KWALITEITSSTANDAARD
PSYCHISCHE TRANSGENDERZORG
Geautoriseerd – 18 december 2017
INITIATIEF
Alliantie Transgenderzorg
IN SAMENWERKING MET:
Beroepsvereniging voor Professionals in Sociaal Werk
Genderteam Curium-LUMC
Kennis en Zorgcentrum Genderdysforie VU Medisch Centrum
Nederlands Huisartsen Genootschap
Nederlands Instituut van Psychologen
Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie
Patiëntenorganisatie Stichting Transvisie
Platform van Seksuologische Teams in GGZ-instellingen
PsyQ
Rutgers, Kenniscentrum Seksualiteit
Transvisie Zorg (vanaf 1-4-2016 onderdeel van PsyQ)
Transgender Netwerk Nederland
Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie
Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
MET ONDERSTEUNING VAN:
PROVA
FINANCIERING
Fonds NutsOhra
Ministerie van OC&W, Directie Emancipatie
1|Pagina
, Kwaliteitsstandaard psychische transgenderzorg – Geautoriseerd
COLOFON
Kwaliteitsstandaard psychische transgenderzorg
© Alliantie Transgenderzorg 2017
Overschiestraat 61
1062 XD Amsterdam
Alle rechten voorbehouden.
De tekst uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of
openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enige andere
manier indien het ten goede komt aan de zorg en het onderwijs op dit gebied.
2|Pagina
, Kwaliteitsstandaard psychische transgenderzorg – Geautoriseerd
Samenstelling werkgroep
Prof. dr. P.T. Cohen-Kettenis, onafhankelijk voorzitter
Drs. M.K. Tuut, epidemioloog, PROVA, procesbegeleider
Mr. drs. Th.W. Wormgoor, namens Alliantie Transgenderzorg en Transvisie Zorg, projectsecretaris
Drs. B.H.W. Bakker, namens Rutgers, tot 1 maart 2015
Drs. W.T.M. van Berlo, namens Rutgers, vanaf 1 maart 2015
Drs. S.J. Bastiaans, namens patiëntenorganisatie Transvisie, tot 11 maart 2015
Drs. R.H.J. Blom, namens patiëntenorganisatie Transvisie, van 11 maart 2015 tot 31 december 2016
G. Bijzitter, namens Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
Dr. I. Bok, namens KZcG VUmc
Dr. R. del Canho, namens Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
Dr. A.M. Fredriks, namens genderteam Curium-LUMC (tot 1 oktober 2016), daarna op persoonlijke titel
E.S. Geurst-Renfurm, namens Beroepsvereniging voor Professionals in Sociaal Werk
L. van Ginneken, namens patiëntenorganisatie Transvisie, vanaf 1 januari 2017
H.G.M. Groen, namens patiëntenorganisatie Transvisie, tot 31 december 2016
Dr. S.E. Hannema, namens Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
Drs. A.M. Heijnen, namens Nederlands Huisartsen Genootschap / SeksHAG
Drs. D. Klink, namens Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde
Drs. L.M. de Loos, namens Nederlands Instituut van Psychologen en Transvisie Zorg
Drs. J. Roeffen, namens Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie
S.R.M. Schers, namens Transgender Netwerk Nederland
Dr. A.L.C. de Vries, namens Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en VUMC
Drs. J.A. Vroege, namens Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie, PSTG en PsyQ
A. Wester, namens Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
3|Pagina
, Kwaliteitsstandaard psychische transgenderzorg – Geautoriseerd
Samenvatting voor de praktijk
Doelgroep: Personen met genderdysforie vormen een heterogene groep. In deze kwaliteitsstandaard wordt daarbij
onderscheid gemaakt tussen de volgende subgroepen:
1. Kinderen voor de puberteit met genderidentiteitsvragen of genderdysforie
2. Volwassenen of adolescenten die in verwarring zijn over hun genderidentiteit
3. Volwassenen of adolescenten bij wie sprake is van problemen m.b.t. travestie (al dan niet fetisjistisch)
4. Volwassenen of adolescenten met genderdysforie, maar zonder duurzame wens tot een genderbevestigende
somatische behandeling
5. Volwassenen of adolescenten met genderdysforie en een duurzame wens tot een genderbevestigende somatische
behandeling die (nog) niet voor een dergelijke behandeling in aanmerking komen (bijvoorbeeld i.v.m. onvoldoende
psychische draagkracht of lichamelijke contra-indicaties)
6. Volwassenen of adolescenten met genderdysforie en een duurzame wens tot een genderbevestigende somatische
behandeling die wel voor een dergelijke behandeling in aanmerking komen
7. Volwassenen of adolescenten die een genderbevestigende somatische behandeling hebben ondergaan
Hoe vaak komt het voor? Het is niet goed bekend hoe vaak genderdysforie voorkomt en welke behoefte aan
professionele hulp er precies is. Onderzoek hiernaar is belangrijk. Bij het ervaren geslacht zullen daarbij meer opties
moeten worden geboden dan man of vrouw.
Signaleren: Open staan voor transgenderproblematiek is belangrijk. Mensen kunnen zich met andere problemen
(psychisch of lichamelijk), melden zonder dat daarbij de transgenderproblematiek ter sprake komt. Omgaan met
transgenderproblemen kan extra complex zijn vanwege de religieuze of etnische achtergrond van de betrokkenen.
‘Transgendersensitiviteit uitstralen’ kan mensen helpen om gemakkelijker transgender gevoelens te uiten. Hiermee wordt
bedoeld dat bijvoorbeeld in informatiemateriaal vermeld kan worden dat transgender personen welkom zijn en dat
bijvoorbeeld in formulieren, registratiesystemen en toiletten meer opties worden aangegeven dan alleen man of vrouw.
Hulpverleners dienen afspraken te maken met cliënten over de manier waarop zij aangesproken willen worden.
Diagnostiek: Mensen met een (mogelijk) genderidentiteitsprobleem kunnen een grote variatie in hulpvragen hebben.
Voor alles moet worden uitgezocht om welke hulpvraag het gaat, in een open en vertrouwenwekkende sfeer. De
diagnostiek dient niet alleen gericht te zijn op het vaststellen van genderdysforie en op een eventuele
genderbevestigende somatische behandeling, maar ook op eventueel benodigde psychische zorg binnen de GGZ.
Behandeling: Voor goede psychische zorg voor transgender personen voor, tijdens en na een eventuele somatische
behandeling zijn de volgende voorwaarden van belang:
• Een respectvolle, gendersensitieve, ontwikkelingsadequate, niet-veroordelende, steunende attitude
• Specialistische kennis
• Specialistisch zorgaanbod, inclusief psychoeducatie, individuele psychotherapie, partnerrelatietherapie,
gezinstherapie en groepstherapie
• Psychische hulp voor naasten van transgender personen
• Afspraken tussen zorgverleners in de GGZ en somatische zorgverleners over taakverdeling en samenwerking tijdens
het behandeltraject
• Evaluatie van de zorg met de hulpvrager
De psychische behandeling van genderdysforie dient niet alleen gericht te zijn op het transgender zijn en de manier
van omgaan hiermee, maar ook op de psychische problematiek die hiermee gepaard kan gaan. Als psychische
problemen een goede beoordeling van de genderdysfore gevoelens of een genderbevestigende somatische
behandeling belemmeren, dan is voorafgaand aan het somatische traject behandeling in de GGZ nodig.
Randvoorwaarden in de organisatie van zorg
Bekendheid van aanbod van zorg: Informatie over behandelaanbod in de GGZ en ondersteuning door patiënten- en
belangenorganisaties moet actueel en gemakkelijk beschikbaar zijn.
Wachtlijsten: Zorg aan transgender personen moet laagdrempelig aangeboden worden. Een wachtperiode binnen de
GGZ van meer dan 6 weken is ongewenst. Decentraal aanbieden van zorg en e-health kunnen de toegang tot de zorg
voor transgenders faciliteren. Indien nodig kan worden verwezen naar gespecialiseerde zorg die maar op enkele
plaatsen in het land beschikbaar is.
4|Pagina