Burgerlijk recht – Zwaartepunten van het vermogensrecht H8 nrs. 199-203
Derdenbescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder
Doorspreken van situaties:
De vervreemder is een beschikkingsonbevoegde detentor:
1) A leent fiets aan B, B verkoopt fiets aan C (te goeder trouw)
2) C wordt eigenaar, A verliest eigendom (art. 3:86 lid 1)
3) Uitzondering: A blijft eigenaar
a. Indien B levert d.m.v. constitutum possessorium
b. Want: geen bezitsverkrijging door C (mislukte levering geen bescherming 3:86)
De vervreemder is een beschikkingsonbevoegde bezitter:
1) X verkoopt vaas aan Y, X ontdekt bedrog door Y vernietigt koopovereenkomst
2) Dus: nooit geldige koop geweest titel vervallen Y is bezitter maar geen eigenaar
3) Y verkoopt en levert vaas aan Z voor vernietiging koop
4) Z wordt eigenaar, X verliest eigendom (art. 3:86)
5) Uitzondering: Z wordt eigenaar t.o.v. derden, X blijft eigenaar t.o.v. Z
a. Indien Y levert d.m.v. constitutum possessorium
b. Z verkrijgt bezit vaas
c. 3:90 lid 2: zaak is in handen van Y gebleven levering werkt niet tegenover X die
ouder eigendomsrecht heeft
d. Z is bezitter en eigenaar tegenover iedereen, maar kan het niet inroepen tegenover X
Levering door middel van een akte als bedoeld in art. 3:95:
1) 3:86 lid 1 buiten toepassing, want alleen als er is geleverd langs 3:90, 3:91 of 3:93 BW
2) Als iemand door een beschikkingsonbevoegde geleverd krijgt d.m.v. 3:95, geldt 3:86 niet
3) Maar: 3:88 geldt wel
Resumé – tweedeling roerende zaken, niet-registergoederen:
1. Vervreemder heeft zaak in zijn macht:
a. Dient te leveren door bezitsverschaffing
b. Beschikkingsonbevoegdheid: verkrijger beschermd door 3:86 indien hij te goeder
trouw is en de overdracht anders dan om niet geschiedt
2. Vervreemder heeft zaak niet in zijn macht:
a. Leveren door akte (3:95)
b. Beschikkingsonbevoegdheid: verkrijger nooit beschermd door 3:86, soms door 3:88
Derdenbescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder
Doorspreken van situaties:
De vervreemder is een beschikkingsonbevoegde detentor:
1) A leent fiets aan B, B verkoopt fiets aan C (te goeder trouw)
2) C wordt eigenaar, A verliest eigendom (art. 3:86 lid 1)
3) Uitzondering: A blijft eigenaar
a. Indien B levert d.m.v. constitutum possessorium
b. Want: geen bezitsverkrijging door C (mislukte levering geen bescherming 3:86)
De vervreemder is een beschikkingsonbevoegde bezitter:
1) X verkoopt vaas aan Y, X ontdekt bedrog door Y vernietigt koopovereenkomst
2) Dus: nooit geldige koop geweest titel vervallen Y is bezitter maar geen eigenaar
3) Y verkoopt en levert vaas aan Z voor vernietiging koop
4) Z wordt eigenaar, X verliest eigendom (art. 3:86)
5) Uitzondering: Z wordt eigenaar t.o.v. derden, X blijft eigenaar t.o.v. Z
a. Indien Y levert d.m.v. constitutum possessorium
b. Z verkrijgt bezit vaas
c. 3:90 lid 2: zaak is in handen van Y gebleven levering werkt niet tegenover X die
ouder eigendomsrecht heeft
d. Z is bezitter en eigenaar tegenover iedereen, maar kan het niet inroepen tegenover X
Levering door middel van een akte als bedoeld in art. 3:95:
1) 3:86 lid 1 buiten toepassing, want alleen als er is geleverd langs 3:90, 3:91 of 3:93 BW
2) Als iemand door een beschikkingsonbevoegde geleverd krijgt d.m.v. 3:95, geldt 3:86 niet
3) Maar: 3:88 geldt wel
Resumé – tweedeling roerende zaken, niet-registergoederen:
1. Vervreemder heeft zaak in zijn macht:
a. Dient te leveren door bezitsverschaffing
b. Beschikkingsonbevoegdheid: verkrijger beschermd door 3:86 indien hij te goeder
trouw is en de overdracht anders dan om niet geschiedt
2. Vervreemder heeft zaak niet in zijn macht:
a. Leveren door akte (3:95)
b. Beschikkingsonbevoegdheid: verkrijger nooit beschermd door 3:86, soms door 3:88