1.Hoe worden stemmingsstoornissen biologisch verklaard.
Etiologie van depressie:
- biologisch: afwijkende concentraties van bepaalde stoffen in de hersenen en genetische ‘defecten’
die tot depressie kunnen leiden.
- stoornissen in de schildklierfunctie
- TSH wordt geremd (thyroïdstimulerend hormoon).
- Matige activering van het inflammatoire-responssysteem (IRS).
- psychologisch: de manier waarop iemand bijvoorbeeld denkt over zichzelf, anderen en de wereld
(de invalshoek van de cognitieve theorie) en de wijze waarop iemand negatieve en positieve
waarden toekent aan gebeurtenissen (de invalshoek van de attributietheorie)
- sociale determinanten: ‘life-events’ en het hebben van een partner en kinderen.
Deze 3 factoren worden hedendaags als biopsychosociaal model gehanteerd.
1.1 Hoe werkt het serotonineneurotransmittersysteem?
Productie serotonine
Tryptofaan TRY-OH zet tryptofaan om in 5HTP AAADC zet 5HTP om in 5HT Opgeslagen in
VMAT2 tot dat het gebruikt wordt voor de neurotransmissie.
5HT wordt afgebroken door MOA geconverteerd naar
inactieve metaboliet.
De 5HT neuron heeft ook een serotonine transporter (SERT).
Deze pompt serotonine uit de synaps en terug in de presynaptische
zenuwcel waar het wordt opgeslagen voor de toekomst.
MAO-A en B liggen buiten de neuron, MAO-B ligt ook in het neuron
wanneer er sprake is van hoge concentratie.
Serotonine heeft 5HT2A receptoren.
Al deze receptoren zijn
postsynaptisch. En zij gevestigd in
vele hersendelen.
1.2 Wat gaat er ‘fout’ bij het serotonineneurotransmitterssysteem tijdens depressie?
1.2.1 Beschrijf de verschillende monoaminen hypotheses
De rol van monoamines:
Aandacht hiervoor is ontstaan door de observatie dat toediening van Reserpine, een
bloeddrukverlagend medicament, leidde tot afname van de hoeveelheid monoamines in het centrale
zenuwstelsel. Dit veroorzaakte een depressief syndroom. Er bestaan drie typen monoamines:
- noradrenaline (NA)
- Serotonine (5HT)