Samenvatting
Chemie 1.1
-
Bloeb3
2016/2017
,Inhoud
Lesweek 1 Hoorcollege chemie – van atomen tot macromoleculen....................................................... 1
Lesweek 2 Hoorcollege chemie - Bio-organische chemie ........................................................................ 9
Lesweek 3 Hoorcollege chemie – zetmeel ............................................................................................. 17
Lesweek 4 Hoorcollege chemie – verdikkingsmiddelen ........................................................................ 22
Lesweek 5 Hoorcollege chemie – zuren en basen / aminozuren en eiwitten ....................................... 27
Lesweek 6 Hoorcollege chemie – Bio-organische chemie (II) ................................................................ 32
Lesweek 7 Hoorcollege chemie – Bederft en conservering ................................................................... 35
1
,Lesweek 1 hoorcollege chemie – van atomen tot macromoleculen
De student kan:
de begrippen atoom, molecuul en ion beschrijven.
het aantal bindingen voor de atomen C, H, O en N benoemen.
macromoleculen in voedsel benoemen en benoemen nuit welke atomen deze zijn
opgebouwd.
Koolhydraten indelen in de categoriën mono-, di- of polysacchariden en de eigenschappen
van elk van deze categorieën beschrijven.
Leerstof
Atomen en ionen. Uit: Chemielokaal digischool (via DLWO). Slide 6-32 Ook in te zien via
http://wp.digischool.nl/scheikunde/powerpoint/-atoombouw
BLOK 8 opbouw van een atoom. Uit: W. Gerritsen, FS chemie blok 1 reader 2012, HvA (via
DLWO)
Rolfes S. R., Pinna K., Whitney. E, Understanding Normal and Clinical Nutrition, Cengage
Learning, Stamford USA, 2015. 4.1 The Chemist’s view of Carbohydrates, pag 95-101 (let op:
deel ‘fibers’ pag 100 alleen lezen)
Ons Voedsel - Frans M. de Jong - Fontaine Uitgevers B.V. - Derde druk 2011 hoofdstuk 2
Koolhydraten, Wat zijn koolhydraten? Inclusief inzet “…..”, pag 24-27
Atomen bestaan uit een kern met daaromheen een wolk met negatief geladen
elektronen. Een atoom is het allerkleinste deeltje en is niet deelbaar. Atomos
betekend in het Grieks ondeelbaar
Atomen kunnen aan elkaar binden, meerdere atomen aan elkaar heet een
molecuul.
De kern van het atoom is opgebouwd uit twee verschillende soorten deeltjes
1. Positief geladen protonen
2. Neutraal geladen neutronen, deze hebben dus geen elektrische lading.
Deze zorgen voor verbinding met andere atomen
Tussen de kern en elektronen bevindt zich lege ruimte
Aantal protonen, neutronen en elektronen verschilt per element. Elk atoom is uniek.
Moleculen zijn opgebouwd uit atomen.
Een molecuul is het kleinste deeltje van een chemische stof en is opgebouwd uit
meerdere atomen
Bij het ‘weghalen’ van een atoom veranderd de chemische eigenschap van dat molecuul
2
, Bouw van atomen
De elektrische lading wordt bepaald door protonen en elektronen. Neutronen hebben geen invloed
op de elektrische lading.
Protonen bevatten positieve energie (+)
Elektronen bevatten negatieve energie (-)
Elektronen kunnen een atoom verlaten, protonen niet want die zitten vast aan de kern.
Atoom/molecuul:
aantal elektronen = aantal protonen
Netto lading = 0
In een molecuul/atoom zijn er altijd even veel
elektronen als protonen.
Plus en min bij elkaar is altijd 0
Een ion is iets anders dan een molecuul omdat het
een lading heeft en niet op 0 (neutraal) uitkomt.
Ion:
aantal elektronen =/= aantal protonen
Netto lading is positief of negatief
Alle ionen zijn een deel van een zout (samen met een
andere plus of min wordt het een zout). (Behalve H+,
dat is het zuur )
In het periodieksysteem staat hoeveel protonen een element
(bijvoorbeeld sodium) heeft. Dus in dit voorbeeld staat Na in
het periodieksysteem 11. Dus 11 protonen. Voor waterstof
(H) is dit 1.
Covalente binding is een structuurformule, dit betekend dat
twee elementen gebruiken elkaars elektronen de ‘schil’ vol te
krijgen. Covalente binding is alleen mogelijk met niet-
metalen.
Atoombinding = binding tussen atomen in molecuul
Covalentie = plek waar elektronen worden ‘gedeeld’
Een structuurformule laat zien hoe atomen in een molecuul
met elkaar verbonden zijn.
Streepje staat voor covalente binding.
Een atoom heeft 3 schillen. In de eerste ring passen 2
elektronen, in de tweede schil passen er 8 en in de derde
schil ook 8. Door het tellen van het aantal elektronen kan je
er achter komen welk atoom dit is. Dit is stikstof -> want er
zijn 7 elektronen.
3