H2. Visies op culturele diversiteit
2.1 Cultuur
Cultuur wordt vaak omschreven als het geheel van taal, gewoonten, rituelen, opvattingen, waarden
en normen dat een mens nodig heeft om in een gegeven situaties te kunnen functioneren. Het gaat
om een dynamisch geheel dat wordt beïnvloed door specifieke geografisch, sociale, economische en
politieke omstandigheden. De Onderwijsraad beschrijft cultuur als een geheel van denkmodellen en
gedragspatronen dat gedeeld wordt door een samenleving, gemeenschap of groepering. Cultuur
wordt op verschillende manieren zichtbaar in het doen en laten van mensen. De Onderwijsraad
noemt 4 lagen.
Binnenste schil Diepliggende veronderstellingen en basisaannames.
Tweede schil Waarden en normen.
Derde schil Mythen, symbolen en helden, die reflectie vormen van deze waarden en normen.
Buitenste schuil Gewoontes, procedures en rituelen.
Andere geleerden gebruiken iets andere schillen. De strekking blijft hetzelfde. Cultuur heeft te maken
met diepliggende kernwaarden die bepalend zijn voor omgangsvormen, waarden, normen en
gebruiken.
2.2 Cultuurverschillen
Op het niveau van de samenleving worden nationale culturen vaak vergeleken aan de hand van de 5
dimensies van Hofstede en Hofstede;
- Machtsafstand: De relatieve waardering van hiërarchie en maatschappelijke ongelijkheid.
Gaat over de omgang.
- Mate van individualisme: De mate waarin de samenleving nadruk ligt op de ruimte voor
belang van het individu versus het collectief.
- Masculiniteit: Mate waarin de samenleving nadruk ligt op de waarden zoals prestatie,
competitie en assertiviteit tegenover waarden als zorgzaamheid en solidariteit.
- Onzekerheidsvermijding: De mate waarin nadruk ligt op gestructureerde omgangsvormen
volgens formele regels.
- Lange termijngerichtheid vs korte termijngerichtheid: Mate waarin nadruk ligt op de
waarden die georiënteerd zijn naar de toekomst vs waarden die gericht zijn op het heden.
2.3 Diversiteit in de multiculturele samenleving
Diversiteit verwijst naar interne verschillen die er in elke groep zijn en die de verscheidenheid aan
afkomst, sociale klasse, etniciteit, religie, taal, geslacht en seksuele oriëntatie weergeeft. Bij vorming
van groepsidentificatie zijn etnische, culturele en religieuze verschillen centrale dimensies. Er zijn 3
processen van identificatie:
- Functionele identificatie: verbinding tussen mensen die functioneel met elkaar te maken
hebben
- Normatieve identificatie: hier gaat het om morele referentiekader dat gedeeld wordt door
leden van een groep
- Emotionele identificatie: de emotionele saamhorigheid en verbondenheid die leden van een
groep ervaren.
In een multiculturele samenleving bestaan door de verscheidenheid aan etnische, culturele en
religieuze verschillen veel mogelijkheden tot (groeps)identificaties. Er zijn verschillende meningen
over de ruimte voor cultuurverschillen, deze vind je ook in het onderwijs.
Sommige scholen hanteren een culturalistische benadering en leggen het accent op
cultuurverschillen tussen de groepen en benadrukken het leren kennen, begrijpen en respecteren
van deze verschillen.
De meeste scholen kiezen voor een pluralistische benadering waarin diversiteit in het algemeen
centraal staat. Het gaat vooral om het creëren van een positief pedagogisch klimaat waarin iedere
leerling zijn eigen unieke achtergrond zich gewaardeerd en gerespecteerd voelt.