Burgerlijk recht – Zwaartepunten van het vermogensrecht H11 nrs. 265 –
322
Gesloten systeem van beperkte rechten:
Beperkt recht een recht dat is afgeleid uit een meeromvattend recht, dat met dat beperkte
recht is bezwaard
o Moederrecht dat meeromvattende recht
o Dochterrecht dat beperkte recht
Zakelijke beperkte rechten beperkte rechten die uitsluitend op zaken kunnen rusten
(erfdienstbaarheid, erfpacht en opstal)
Alleen vestiging van in de wet genoemde beperkte rechten mogelijk gesloten stelsel
Genots- en zekerheidsrechten:
Twee categorieën beperkte rechten:
1. Genotsrechten beperkte rechten die de rechthebbende de bevoegdheid geven een goed te
gebruiken en het genot ervan te hebben, hoewel het aan een ander toebehoort
a. Vruchtgebruik
b. Erfpacht
c. Opstal
d. Erfdienstbaarheid
e. Appartementsrechten
2. Zekerheidsrechten beperkte rechten die de schuldeiser een sterkere positie verschaffen bij
verhaal van zijn vordering op het verbonden goed
a. Pand
b. Hypotheek
Beperkte rechten hebben absolute werking:
Absolute werking het recht is tegenover iedereen te handhaven, werking tegen eenieder
Droit de suite / zaaksgevolg het beperkte recht volgt het goed
Prioriteitsregel indien op hetzelfde goed meerdere beperkte rechten rusten, gaat een ouder
recht voor een jonger recht
Recht kan als separatist worden uitgeoefend in geval van faillissement van de rechthebbende
Verkrijging van beperkte rechten:
Doorgaans d.m.v. vestiging
Art. 3:81 lid 1 BW: iemand met zelfstandig en overdraagbaar recht kan beperkte rechten
vestigen
Art. 3:98 BW: voor vestiging van een beperkt recht gelden dezelfde vereisten als voor
overdracht van een beperkt recht (levering krachtens geldige titel door bevoegde)
o Vestigingshandeling de voor vestiging voorgeschreven wijze van levering,
geschiedt op dezelfde wijze als levering (bijv. bij vruchtgebruik notariële
vestigingsakte en inschrijving)
o 3:86 en 3:88 gelden ook voor beperkte rechten
Soms: verkrijging door overdracht dan wel verjaring
Tenietgaan van beperkte rechten:
Afstand doen beperkt recht gaat weer op in het hoofdrecht (art. 3:84 lid 1 van toepassing)
Art. 3:81 lid 2 BW: algemene wijzen van tenietgaan van beperkte rechten
, o Tenietgaan moederrecht tenietgaan beperkt recht
o Vermenging tenietgaan beperkt recht
o Op grond van derdenbeschermende bepalingen tenietgaan beperkt recht
Genotsrechten
Vruchtgebruik:
Art. 3:201 BW: vruchtgebruik het recht om goederen die aan een ander toebehoren te
gebruiken en daarvan de vruchten te genieten
Recht gaat teniet door dood vruchtgebruiker
Art. 3:207 BW: rechten vruchtgebruiker:
o Gebruiken / verbruiken in overeenstemming met de afgesproken regels
o Gebruik vruchtgebruiker slijtage (niet erg!)
Uitgangspunt: vruchtgebruiker mag goederen gebruiken, maar moeten in stand blijven,
uitzonderingen:
o Art. 3:215 vruchtgebruiker kan bevoegdheid hebben tot vervreemding goederen
o Art. 3:212 lid 1 indien er sprake is van bijv. een winkel, mogen de voorraden
vervreemd worden en moet het geld gebruikt worden voor nieuwe voorraden, die ook
de eigendom van de hoofdgerechtigde zijn (zaaksvervanging)
2 soorten vruchten:
o Natuurlijke bijv. appels
o Burgerlijke bijv. rente of dividend
Rechten van gebruik en bewoning:
Recht van gebruik het recht bepaalde zaken te gebruiken en er de vruchten van te
genieten, die de gerechtigde voor zichzelf en gezin nodig heeft
Recht van bewoning de bevoegdheid om de desbetreffende woning samen met zijn gezin
te bewonen
Niet overerfbaar, overdraagbaar, noch geschikt om door een ander uitgeoefend te worden
Erfdienstbaarheid:
Art. 5:70 BW: erfdienstbaarheid een last waarmede een onroerende zaak (het dienende
erf) ten behoeve van een andere onroerende zaak (het heersende erf) is bezwaard
Werkt ook tegen opvolgende verkrijgers van het verbonden erf
Beperkt tot een dulden of niet doen (geen prestatie)
o Uitzondering: art. 5:71 lid 1: nevenverplichting
Retributie verplichting om aan de eigenaar van het dienende erf een geldsom te betalen
Erfpacht:
Art. 5:85 BW: erfpacht recht om andermans onroerende zaak te houden en te gebruiken
(vatbaar voor vererving)
Het genot van de verkregen zaak alsof hij eigenaar is
Canon een te betalen geldsom ter vergoeding van het erfpachtrecht
Eigenaar is eigenaar van aangebrachte gebouwen (art. 5:20 sub e)
o Wegnemingsrecht erfpachter mag alle onverplicht gebouwde werken wegnemen
(bij huizen vaak uitgesloten in algemene voorwaarden)
o Vergoedingsrecht recht op vergoeding van de waarde van nog aanwezige
gebouwen die zijn aangebracht
Opstal:
322
Gesloten systeem van beperkte rechten:
Beperkt recht een recht dat is afgeleid uit een meeromvattend recht, dat met dat beperkte
recht is bezwaard
o Moederrecht dat meeromvattende recht
o Dochterrecht dat beperkte recht
Zakelijke beperkte rechten beperkte rechten die uitsluitend op zaken kunnen rusten
(erfdienstbaarheid, erfpacht en opstal)
Alleen vestiging van in de wet genoemde beperkte rechten mogelijk gesloten stelsel
Genots- en zekerheidsrechten:
Twee categorieën beperkte rechten:
1. Genotsrechten beperkte rechten die de rechthebbende de bevoegdheid geven een goed te
gebruiken en het genot ervan te hebben, hoewel het aan een ander toebehoort
a. Vruchtgebruik
b. Erfpacht
c. Opstal
d. Erfdienstbaarheid
e. Appartementsrechten
2. Zekerheidsrechten beperkte rechten die de schuldeiser een sterkere positie verschaffen bij
verhaal van zijn vordering op het verbonden goed
a. Pand
b. Hypotheek
Beperkte rechten hebben absolute werking:
Absolute werking het recht is tegenover iedereen te handhaven, werking tegen eenieder
Droit de suite / zaaksgevolg het beperkte recht volgt het goed
Prioriteitsregel indien op hetzelfde goed meerdere beperkte rechten rusten, gaat een ouder
recht voor een jonger recht
Recht kan als separatist worden uitgeoefend in geval van faillissement van de rechthebbende
Verkrijging van beperkte rechten:
Doorgaans d.m.v. vestiging
Art. 3:81 lid 1 BW: iemand met zelfstandig en overdraagbaar recht kan beperkte rechten
vestigen
Art. 3:98 BW: voor vestiging van een beperkt recht gelden dezelfde vereisten als voor
overdracht van een beperkt recht (levering krachtens geldige titel door bevoegde)
o Vestigingshandeling de voor vestiging voorgeschreven wijze van levering,
geschiedt op dezelfde wijze als levering (bijv. bij vruchtgebruik notariële
vestigingsakte en inschrijving)
o 3:86 en 3:88 gelden ook voor beperkte rechten
Soms: verkrijging door overdracht dan wel verjaring
Tenietgaan van beperkte rechten:
Afstand doen beperkt recht gaat weer op in het hoofdrecht (art. 3:84 lid 1 van toepassing)
Art. 3:81 lid 2 BW: algemene wijzen van tenietgaan van beperkte rechten
, o Tenietgaan moederrecht tenietgaan beperkt recht
o Vermenging tenietgaan beperkt recht
o Op grond van derdenbeschermende bepalingen tenietgaan beperkt recht
Genotsrechten
Vruchtgebruik:
Art. 3:201 BW: vruchtgebruik het recht om goederen die aan een ander toebehoren te
gebruiken en daarvan de vruchten te genieten
Recht gaat teniet door dood vruchtgebruiker
Art. 3:207 BW: rechten vruchtgebruiker:
o Gebruiken / verbruiken in overeenstemming met de afgesproken regels
o Gebruik vruchtgebruiker slijtage (niet erg!)
Uitgangspunt: vruchtgebruiker mag goederen gebruiken, maar moeten in stand blijven,
uitzonderingen:
o Art. 3:215 vruchtgebruiker kan bevoegdheid hebben tot vervreemding goederen
o Art. 3:212 lid 1 indien er sprake is van bijv. een winkel, mogen de voorraden
vervreemd worden en moet het geld gebruikt worden voor nieuwe voorraden, die ook
de eigendom van de hoofdgerechtigde zijn (zaaksvervanging)
2 soorten vruchten:
o Natuurlijke bijv. appels
o Burgerlijke bijv. rente of dividend
Rechten van gebruik en bewoning:
Recht van gebruik het recht bepaalde zaken te gebruiken en er de vruchten van te
genieten, die de gerechtigde voor zichzelf en gezin nodig heeft
Recht van bewoning de bevoegdheid om de desbetreffende woning samen met zijn gezin
te bewonen
Niet overerfbaar, overdraagbaar, noch geschikt om door een ander uitgeoefend te worden
Erfdienstbaarheid:
Art. 5:70 BW: erfdienstbaarheid een last waarmede een onroerende zaak (het dienende
erf) ten behoeve van een andere onroerende zaak (het heersende erf) is bezwaard
Werkt ook tegen opvolgende verkrijgers van het verbonden erf
Beperkt tot een dulden of niet doen (geen prestatie)
o Uitzondering: art. 5:71 lid 1: nevenverplichting
Retributie verplichting om aan de eigenaar van het dienende erf een geldsom te betalen
Erfpacht:
Art. 5:85 BW: erfpacht recht om andermans onroerende zaak te houden en te gebruiken
(vatbaar voor vererving)
Het genot van de verkregen zaak alsof hij eigenaar is
Canon een te betalen geldsom ter vergoeding van het erfpachtrecht
Eigenaar is eigenaar van aangebrachte gebouwen (art. 5:20 sub e)
o Wegnemingsrecht erfpachter mag alle onverplicht gebouwde werken wegnemen
(bij huizen vaak uitgesloten in algemene voorwaarden)
o Vergoedingsrecht recht op vergoeding van de waarde van nog aanwezige
gebouwen die zijn aangebracht
Opstal: