeeld open vraag
Tijdens verschillende bijeenkomsten is stilgestaan bij “het wrijvingsvlak” tussen
wetenschappelijk onderzoek en klinische praktijk
a) Noem minimaal twee redenen waarom in de vertaalslag van wetenschappelijk onderzoek
naar de praktijk de nodige voorzichtigheid in acht moet worden genomen. Ben zo concreet en
precies mogelijk in jouw antwoord (3 punten).
b) Noem minimaal tweeredenen waarom opgedane ervaringen binnen de klinische praktijk niet
altijd kunnen worden teruggebracht naar het doen van deugdelijk wetenschappelijk onderzoek.
Ben zo concreet en precies mogelijk in jouw antwoord (3 punten).
Theoretische verklaringsmodellen van het speciaal leren
Tentamen:
Per hoorcollege 6 vragen (in totaal ook 6 open vragen). Het boek is belangrijk, niet in detail
weten. Voorbeeldvragen:
Voorbeeld meerkeuzevraag (1)
In de bijeenkomst is aandacht besteed aan het causaal modeleren. Een causaal model bestaat
doorgaans uit vier niveaus. Welke fase uit de Diagnostische Cyclus past het beste bij de
beschrijvingen op gedragsniveau?
a) klachtanalyse; verhelderende diagnostiek
b) probleemanalyse; onderkennende diagnostiek
c) verklaringsanalyse; verklarende diagnostiek
d) zowel onderkennende als verklarende diagnostiek
Voorbeeld meerkeuzevraag (2)
In welk stadium van de normale leesontwikkeling zit een kind dat ‘spellend’ leest (/k/ /a/ /t/ is
“kat”) volgens Frith (1985)?
a) logografisch stadium
b) alfabetisch stadium
c) morfografisch stadium
d) orthografisch stadium
Voorbeeld meerkeuzevraag (3)
Zowel in het verplichte boekhoofdstuk (Ch. 5: Mathematics disorders) als in de bijeenkomst is
stilgestaan bij de telontwikkeling van kinderen. Hieronder zie je daar twee stellingen over staan.
I. Het een-op-een principe (i.e., one-to-one principle) betreft het toekennen van een uniek
getallabel aan een object
II. Het stabiele-order-principe (i.e., stable-order-principle) komt in de ontwikkeling aan bod
tijdens de fase van het resultatief tellen.
Welke van bovenstaande stellingen zijn juist?
a) stelling I en II zijn beide juist
b) stelling I en II zijn beide onjuist
c) stelling I is juist, stelling II is onjuist
d) stelling I is onjuist, stelling II is juist
Voorbeeld meerkeuzevraag (4)
In de bijeenkomst over spellingvaardigheid is het Fonologisch Coherentiemodel besproken
(Bosman & Van Orden, 2003). Waarom is de pijl tussen ‘foneemknopen’ en ‘letterknopen’ het
dikst?
a) Omdat kinderen eerst leren spreken en pas daarna leren spellen.
b) Omdat lezen makkelijker is dan spellen.
c) Omdat de relatie tussen fonemen en grafemen het meest wordt aangesproken.
d) Die pijl is niet het dikst.
Voorbeeld open vraag
Tijdens verschillende bijeenkomsten is stilgestaan bij “het wrijvingsvlak” tussen
wetenschappelijk onderzoek en klinische praktijk
a) Noem minimaal twee redenen waarom in de vertaalslag van wetenschappelijk onderzoek
naar de praktijk de nodige voorzichtigheid in acht moet worden genomen. Ben zo concreet en
precies mogelijk in jouw antwoord (3 punten).
b) Noem minimaal tweeredenen waarom opgedane ervaringen binnen de klinische praktijk niet
altijd kunnen worden teruggebracht naar het doen van deugdelijk wetenschappelijk onderzoek.
Ben zo concreet en precies mogelijk in jouw antwoord (3 punten).