Burgerlijk recht – Hoorcollege week 5
Algemeen:
Wat is het verschil tussen goederenrecht en verbintenissenrecht?
Welke onderwerpen komen de volgende weken aan de orde?
Goederenrecht en verbintenissenrecht:
Goederenrecht:
o Verhouding tussen Persoon en Goed (P-G)
Verbintenissenrecht:
o Verhouding tussen Persoon en Persoon (P-P)
Goederenrecht:
Hoe verkrijgt A de eigendom van het huis van B?
Hoe vestigt bank B een pandrecht op de auto van C?
Hoe verliest D het bezit van zijn kat?
E heeft een vruchtgebruik op de tuin van F. Is hij bevoegd dit over te dragen aan G?
Gesloten systeem je moet het doen met de beperkte rechten die in de wet staan (ex art.
3:81 BW)
Verbintenissenrecht:
Hoe sluiten A en B een koopovereenkomst?
C rijdt D aan met zijn fiets, is C jegens D aansprakelijk?
E maakt dokterskosten ten behoeve van de kat van F, kan hij deze terugkrijgen van F?
Gaat meer om hoe men zich in het maatschappelijk verkeer t.o.v. elkaar gedraagt – ethiek van
het sociaal verkeer
Open stelsel de verbintenis moet passen binnen het wettelijk stelsel (art. 6:1 BW)
Vijf bronnen van verbintenissen (onthouden!):
1. Overeenkomst (6:213 e.v.)
2. Onrechtmatige daad (6:162)
3. Zaakwaarneming (6:198)
4. Onverschuldigde betaling (6:203)
5. Ongerechtvaardigde verrijking (6:212)
Onderwerpen van dit college:
Beginselen van het overeenkomstenrecht
Hoe sluit je een overeenkomst?
Wat kan er mis gaan?
Samenvatting
Beginselen
Goederenrecht Contractenrecht
Rechtszekerheid Autonomie
Vormvereisten Vormvrijheid
Overeenkomsten zijn bindend
Beginsel 1: Autonomie
Autonomie / contractsvrijheid / zelfbeschikking
, o Vrijheid om (niet) te contracteren
o Vrijheid om inhoud overeenkomst te bepalen
Dwerg wil geld verdienen Franse zaak waarin een dwerg met dwergwerpen geld verdient
(strijd met de menselijke waardigheid, maar dwerg dacht hier anders over), uiteindelijk
verboden
o Autonomie staat op gespannen voet met andere beginselen (mensenrechten)
Grenzen aan contractsvrijheid:
Andere vb: verkoop baby’s of organen
Arbeidsovereenkomst, huurovereenkomst, openbaar vervoer, gas, water, elektriciteit,
publiekrecht (bv. mededingingsrecht) consumentenbescherming
Onderscheid tussen B2B (business to business – contractsvrijheid) en B2C (business to
consument – dwingend recht)
Beginsel 2: Vormvrijheid / consensualisme
Enkele wilsovereenstemming is voldoende, 3:37 lid 1 (als partijen het eens zijn is er een
overeenkomst er hoeft niks ondertekend te worden o.i.d., als ze het eens zijn is het goed)
Er zijn uitzonderingen, bv.:
o Vereiste van schriftelijkheid, bv. art. 7:2 lid 1
Waarom vormvrijheid?
Beginsel 3: bindende kracht overeenkomsten
Evident
Echter: ontbindingsrecht (6:2300 en 7:2 lid 2)
Wat is de basis van een overeenkomst?
Oude buitenlandse uitspraak:
o Bedrijf A onderhandelt met bedrijf B over de koop van haakjöringshöd
o Ze worden het eens over de prijs, de hoeveelheid en de tijdstip van de levering
o Er is dus een overeenkomst, maar... wat betekent haakjöringshöd?
o Is er een overeenkomst tussen A en B gesloten en wat houdt die dan in?
Haakjöringshöd is haaienvlees, maar de partijen waren het eens over walvisvlees
o Maar: walvisvlees is veel duurder dan haaienvlees, koper vond het dus niet leuk
geldt nu wat er letterlijk staat of wat partijen echt bedoelden?
o Antwoord: wilsniveau geldt
2 niveau’s:
1. Tekstuele niveau
2. Wilsniveau
Hoe sluit je een overeenkomst?
Hoe sluit je een overeenkomst?
Art. 6:217: hoofdregel: aanbod en aanvaarding
o Soms bijzondere regels, bijv. art. 6:160 lid 2, 7:175 lid 2
Aanbod / aanvaarding-model is een abstractie
o “Ik doe u een aanbod” “ik aanvaard dat” het is soms impliciet
o Afleiden uit de situatie
Algemeen:
Wat is het verschil tussen goederenrecht en verbintenissenrecht?
Welke onderwerpen komen de volgende weken aan de orde?
Goederenrecht en verbintenissenrecht:
Goederenrecht:
o Verhouding tussen Persoon en Goed (P-G)
Verbintenissenrecht:
o Verhouding tussen Persoon en Persoon (P-P)
Goederenrecht:
Hoe verkrijgt A de eigendom van het huis van B?
Hoe vestigt bank B een pandrecht op de auto van C?
Hoe verliest D het bezit van zijn kat?
E heeft een vruchtgebruik op de tuin van F. Is hij bevoegd dit over te dragen aan G?
Gesloten systeem je moet het doen met de beperkte rechten die in de wet staan (ex art.
3:81 BW)
Verbintenissenrecht:
Hoe sluiten A en B een koopovereenkomst?
C rijdt D aan met zijn fiets, is C jegens D aansprakelijk?
E maakt dokterskosten ten behoeve van de kat van F, kan hij deze terugkrijgen van F?
Gaat meer om hoe men zich in het maatschappelijk verkeer t.o.v. elkaar gedraagt – ethiek van
het sociaal verkeer
Open stelsel de verbintenis moet passen binnen het wettelijk stelsel (art. 6:1 BW)
Vijf bronnen van verbintenissen (onthouden!):
1. Overeenkomst (6:213 e.v.)
2. Onrechtmatige daad (6:162)
3. Zaakwaarneming (6:198)
4. Onverschuldigde betaling (6:203)
5. Ongerechtvaardigde verrijking (6:212)
Onderwerpen van dit college:
Beginselen van het overeenkomstenrecht
Hoe sluit je een overeenkomst?
Wat kan er mis gaan?
Samenvatting
Beginselen
Goederenrecht Contractenrecht
Rechtszekerheid Autonomie
Vormvereisten Vormvrijheid
Overeenkomsten zijn bindend
Beginsel 1: Autonomie
Autonomie / contractsvrijheid / zelfbeschikking
, o Vrijheid om (niet) te contracteren
o Vrijheid om inhoud overeenkomst te bepalen
Dwerg wil geld verdienen Franse zaak waarin een dwerg met dwergwerpen geld verdient
(strijd met de menselijke waardigheid, maar dwerg dacht hier anders over), uiteindelijk
verboden
o Autonomie staat op gespannen voet met andere beginselen (mensenrechten)
Grenzen aan contractsvrijheid:
Andere vb: verkoop baby’s of organen
Arbeidsovereenkomst, huurovereenkomst, openbaar vervoer, gas, water, elektriciteit,
publiekrecht (bv. mededingingsrecht) consumentenbescherming
Onderscheid tussen B2B (business to business – contractsvrijheid) en B2C (business to
consument – dwingend recht)
Beginsel 2: Vormvrijheid / consensualisme
Enkele wilsovereenstemming is voldoende, 3:37 lid 1 (als partijen het eens zijn is er een
overeenkomst er hoeft niks ondertekend te worden o.i.d., als ze het eens zijn is het goed)
Er zijn uitzonderingen, bv.:
o Vereiste van schriftelijkheid, bv. art. 7:2 lid 1
Waarom vormvrijheid?
Beginsel 3: bindende kracht overeenkomsten
Evident
Echter: ontbindingsrecht (6:2300 en 7:2 lid 2)
Wat is de basis van een overeenkomst?
Oude buitenlandse uitspraak:
o Bedrijf A onderhandelt met bedrijf B over de koop van haakjöringshöd
o Ze worden het eens over de prijs, de hoeveelheid en de tijdstip van de levering
o Er is dus een overeenkomst, maar... wat betekent haakjöringshöd?
o Is er een overeenkomst tussen A en B gesloten en wat houdt die dan in?
Haakjöringshöd is haaienvlees, maar de partijen waren het eens over walvisvlees
o Maar: walvisvlees is veel duurder dan haaienvlees, koper vond het dus niet leuk
geldt nu wat er letterlijk staat of wat partijen echt bedoelden?
o Antwoord: wilsniveau geldt
2 niveau’s:
1. Tekstuele niveau
2. Wilsniveau
Hoe sluit je een overeenkomst?
Hoe sluit je een overeenkomst?
Art. 6:217: hoofdregel: aanbod en aanvaarding
o Soms bijzondere regels, bijv. art. 6:160 lid 2, 7:175 lid 2
Aanbod / aanvaarding-model is een abstractie
o “Ik doe u een aanbod” “ik aanvaard dat” het is soms impliciet
o Afleiden uit de situatie