Burgerlijk recht – Zwaartepunten van het vermogensrecht H5
Inleiding:
Bezit ≠ eigendom
Bezit uiterlijke machtsuitoefening als eigenaar, houden van de zaak voor zichzelf
Bezit is een belangrijk bewijs van eigendom
Bezit en detentie:
Het houden van een goed macht uitoefenen over een goed
Houden als bezitter en als detentor:
o Bezit men houdt het goed voor zichzelf
o Detentie men houdt het goed voor iemand anders
Art. 3:108 BW: voor wie iemand een goed houdt naar verkeersopvatting op grond van
uiterlijke feiten beoordelen
o Naar verkeersopvatting naar algemeen gangbare, objectieve maatstaven
o Interne wil betekenisloos
o Bezitsdaden gedragingen die alleen de rechthebbende op dat goed verricht
Feitelijke handelingen of rechtshandelingen
Feitelijke handelingen bijv. kozijnen vervangen
Rechtshandelingen bijv. aannemingsovereenkomst tot verbouwing
Houden ≠ onder zich hebben
o Onder zich hebben is geen vereiste voor bezit / detentie
o Bezit en detentie duren voort zolang de bezitter het goed niet kennelijk prijsgeeft of
een ander het bezit / detentie verkrijgt
Kunnen onmiddellijk of middelijk zijn
o Middelijk bezit / detentie macht over het goed wordt niet rechtstreeks, maar via
een ander uitgeoefend (eigen gemeubileerde huis verhuren)
o Onmiddellijk bezit / detentie macht over het goed wordt rechtstreeks uitgeoefend
(eigen gemeubileerde huis bewonen)
Rechthebbende heeft recht op bezit van het goed
o Revindicatie bevoegdheid om de eigen zaak op te eisen van eenieder die haar
zonder recht houdt
Bezit is ook van andere goederen dan zaken mogelijk (bijv. vruchtgebruik – iemand anders
kan recht uitoefenen als ware hij de rechthebbende)
Nadere wettelijke regels voor de vaststelling van bezit:
Art. 3:108 BW: vraag of iemand een goed voor zichzelf of een ander houdt moet naar
verkeersopvatting op grond van uiterlijke feiten beantwoord worden met inachtneming van
de wettelijke bepalingen:
o Art. 3:109 BW: Houder wordt vermoed bezitter te zijn (tegenbewijs mogelijk)
o Verkrijging als detentor / bezitter
Bezitter stelt zaak ter beschikking aan een ander wordt hij detentor of
bezitter?
Hangt af van onderliggende rechtsverhouding
Art. 3:110 BW: de ander wordt detentor als:
Rechtsverhouding ertoe strekt dat de ander iets voor de bezitter zal
gaan houden
Bruikleen, huur, vruchtgebruik, pand
Wil ontvanger is irrelevant
Inleiding:
Bezit ≠ eigendom
Bezit uiterlijke machtsuitoefening als eigenaar, houden van de zaak voor zichzelf
Bezit is een belangrijk bewijs van eigendom
Bezit en detentie:
Het houden van een goed macht uitoefenen over een goed
Houden als bezitter en als detentor:
o Bezit men houdt het goed voor zichzelf
o Detentie men houdt het goed voor iemand anders
Art. 3:108 BW: voor wie iemand een goed houdt naar verkeersopvatting op grond van
uiterlijke feiten beoordelen
o Naar verkeersopvatting naar algemeen gangbare, objectieve maatstaven
o Interne wil betekenisloos
o Bezitsdaden gedragingen die alleen de rechthebbende op dat goed verricht
Feitelijke handelingen of rechtshandelingen
Feitelijke handelingen bijv. kozijnen vervangen
Rechtshandelingen bijv. aannemingsovereenkomst tot verbouwing
Houden ≠ onder zich hebben
o Onder zich hebben is geen vereiste voor bezit / detentie
o Bezit en detentie duren voort zolang de bezitter het goed niet kennelijk prijsgeeft of
een ander het bezit / detentie verkrijgt
Kunnen onmiddellijk of middelijk zijn
o Middelijk bezit / detentie macht over het goed wordt niet rechtstreeks, maar via
een ander uitgeoefend (eigen gemeubileerde huis verhuren)
o Onmiddellijk bezit / detentie macht over het goed wordt rechtstreeks uitgeoefend
(eigen gemeubileerde huis bewonen)
Rechthebbende heeft recht op bezit van het goed
o Revindicatie bevoegdheid om de eigen zaak op te eisen van eenieder die haar
zonder recht houdt
Bezit is ook van andere goederen dan zaken mogelijk (bijv. vruchtgebruik – iemand anders
kan recht uitoefenen als ware hij de rechthebbende)
Nadere wettelijke regels voor de vaststelling van bezit:
Art. 3:108 BW: vraag of iemand een goed voor zichzelf of een ander houdt moet naar
verkeersopvatting op grond van uiterlijke feiten beantwoord worden met inachtneming van
de wettelijke bepalingen:
o Art. 3:109 BW: Houder wordt vermoed bezitter te zijn (tegenbewijs mogelijk)
o Verkrijging als detentor / bezitter
Bezitter stelt zaak ter beschikking aan een ander wordt hij detentor of
bezitter?
Hangt af van onderliggende rechtsverhouding
Art. 3:110 BW: de ander wordt detentor als:
Rechtsverhouding ertoe strekt dat de ander iets voor de bezitter zal
gaan houden
Bruikleen, huur, vruchtgebruik, pand
Wil ontvanger is irrelevant