Burgerlijk recht – Zwaartepunten van het vermogensrecht H6
Inleiding:
Overdracht goed gaat door een partijhandeling onder bijzondere titel over
o Resultaat van een levering krachtens een geldige titel, verricht door een
beschikkingsbevoegde
o Bewerkstelligde rechtsovergang
Overdracht veronderstelt overdraagbaarheid
o Hoofdregel: eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten zijn overdraagbaar
o Wet en aard van het recht kunnen overdraagbaarheid uitsluiten
o Louter bij vorderingsrechten bij een beding tussen schuldeiser en schuldenaar kan de
overdraagbaarheid van de vordering uitgesloten worden
Overdrachtsvereisten (art. 3:84 lid 1 BW) (constitutief – als er aan één niet voldaan is
komt er geen overdracht tot stand!):
o Levering
o Krachtens een geldige titel
o Verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken
Beschikkingsbevoegdheid:
Beschikken het vervreemden / bezwaren van een goed
o Vervreemden een ander tot rechthebbende maken
o Bezwaren het vestigen van een beperkt recht op een goed (bijv. vruchtgebruik,
pand, erfpacht, etc.)
o NB: verkopen is niet beschikken! Pas de overdracht is beschikken
o Steeds m.b.t. een bepaald goed
Functie: voorkomen dat een rechthebbende zijn goed verliest wanneer een onbevoegde het
goed aan een derde levert
Uitgangspunt: louter rechthebbende is beschikkingsbevoegd
o Uitzondering: bewind, faillissement, etc.
o Bewind rechthebbende kan alleen samen of met toestemming beschikken,
rechthebbende verliest beheer over de goederen
o Faillissement schuldenaar mist bevoegdheid te beschikken over goederen die
onder het algemene faillissementsbeslag vallen
o Bijzonder beslag door rechthebbende verrichte beschikkingshandeling is niet
tegen beslaglegger inroepbaar
Algemeen beslag omvat alle goederen van de beslagene
Bijzonder beslag treft één of meer bepaalde goederen van de beslagene
Leidt niet tot beschikkingsonbevoegdheid, maar latere
beschikkingshandelingen zij niet inroepbaar tegenover beslaglegger
2 soorten:
o Conservatoir beslag beslag om het goed zeker te stellen
voor executie
o Executoriaal beslag beslag om gerechtelijke
uitvoerlegging van een veroordelend vonnis van de rechter
Beperkt recht op goed rechthebbende kan slechts onder bezwaar van het recht overdragen
of bezwaren
Soorten beslag:
1) Conservatoir beslag
, a. Doel: voorkomen dat beslagene het goed aan executie onttrekt
b. Bijv.: B betaalt schuld niet aan A, A laat beslag leggen op vermogensdeel. Als B
vermogensdeel aan C vervreemdt, mag A die beschikkingshandeling negeren en zich
op dat goed verhalen
2) Executoriaal beslag
a. Doel: tot executie komen
b. Beslaglegger moet beschikken over executoriale titel
i. Executoriale titel een akte die schuldeiser het recht geeft om deze met
dwangmiddelen ten uitvoer te leggen
c. Bijv.: veroordelend vonnis (om geldsom te betalen, zaak te geven, etc.)
d. Zonder executoriale titel kan conservatoire beslaglegger zich wenden tot rechter om
executoriale titel te verkrijgen
i. Afwijzing = verval beslag
ii. Toewijzing = conservatoir beslag gaat over in executoriaal beslag
3) Derdenbeslag
a. Beslag onder een derde m.b.t. wat deze is verschuldigd aan de schuldenaar van de
beslaglegger
b. Bijv.: K heeft vordering op L, die vordering heeft op bank M. K kan derdenbeslag
leggen op wat L van M vordert
c. Conservatoir derdenbeslag bevriezende werking – M mag geen geld van L’s
bankrekening uitbetalen aan L
d. Executoriaal derdenbeslag bevreizende werking en doel dat M uit L’s rekening
K betaalt
Beslag tegenover beperkt zekerheidsrecht:
Beslag Zekerheidsrecht (bijv. pand)
Onvrijwillig – schuldeiser legt beslag Vrijwillig – aan schuldeiser verleend
Beslag vervalt door faillissement Ook uitoefenen in faillissement schuldenaar
Geen voorrang bij verdeling executieopbrengst Voorrang bij verdeling executieopbrengst
Niet-rechthebbende is niet beschikkingsbevoegd, tenzij:
Uitgangspunt: beschikkingsbevoegdheid komt slechts toe aan rechthebbende
Maar: soms kan niet-rechthebbende een ander tot rechthebbende van een goed maken
o Rechthebbende blijft zelf beschikkingsbevoegd
o Bijv.: verkoper verkoopt zaken aan klanten die niet van hem zijn
Soms: wet verleent niet-rechthebbende bevoegdheid om een ander tot rechthebbende te
maken
o Bijv. pandhouder krijgt recht van parate executie
Soms: overdracht ondanks beschikkingsonbevoegdheid
o Hoofdregel: iemand die beschikkingsonbevoegd is kan geen overdracht tot stand
brengen
o Uitzonderingen: verkrijger krijgt bescherming ten koste van rechthebbende
Bijv. wanneer verkrijger te goeder trouw is
Een geldige titel voor overdracht:
Titel een rechtsverhouding die aan de overdracht ten grondslag ligt en haar rechtvaardigt
Voorbeelden van overdrachtstitels:
o Verbintenisscheppende overeenkomst (koop, verbruikleen, ruil, schenking)
o Eenzijdige rechtshandelingen (bijv. legaat)
Inleiding:
Overdracht goed gaat door een partijhandeling onder bijzondere titel over
o Resultaat van een levering krachtens een geldige titel, verricht door een
beschikkingsbevoegde
o Bewerkstelligde rechtsovergang
Overdracht veronderstelt overdraagbaarheid
o Hoofdregel: eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten zijn overdraagbaar
o Wet en aard van het recht kunnen overdraagbaarheid uitsluiten
o Louter bij vorderingsrechten bij een beding tussen schuldeiser en schuldenaar kan de
overdraagbaarheid van de vordering uitgesloten worden
Overdrachtsvereisten (art. 3:84 lid 1 BW) (constitutief – als er aan één niet voldaan is
komt er geen overdracht tot stand!):
o Levering
o Krachtens een geldige titel
o Verricht door hem die bevoegd is over het goed te beschikken
Beschikkingsbevoegdheid:
Beschikken het vervreemden / bezwaren van een goed
o Vervreemden een ander tot rechthebbende maken
o Bezwaren het vestigen van een beperkt recht op een goed (bijv. vruchtgebruik,
pand, erfpacht, etc.)
o NB: verkopen is niet beschikken! Pas de overdracht is beschikken
o Steeds m.b.t. een bepaald goed
Functie: voorkomen dat een rechthebbende zijn goed verliest wanneer een onbevoegde het
goed aan een derde levert
Uitgangspunt: louter rechthebbende is beschikkingsbevoegd
o Uitzondering: bewind, faillissement, etc.
o Bewind rechthebbende kan alleen samen of met toestemming beschikken,
rechthebbende verliest beheer over de goederen
o Faillissement schuldenaar mist bevoegdheid te beschikken over goederen die
onder het algemene faillissementsbeslag vallen
o Bijzonder beslag door rechthebbende verrichte beschikkingshandeling is niet
tegen beslaglegger inroepbaar
Algemeen beslag omvat alle goederen van de beslagene
Bijzonder beslag treft één of meer bepaalde goederen van de beslagene
Leidt niet tot beschikkingsonbevoegdheid, maar latere
beschikkingshandelingen zij niet inroepbaar tegenover beslaglegger
2 soorten:
o Conservatoir beslag beslag om het goed zeker te stellen
voor executie
o Executoriaal beslag beslag om gerechtelijke
uitvoerlegging van een veroordelend vonnis van de rechter
Beperkt recht op goed rechthebbende kan slechts onder bezwaar van het recht overdragen
of bezwaren
Soorten beslag:
1) Conservatoir beslag
, a. Doel: voorkomen dat beslagene het goed aan executie onttrekt
b. Bijv.: B betaalt schuld niet aan A, A laat beslag leggen op vermogensdeel. Als B
vermogensdeel aan C vervreemdt, mag A die beschikkingshandeling negeren en zich
op dat goed verhalen
2) Executoriaal beslag
a. Doel: tot executie komen
b. Beslaglegger moet beschikken over executoriale titel
i. Executoriale titel een akte die schuldeiser het recht geeft om deze met
dwangmiddelen ten uitvoer te leggen
c. Bijv.: veroordelend vonnis (om geldsom te betalen, zaak te geven, etc.)
d. Zonder executoriale titel kan conservatoire beslaglegger zich wenden tot rechter om
executoriale titel te verkrijgen
i. Afwijzing = verval beslag
ii. Toewijzing = conservatoir beslag gaat over in executoriaal beslag
3) Derdenbeslag
a. Beslag onder een derde m.b.t. wat deze is verschuldigd aan de schuldenaar van de
beslaglegger
b. Bijv.: K heeft vordering op L, die vordering heeft op bank M. K kan derdenbeslag
leggen op wat L van M vordert
c. Conservatoir derdenbeslag bevriezende werking – M mag geen geld van L’s
bankrekening uitbetalen aan L
d. Executoriaal derdenbeslag bevreizende werking en doel dat M uit L’s rekening
K betaalt
Beslag tegenover beperkt zekerheidsrecht:
Beslag Zekerheidsrecht (bijv. pand)
Onvrijwillig – schuldeiser legt beslag Vrijwillig – aan schuldeiser verleend
Beslag vervalt door faillissement Ook uitoefenen in faillissement schuldenaar
Geen voorrang bij verdeling executieopbrengst Voorrang bij verdeling executieopbrengst
Niet-rechthebbende is niet beschikkingsbevoegd, tenzij:
Uitgangspunt: beschikkingsbevoegdheid komt slechts toe aan rechthebbende
Maar: soms kan niet-rechthebbende een ander tot rechthebbende van een goed maken
o Rechthebbende blijft zelf beschikkingsbevoegd
o Bijv.: verkoper verkoopt zaken aan klanten die niet van hem zijn
Soms: wet verleent niet-rechthebbende bevoegdheid om een ander tot rechthebbende te
maken
o Bijv. pandhouder krijgt recht van parate executie
Soms: overdracht ondanks beschikkingsonbevoegdheid
o Hoofdregel: iemand die beschikkingsonbevoegd is kan geen overdracht tot stand
brengen
o Uitzonderingen: verkrijger krijgt bescherming ten koste van rechthebbende
Bijv. wanneer verkrijger te goeder trouw is
Een geldige titel voor overdracht:
Titel een rechtsverhouding die aan de overdracht ten grondslag ligt en haar rechtvaardigt
Voorbeelden van overdrachtstitels:
o Verbintenisscheppende overeenkomst (koop, verbruikleen, ruil, schenking)
o Eenzijdige rechtshandelingen (bijv. legaat)