Samenvatting Geschiedenis Pursuit of History, door Tosh
Dit is een samenvatting van hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 6 (twee versies), 7, 8, 9 en 10 van The Pursuit of
History, geschreven door John Tosh. Derde editie, 2002.
Chapter One: Historical awareness
Inleiding (blz. 1-2):
Tosh stelt dat historisch bewustzijn o.a. een psychologisch verschijnsel is:
- ieder mens heeft een bewustzijn van een persoonlijk verleden nodig.
- alle samenlevingen hebben collectieve herinneringen (dat hebben we nodig voor een gevoel
van richting en zingeving.
= social memory. Verschilt van de 'historical memory' van historici. Laatste alinea p. 2= korte
uitleg doelen historici.
Paragraaf 1(p. 3-6): Social memory (collectief geheugen)
-alinea 2, p.3: definitie social memory (populaire 'kennis' vh verleden, ten koste van historische
acuratesse):
* voor collectieve identiteitsgevoel (gedragsnormen bijv.)
* om het heden te rechtvaardigen of uit te leggen
Waar ontstaat social memory:
A) (p.3) vooral in kleinschalige en ongeletterde samenlevingen (prekoloniaal Afrika)
B) (p. 4) in alle samenlevingen, want social memory is een universele behoefte
- p. 4: doel social memory (=sociale cohesie) bereikt door:
* inclusie/consensus (nationalisme bijv.)
* exclusie
-laatse alinea p. 4 en p. 5: voorbeelden exclusie ( in nieuwe sociale bewegingen als de
vrouwenbeweging (p. 5-6) merkt men dat men een gezamenlijke geschiedenis nodig heeft om
als groep en om tegenover de rest om politiek sterk te staan.
, Paragraaf 2 (6-12): Historical Awareness
- p. 6: Ontstaan historisme (=het echte historiche bewustzijn; 19e eeuw-Duitsland)
- p.6-7: Uitgangspunten historisme (1. autonomie verleden moet gerespecteerd worden. Onze
tijd heeft andere normen en waarden en je moet elke tijd op zichzelf zien. 2. je moet proberen
het verleden weer tot leven te brengen. 3. geschiedenis is de sleutel om het heden te
begrijpen.)
-2e alinea p. 7- p. 8: verdere uitleg uitganspunten adh van namen:
(* Historisme=deel Romantiek
*Leopold Ranke ('wie es eigentlich gewesen ist') verplaats je, kijk door hun ogen, maar
oordeel niet, onpartijdig en waarheidsstrevend (onderaan p. 8)
*ThomasCarlyle (doe dit voor alle perioden in het verleden)
- p. 9-12: nogmaals de 3 principes + voorbeelden:
1. verschil (p. 9-10) zoals al 100 keer gezegd: het heden is gescheiden van alle andere eeuwen.
Anachronismen zijn dan ook de ergste fout. Tweede deel p. 9 voorbeelden (verschil
beleving natuur). p. 10: Historische empathie (inleven dus)
2. context (p. 11) Om dat compleet andere verleden te begrijpen moet je het in haar comtext
plaatsen. (voorbeeld familie)
3. vooruitgang (2e helft p. 11- p.12) Het gat tussen 'nu' en 'toen' is een proces van
vooruitgang geweest=het 'grote verhaal'.
Vertekeningen van de geschiedenis door 'social memory'
Paragraaf 3 (p.12-16) 1. Traditie
- 1e alinea: inleiding
- 2e alinea p. 13: definitie traditie (dat wat in het verleden werd gedaan is autoriteit voorwat je
in het heden ook moet doen) Traditie zorgt dat verleden= bijna zelfde als heden. Doet alsof er
geen veranderingen zijn.
-p. 14-16: voorbeelden
, * 2e alinea p. 14-p.15: nationalisme (men verdraait het verleden naar eigen inzicht, maakt
een
continu verhaal (traditie) om de nationale identiteit te bevorderen)
* p.15: recent autonoom geworden naties: (vb. Onafhankelijkheidsoorlog Amerika)
* p.16: ook bijv. in politiek in tijden van crisis (Churchill: 'Landgenoten! We zijn niet
veranderd, we zijn nog net zo dapper als vroeger. Laat ons vechten!')
Paragraaf 4 (p.17-18) 2. Nostalgie
-p. 17: definitie (Nostalgie kijkt net als traditie terug, maar ontkent verandering niet. Ziet
verandering echter ten slechte)
in samenlevingen onderhevig aan snelle veranderingen (bv. tijdens Romantiek en sinds de
Industriele Revolutie)
- p. 18: N= idealisatie van verleden, dus vertekening van gesch. Men wil er wegvluchten.
* historical awareness moet ons helpen inzicht te krijgen in het heden, maar Nostalgie
maakt ons er alleen maar pessimistisch over.
Paragraaf 5 (p. 19-20) 3. Vooruitgangsgeloof
- p. 19: definitie (progress is de positieve vertekening van de gechiedenis; veranderingen in
het verleden zijn positief en de verbetering gaar door in de toekomst)
* de moderniteit had vooruitgangsgeloof als kenmerk (verlichting, Voltaire, Hume); morele
vooruitgang, in geschiedenis van barbarisme naar beschaving.
-p. 20: verschil progress en proces (verschil voorruitgang en voortgang)= 1e is een oordeel en
partijdig (superioriteit heden over verleden), 2e neutraal. Progress vertekent geschiedenis dus.
-2e helft p. 20: samenvatting van vertekeningen van social memory (die drie zijn niet
gebaseerd op onderzoek maar op geloof)
Paragraaf 6 (p. 21-23) Historisme vs social memory
, -p 21: Historici (bv Butterfield) benadrukken het grote verschil tussen s.m. en hun aanpak.
-2e alinea p. 21: Taak historici is het bevragen van misinterpretaties van het verleden uit
sociale motivaties.
* maar social memory laat zich niet snel wegjagen. Vb p. 21-22: vertekeningen in geschiedenis
geschreven door politiek links of rechts (verschil sociale historicus zijn, en een socialist en
historicus zijn.)
-2e alinea p. 22: s.m. en historisme zijn niet zulke extreme uitersten als ze lijken:
A)* postmodernisme: er is geen verschil tussen s.m. em historisme, elke poging tot het
beschrijven van het verleden is een illusie.
-p. 23: B)* veel geschiedenis wordt geschreven vanuit een bepaalde politieke stroming
-2e alinea p. 23: conclusie: histocal awareness moet de voorkeur krijgen over social need.
Chapter Two: The Uses of History
I
Er is een groot verschil van mening over de vraag wat we kunnen leren van de geschiedenis.
Mensen hebben hierover zeer tegengestelde meningen. Aan de ene kant is er de opvatting dat
geschiedenis ons verteld wat we moeten weten over de toekomst. Door middel van bestudering
van de geschiedenis kun je dus inzicht krijgen in de toekomst. Dit vereist een zeer schematische
interpretatie van de oorzaak van de menselijke ontwikkeling (=metahistory). Deze gedachte was
vooral in de Middeleeuwen populair. Aan de andere kant is er de opvatting dat niets kan
worden geleerd van geschiedenis. Geschiedenis kan op geen enkele manier als gids voor het
leven dienen. Redenen voor deze opvatting waren een tegtengaan van het totalitarisme en de
gedachte waarom je je zorgen zou maken over het verleden; je leeft nu immers in het heden.
Beide tegenstellingen hebben veel aanhang gekregen onder historici.
II
Eén van de drie principes van het historisme is historisch verschil (difference). Dit houdt in dat je
je kunt inleven in een andere tijd. Er is een verschil in tijd waarin wij nu leven en de historische
gebeurtenis. Om wetenschappelijk op een goede manier geschiedenis te beoefenen moet je je
realiseren dat er meestal meerdere manieren zijn om iets te interpreteren. Sommige dingen zijn
anders dan ze op het eerste gezicht lijken. Vaak zijn er alternatieven. Het is belangrijk om op die
alternatieven alert te zijn. Om op een goede maner de geschiedenis te beschrijven moet je niet
met een half oog naar de huidige situatie in de huidige tijd kijken. Je moet je verplaatsen naar
die tijd. Het principe van de difference is belangrijk om een goed beeld te krijgen van de
, geschiedenis. Tosh noemt het voorbeeld van een natie die zijn verleden niet onder ogen kan
zien, die zal gehandicapt zijn in de toekomst. Door zo objectief mogelijk naar het verleden te
kijken zien we het bewijs van de vergankelijkheid van onze tijd. Bovendien herinnert dit ons aan
de vreemd elementen in onze huidige tijd.
III
Historische gebeurtenissen moeten altijd in hun historische context geplaatst worden.
Belangrijk bij het uitgangspunt van de context is dat geschiedenis zichzelf nooit herhaalt. Het is
goed als mensen proberen te leren van hun fouten en successen, hetzelfde geld voor
samenlevingen. Je moet echter oppassen om geschiedenis als gids te gaan gebruiken. Mensen
(politici!) hebben nog wel eens de neiging om niet te leren van morele voorbeelden, maar
praktische lessen te trekken. Lange tijd werd er zo gedacht, vooral in de renaissance was de
gedachte dat je praktische lessen kon trekken uit de geschiedenis, populair. In de recente
geschiedenis is de gedachte opgekomen dat context belangrijk is om een goed beeld te krijgen
van de geschiedenis. Zoals gezegd: de geschiedenis herhaalt zichzelf nooit. Als een gebeurtenis
heeft plaatsgevonden is dat het resultaat van een unieke combinatie van omstandigheden en
onze strategie moet dan ook vooral gericht zijn op die omstandigheden en dus niet op hoe het
in het verleden eens een keer is gegaan.
IV
Het derde principe van het historisme behelst de process. Belangrijk om in gedachten te houden
is dat voorgang in de tijd nog geen vooruitgang is. Process helpt ons alleen om onze wereld te
verklaren. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘sequential’ (=opeenvolgende)
voorspellingen en ‘repetitive’ of ‘recurrent’ (zich herhalende) voorspellingen. Bij de eerste
worden conclusies over historisch proces gebaseerd op voorzichtig onderzoek, dan kunnen er
nuttige voorspellingen gedaan worden. De tweede term gaat ervan uit dat historical process in
het licht van vandaag moet worden gesteld.
Historisch perspectief vereist dat wij afstand doen van het idee dat landen organisch zijn.
Landen zijn gevormd door mensen en zijn zgn. bedachte samenlevingen.
V
Concluderend uit bovenstaande paragrafen kun je zeggen dat mensen verschillend denken over
de relevantie van geschiedenis. Vraag blijft dan natuurlijk hoe dit de manier waarop historici
werken hebben beïnvloed, oftewel hoe denken historici zelf over hun vak? In de 19e eeuw vond
een professionalisering plaats van de geschiedwetenschap. Sommige historici kwamen tot de
conclusie dat je niet moet kijken naar praktische voordelen, maar geschiedenis moet je
bestuderen ‘for its own sake’. De vraag blijft natuurlijk of je überhaupt dan wel iets kan leren
Dit is een samenvatting van hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 6 (twee versies), 7, 8, 9 en 10 van The Pursuit of
History, geschreven door John Tosh. Derde editie, 2002.
Chapter One: Historical awareness
Inleiding (blz. 1-2):
Tosh stelt dat historisch bewustzijn o.a. een psychologisch verschijnsel is:
- ieder mens heeft een bewustzijn van een persoonlijk verleden nodig.
- alle samenlevingen hebben collectieve herinneringen (dat hebben we nodig voor een gevoel
van richting en zingeving.
= social memory. Verschilt van de 'historical memory' van historici. Laatste alinea p. 2= korte
uitleg doelen historici.
Paragraaf 1(p. 3-6): Social memory (collectief geheugen)
-alinea 2, p.3: definitie social memory (populaire 'kennis' vh verleden, ten koste van historische
acuratesse):
* voor collectieve identiteitsgevoel (gedragsnormen bijv.)
* om het heden te rechtvaardigen of uit te leggen
Waar ontstaat social memory:
A) (p.3) vooral in kleinschalige en ongeletterde samenlevingen (prekoloniaal Afrika)
B) (p. 4) in alle samenlevingen, want social memory is een universele behoefte
- p. 4: doel social memory (=sociale cohesie) bereikt door:
* inclusie/consensus (nationalisme bijv.)
* exclusie
-laatse alinea p. 4 en p. 5: voorbeelden exclusie ( in nieuwe sociale bewegingen als de
vrouwenbeweging (p. 5-6) merkt men dat men een gezamenlijke geschiedenis nodig heeft om
als groep en om tegenover de rest om politiek sterk te staan.
, Paragraaf 2 (6-12): Historical Awareness
- p. 6: Ontstaan historisme (=het echte historiche bewustzijn; 19e eeuw-Duitsland)
- p.6-7: Uitgangspunten historisme (1. autonomie verleden moet gerespecteerd worden. Onze
tijd heeft andere normen en waarden en je moet elke tijd op zichzelf zien. 2. je moet proberen
het verleden weer tot leven te brengen. 3. geschiedenis is de sleutel om het heden te
begrijpen.)
-2e alinea p. 7- p. 8: verdere uitleg uitganspunten adh van namen:
(* Historisme=deel Romantiek
*Leopold Ranke ('wie es eigentlich gewesen ist') verplaats je, kijk door hun ogen, maar
oordeel niet, onpartijdig en waarheidsstrevend (onderaan p. 8)
*ThomasCarlyle (doe dit voor alle perioden in het verleden)
- p. 9-12: nogmaals de 3 principes + voorbeelden:
1. verschil (p. 9-10) zoals al 100 keer gezegd: het heden is gescheiden van alle andere eeuwen.
Anachronismen zijn dan ook de ergste fout. Tweede deel p. 9 voorbeelden (verschil
beleving natuur). p. 10: Historische empathie (inleven dus)
2. context (p. 11) Om dat compleet andere verleden te begrijpen moet je het in haar comtext
plaatsen. (voorbeeld familie)
3. vooruitgang (2e helft p. 11- p.12) Het gat tussen 'nu' en 'toen' is een proces van
vooruitgang geweest=het 'grote verhaal'.
Vertekeningen van de geschiedenis door 'social memory'
Paragraaf 3 (p.12-16) 1. Traditie
- 1e alinea: inleiding
- 2e alinea p. 13: definitie traditie (dat wat in het verleden werd gedaan is autoriteit voorwat je
in het heden ook moet doen) Traditie zorgt dat verleden= bijna zelfde als heden. Doet alsof er
geen veranderingen zijn.
-p. 14-16: voorbeelden
, * 2e alinea p. 14-p.15: nationalisme (men verdraait het verleden naar eigen inzicht, maakt
een
continu verhaal (traditie) om de nationale identiteit te bevorderen)
* p.15: recent autonoom geworden naties: (vb. Onafhankelijkheidsoorlog Amerika)
* p.16: ook bijv. in politiek in tijden van crisis (Churchill: 'Landgenoten! We zijn niet
veranderd, we zijn nog net zo dapper als vroeger. Laat ons vechten!')
Paragraaf 4 (p.17-18) 2. Nostalgie
-p. 17: definitie (Nostalgie kijkt net als traditie terug, maar ontkent verandering niet. Ziet
verandering echter ten slechte)
in samenlevingen onderhevig aan snelle veranderingen (bv. tijdens Romantiek en sinds de
Industriele Revolutie)
- p. 18: N= idealisatie van verleden, dus vertekening van gesch. Men wil er wegvluchten.
* historical awareness moet ons helpen inzicht te krijgen in het heden, maar Nostalgie
maakt ons er alleen maar pessimistisch over.
Paragraaf 5 (p. 19-20) 3. Vooruitgangsgeloof
- p. 19: definitie (progress is de positieve vertekening van de gechiedenis; veranderingen in
het verleden zijn positief en de verbetering gaar door in de toekomst)
* de moderniteit had vooruitgangsgeloof als kenmerk (verlichting, Voltaire, Hume); morele
vooruitgang, in geschiedenis van barbarisme naar beschaving.
-p. 20: verschil progress en proces (verschil voorruitgang en voortgang)= 1e is een oordeel en
partijdig (superioriteit heden over verleden), 2e neutraal. Progress vertekent geschiedenis dus.
-2e helft p. 20: samenvatting van vertekeningen van social memory (die drie zijn niet
gebaseerd op onderzoek maar op geloof)
Paragraaf 6 (p. 21-23) Historisme vs social memory
, -p 21: Historici (bv Butterfield) benadrukken het grote verschil tussen s.m. en hun aanpak.
-2e alinea p. 21: Taak historici is het bevragen van misinterpretaties van het verleden uit
sociale motivaties.
* maar social memory laat zich niet snel wegjagen. Vb p. 21-22: vertekeningen in geschiedenis
geschreven door politiek links of rechts (verschil sociale historicus zijn, en een socialist en
historicus zijn.)
-2e alinea p. 22: s.m. en historisme zijn niet zulke extreme uitersten als ze lijken:
A)* postmodernisme: er is geen verschil tussen s.m. em historisme, elke poging tot het
beschrijven van het verleden is een illusie.
-p. 23: B)* veel geschiedenis wordt geschreven vanuit een bepaalde politieke stroming
-2e alinea p. 23: conclusie: histocal awareness moet de voorkeur krijgen over social need.
Chapter Two: The Uses of History
I
Er is een groot verschil van mening over de vraag wat we kunnen leren van de geschiedenis.
Mensen hebben hierover zeer tegengestelde meningen. Aan de ene kant is er de opvatting dat
geschiedenis ons verteld wat we moeten weten over de toekomst. Door middel van bestudering
van de geschiedenis kun je dus inzicht krijgen in de toekomst. Dit vereist een zeer schematische
interpretatie van de oorzaak van de menselijke ontwikkeling (=metahistory). Deze gedachte was
vooral in de Middeleeuwen populair. Aan de andere kant is er de opvatting dat niets kan
worden geleerd van geschiedenis. Geschiedenis kan op geen enkele manier als gids voor het
leven dienen. Redenen voor deze opvatting waren een tegtengaan van het totalitarisme en de
gedachte waarom je je zorgen zou maken over het verleden; je leeft nu immers in het heden.
Beide tegenstellingen hebben veel aanhang gekregen onder historici.
II
Eén van de drie principes van het historisme is historisch verschil (difference). Dit houdt in dat je
je kunt inleven in een andere tijd. Er is een verschil in tijd waarin wij nu leven en de historische
gebeurtenis. Om wetenschappelijk op een goede manier geschiedenis te beoefenen moet je je
realiseren dat er meestal meerdere manieren zijn om iets te interpreteren. Sommige dingen zijn
anders dan ze op het eerste gezicht lijken. Vaak zijn er alternatieven. Het is belangrijk om op die
alternatieven alert te zijn. Om op een goede maner de geschiedenis te beschrijven moet je niet
met een half oog naar de huidige situatie in de huidige tijd kijken. Je moet je verplaatsen naar
die tijd. Het principe van de difference is belangrijk om een goed beeld te krijgen van de
, geschiedenis. Tosh noemt het voorbeeld van een natie die zijn verleden niet onder ogen kan
zien, die zal gehandicapt zijn in de toekomst. Door zo objectief mogelijk naar het verleden te
kijken zien we het bewijs van de vergankelijkheid van onze tijd. Bovendien herinnert dit ons aan
de vreemd elementen in onze huidige tijd.
III
Historische gebeurtenissen moeten altijd in hun historische context geplaatst worden.
Belangrijk bij het uitgangspunt van de context is dat geschiedenis zichzelf nooit herhaalt. Het is
goed als mensen proberen te leren van hun fouten en successen, hetzelfde geld voor
samenlevingen. Je moet echter oppassen om geschiedenis als gids te gaan gebruiken. Mensen
(politici!) hebben nog wel eens de neiging om niet te leren van morele voorbeelden, maar
praktische lessen te trekken. Lange tijd werd er zo gedacht, vooral in de renaissance was de
gedachte dat je praktische lessen kon trekken uit de geschiedenis, populair. In de recente
geschiedenis is de gedachte opgekomen dat context belangrijk is om een goed beeld te krijgen
van de geschiedenis. Zoals gezegd: de geschiedenis herhaalt zichzelf nooit. Als een gebeurtenis
heeft plaatsgevonden is dat het resultaat van een unieke combinatie van omstandigheden en
onze strategie moet dan ook vooral gericht zijn op die omstandigheden en dus niet op hoe het
in het verleden eens een keer is gegaan.
IV
Het derde principe van het historisme behelst de process. Belangrijk om in gedachten te houden
is dat voorgang in de tijd nog geen vooruitgang is. Process helpt ons alleen om onze wereld te
verklaren. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘sequential’ (=opeenvolgende)
voorspellingen en ‘repetitive’ of ‘recurrent’ (zich herhalende) voorspellingen. Bij de eerste
worden conclusies over historisch proces gebaseerd op voorzichtig onderzoek, dan kunnen er
nuttige voorspellingen gedaan worden. De tweede term gaat ervan uit dat historical process in
het licht van vandaag moet worden gesteld.
Historisch perspectief vereist dat wij afstand doen van het idee dat landen organisch zijn.
Landen zijn gevormd door mensen en zijn zgn. bedachte samenlevingen.
V
Concluderend uit bovenstaande paragrafen kun je zeggen dat mensen verschillend denken over
de relevantie van geschiedenis. Vraag blijft dan natuurlijk hoe dit de manier waarop historici
werken hebben beïnvloed, oftewel hoe denken historici zelf over hun vak? In de 19e eeuw vond
een professionalisering plaats van de geschiedwetenschap. Sommige historici kwamen tot de
conclusie dat je niet moet kijken naar praktische voordelen, maar geschiedenis moet je
bestuderen ‘for its own sake’. De vraag blijft natuurlijk of je überhaupt dan wel iets kan leren