Burgerlijk recht – Zwaartepunten van het vermogensrecht H7 nrs. 160-178
Inleiding:
Art. 3:86 jo. 3:88 BW: uitzonderingen op het vereiste van beschikkingsbevoegdheid
Indien aan de eisen van deze artikelen voldaan is, komt overdracht tot stand ondanks het feit
dat beschikkingsbevoegdheid ontbreekt
De regel van art. 3:86 lid 1:
3:86 lid 1 BW: ondanks onbevoegdheid van de vervreemder is een overdracht van een
roerende zaak, niet-registergoed of een rechter aan toonder / order geldig indien de
overdracht anders dan om niet geschiedt en de verkrijger te goeder trouw is
Eisen om overdracht toch tot stand te laten komen:
o Levering van een roerende zaak, niet-registergoed OF een recht aan toonder / order
o Levering vindt plaats overeenkomst art. 3:90, 3:91 of 3:94
o De verkrijger is op het moment van levering te goeder trouw
o De levering geschiedt anders dan om niet
Let op: dit artikel beschermt niet tegen andere overdrachtsgebreken, alleen tegen
onbevoegdheid
Ratio van de regel van art. 3:86 lid 1:
Houderschap legitimeert het is bij een roerende zaak heel lastig te achterhalen of de
vervreemder ook de rechthebbende is
o Houder wordt vermoed bezitter te zijn
o Bezitter wordt vermoed eigenaar te zijn
De derde die te goeder trouw afgaat op de legitimatie van eigenaar die is verbonden aan het in
de macht hebben van de zaak krijgt bescherming indien blijkt dat de vervreemder niet
beschikkingsbevoegd was
Voor welke goederen en leveringen geldt de regel van art. 3:86 lid 1?
Art. 3:86 lid 1 geldt voor:
o Roerende zaken, niet-registergoederen
o Toonder- of orderrechten
Art. 3:86 lid 1 geldt voor:
o Leveringen als bedoeld in art. 3:90, 3:91 en 3:93
o “Normale” wijze van levering van roerende zaken, niet-registergoederen
Goede trouw van de derde-verkrijger:
Alleen bescherming bij goede trouw
Goede trouw wordt vermoed aanwezig te zijn en het niet bestaan moet worden bewezen
o Vorm van dwaling, onjuiste voorstelling van zaken
o Idee dat de vervreemder beschikkingsbevoegd is
o Derde-verkrijger moet niets hebben geweten en niks hebben behoren te weten van de
beschikkingsonbevoegdheid
Onder omstandigheden onderzoeksplicht:
Soms: iemand had beter behoren te weten
o Men moet nader onderzoek verrichten
o Zekere mate van zorg om tot juiste voorstelling van zaken te komen
Inleiding:
Art. 3:86 jo. 3:88 BW: uitzonderingen op het vereiste van beschikkingsbevoegdheid
Indien aan de eisen van deze artikelen voldaan is, komt overdracht tot stand ondanks het feit
dat beschikkingsbevoegdheid ontbreekt
De regel van art. 3:86 lid 1:
3:86 lid 1 BW: ondanks onbevoegdheid van de vervreemder is een overdracht van een
roerende zaak, niet-registergoed of een rechter aan toonder / order geldig indien de
overdracht anders dan om niet geschiedt en de verkrijger te goeder trouw is
Eisen om overdracht toch tot stand te laten komen:
o Levering van een roerende zaak, niet-registergoed OF een recht aan toonder / order
o Levering vindt plaats overeenkomst art. 3:90, 3:91 of 3:94
o De verkrijger is op het moment van levering te goeder trouw
o De levering geschiedt anders dan om niet
Let op: dit artikel beschermt niet tegen andere overdrachtsgebreken, alleen tegen
onbevoegdheid
Ratio van de regel van art. 3:86 lid 1:
Houderschap legitimeert het is bij een roerende zaak heel lastig te achterhalen of de
vervreemder ook de rechthebbende is
o Houder wordt vermoed bezitter te zijn
o Bezitter wordt vermoed eigenaar te zijn
De derde die te goeder trouw afgaat op de legitimatie van eigenaar die is verbonden aan het in
de macht hebben van de zaak krijgt bescherming indien blijkt dat de vervreemder niet
beschikkingsbevoegd was
Voor welke goederen en leveringen geldt de regel van art. 3:86 lid 1?
Art. 3:86 lid 1 geldt voor:
o Roerende zaken, niet-registergoederen
o Toonder- of orderrechten
Art. 3:86 lid 1 geldt voor:
o Leveringen als bedoeld in art. 3:90, 3:91 en 3:93
o “Normale” wijze van levering van roerende zaken, niet-registergoederen
Goede trouw van de derde-verkrijger:
Alleen bescherming bij goede trouw
Goede trouw wordt vermoed aanwezig te zijn en het niet bestaan moet worden bewezen
o Vorm van dwaling, onjuiste voorstelling van zaken
o Idee dat de vervreemder beschikkingsbevoegd is
o Derde-verkrijger moet niets hebben geweten en niks hebben behoren te weten van de
beschikkingsonbevoegdheid
Onder omstandigheden onderzoeksplicht:
Soms: iemand had beter behoren te weten
o Men moet nader onderzoek verrichten
o Zekere mate van zorg om tot juiste voorstelling van zaken te komen