HOOFDSTUK 9, BINDING VRAAGSTUK: VEILIGHEID
(Paragraaf 1, veiligheid bestuderen)
Taak van de overheid is om burgers te beschermen
sociale en politieke instituties: Geven waarden, die we belangrijk vinden, een bepaalde
mate van stabiliteit.
- om veiligheid te creëren zijn we afhankelijk van elkaar
Veiligheidsutopie: De onbereikbare wens van optimale individuele vrijheid en
tegelijkertijd het willen garanderen van de collectieve veiligheid.
- veiligheid en vrijheid staan om gespannen voet met elkaar
Objectieve veiligheid: als je het meetbaar wilt maken, dan kan er gekeken worden naar
het feitelijk aantal misdrijven en ongevallen dat op een bepaalde plek plaatsvindt de
feitelijke kans op rampen en de risico’s van ongevallen
Subjectieve veiligheid: kijken naar de gevoelens van onveiligheid.
verschillende typen bedreigingen in de risicomaatschappij
bedreigingen van natuurlijke aard: bedreigingen zoals heftige stormen
bedreiging van technologische en sociale aard: Zijn erg toegenomen,
- menselijk handelen is toegenomen. (gegevens van iedereen wereldwijd)
veiligheid is wereldwijd met elkaar verbonden, ook mede door globalisering
door institutionalisering: heeft de overheid door middel van regelgeving geprobeerd
steeds meer grip te krijgen op situaties van onzekerheid en onveiligheid
risicomaatschappij: Daarin is het niet duidelijk wie er verantwoordelijk is voor de risico’s
en de aanpak van bedreigingen.
→ kan leiden tot conflicten
, (paragraaf 2, hoe onveiligheid en criminaliteit ontstaat)
Bij maw is er sprake van criminaliteit als gedrag dat door de overheid wettelijk strafbaar
is gesteld
- het gaat over menselijk gedrag waarbij andere personen, dieren of het milieu
worden uitgebuit of schade toegebracht
Criminaliteit kan ook verschillen door tijd en plaats.
Sociale controle is belangrijk voor het handhaven van de binding in de samenleving.
- Ontstaan van crimineel gedrag is vaak vrij complex.
criminologische theorieën:
1. gelegenheidstheorie en rationele keuzetheorie:
gelegenheidstheorie: criminaliteit wordt bepaald door de aanwezigheid van potentiële
daders, de aanwezigheid van geschikte doelwitten en de afwezigheid van voldoende
sociale bewaking
rationele keuzetheorie: criminelen kijken goed naar de gelegenheid en ze maken daarin
een afweging. Criminelen kijken dan goed naar de kosten en de baten.
2. bindingstheorie: die stelt dat maatschappelijke binding en sterke integratie van
mensen in groepen, zoals gezin, school, vrienden, remmend werken op criminele
impulsen. Criminaliteit kan groter worden, als ze slechte bindingen hebben of ze
bindingen kwijt raken.
3. Anomietheorie: kans op crimineel gedrag is groter als mensen geen gelegenheid
hebben om op legitieme wijze maatschappelijke doelen te bereiken. Zoals goede
welvaart. Dan krijg je een druk om het illegaal te bemachtigen
- hangt samen met sociale ongelijkheid, een achterstand zoals taal kan een
oorzaak zijn voor criminaliteit
4. etiketteringstheorie: er wordt een stempel geplakt op criminelen hoe ze er uit
zien bijvoorbeeld. Bijvoorbeeld afro-amerikanen in amerika.
Als de zelfstandigheid van mensen groter wordt, dan kan dat er ook voor zorgen dat
iemand minder binding heeft of minder luistert naar andere.
Informalisering: verhoudingen en contacten tussen mensen worden minder hiërarchisch
of minder formeel . Een afname van gezag.
sommige factoren kunnen criminaliteit bevorderen, verklaringen voor hoeveel of hoe weinig
criminaliteit er is in de maatschappij:
1. minder sociale cohesie: minder maatschappelijke bindingen en minder formele
en informele sociale controlen
2. meer groepsvorming en integratie in criminele (jeugd)groepen: groepen waar
criminaliteit geaccepteerd wordt
3. meer losse gezagsverhoudingen tussen bevolking en politie
4. meer ongelijkheid waardoor achtergestelde stress ervaren doordat zij minder
kansen hebben in de samenleving
(paragraaf 3, gevolgen van onveiligheid en criminaliteit)
(Paragraaf 1, veiligheid bestuderen)
Taak van de overheid is om burgers te beschermen
sociale en politieke instituties: Geven waarden, die we belangrijk vinden, een bepaalde
mate van stabiliteit.
- om veiligheid te creëren zijn we afhankelijk van elkaar
Veiligheidsutopie: De onbereikbare wens van optimale individuele vrijheid en
tegelijkertijd het willen garanderen van de collectieve veiligheid.
- veiligheid en vrijheid staan om gespannen voet met elkaar
Objectieve veiligheid: als je het meetbaar wilt maken, dan kan er gekeken worden naar
het feitelijk aantal misdrijven en ongevallen dat op een bepaalde plek plaatsvindt de
feitelijke kans op rampen en de risico’s van ongevallen
Subjectieve veiligheid: kijken naar de gevoelens van onveiligheid.
verschillende typen bedreigingen in de risicomaatschappij
bedreigingen van natuurlijke aard: bedreigingen zoals heftige stormen
bedreiging van technologische en sociale aard: Zijn erg toegenomen,
- menselijk handelen is toegenomen. (gegevens van iedereen wereldwijd)
veiligheid is wereldwijd met elkaar verbonden, ook mede door globalisering
door institutionalisering: heeft de overheid door middel van regelgeving geprobeerd
steeds meer grip te krijgen op situaties van onzekerheid en onveiligheid
risicomaatschappij: Daarin is het niet duidelijk wie er verantwoordelijk is voor de risico’s
en de aanpak van bedreigingen.
→ kan leiden tot conflicten
, (paragraaf 2, hoe onveiligheid en criminaliteit ontstaat)
Bij maw is er sprake van criminaliteit als gedrag dat door de overheid wettelijk strafbaar
is gesteld
- het gaat over menselijk gedrag waarbij andere personen, dieren of het milieu
worden uitgebuit of schade toegebracht
Criminaliteit kan ook verschillen door tijd en plaats.
Sociale controle is belangrijk voor het handhaven van de binding in de samenleving.
- Ontstaan van crimineel gedrag is vaak vrij complex.
criminologische theorieën:
1. gelegenheidstheorie en rationele keuzetheorie:
gelegenheidstheorie: criminaliteit wordt bepaald door de aanwezigheid van potentiële
daders, de aanwezigheid van geschikte doelwitten en de afwezigheid van voldoende
sociale bewaking
rationele keuzetheorie: criminelen kijken goed naar de gelegenheid en ze maken daarin
een afweging. Criminelen kijken dan goed naar de kosten en de baten.
2. bindingstheorie: die stelt dat maatschappelijke binding en sterke integratie van
mensen in groepen, zoals gezin, school, vrienden, remmend werken op criminele
impulsen. Criminaliteit kan groter worden, als ze slechte bindingen hebben of ze
bindingen kwijt raken.
3. Anomietheorie: kans op crimineel gedrag is groter als mensen geen gelegenheid
hebben om op legitieme wijze maatschappelijke doelen te bereiken. Zoals goede
welvaart. Dan krijg je een druk om het illegaal te bemachtigen
- hangt samen met sociale ongelijkheid, een achterstand zoals taal kan een
oorzaak zijn voor criminaliteit
4. etiketteringstheorie: er wordt een stempel geplakt op criminelen hoe ze er uit
zien bijvoorbeeld. Bijvoorbeeld afro-amerikanen in amerika.
Als de zelfstandigheid van mensen groter wordt, dan kan dat er ook voor zorgen dat
iemand minder binding heeft of minder luistert naar andere.
Informalisering: verhoudingen en contacten tussen mensen worden minder hiërarchisch
of minder formeel . Een afname van gezag.
sommige factoren kunnen criminaliteit bevorderen, verklaringen voor hoeveel of hoe weinig
criminaliteit er is in de maatschappij:
1. minder sociale cohesie: minder maatschappelijke bindingen en minder formele
en informele sociale controlen
2. meer groepsvorming en integratie in criminele (jeugd)groepen: groepen waar
criminaliteit geaccepteerd wordt
3. meer losse gezagsverhoudingen tussen bevolking en politie
4. meer ongelijkheid waardoor achtergestelde stress ervaren doordat zij minder
kansen hebben in de samenleving
(paragraaf 3, gevolgen van onveiligheid en criminaliteit)