Hoofdstuk 4
Steekproef = een kleine collectie van een grotere eenheid. Als deze al de kenmerken van de
populatie, is deze representatief en kan er gegeneraliseerd worden.
Aselecte steekproef (random sample) = steekproef die op willekeurige selectie uit de
populatie berust. Dit type steekproef is efficiënt in tijd en geld, want je hoeft niet de gehele
populatie te onderzoeken om toch een beeld ervan te krijgen. Kwantitatieve onderzoekers
maken veel gebruik van deze methode. Kwalitatieve onderzoekers wat minder, want hun
doel is het verhelderen en verdiepen van inzichten.
Vier types van niet-aselecte steekproeven:
Gemakssteekproef = steekproefdesign waarbij men niet-systematische selecteert en
waar dus gemakkelijk een verkeerd beeld van de populatie ontstaat. Ook is er een
gebrek aan diepgang en context voor kwalitatief onderzoek. Je kunt dit type sample
gebruiken in de voorfase van een verkennend onderzoek, en anders zijn ze van
beperkt nut.
Bijvoorbeeld: televisie interviewers spreken mensen aan die toevallig langslopen en
er ‘normaal’ uitzien, niet druk en spraakzaam uitzien. Deze mensen zijn echter niet
representatief voor de gehele populatie.
o Lukraak: niet systematisch, zorgeloze ‘alles kan’ methode.
o Random: systematisch, mathematistische willekeurige methode.
Quotasteekproef = steekproef waarin de selectie gebaseerd is op vastgestelde
categorieën vullen, deze categorieën zijn kenmerken van de populatie.
Deze methode is beter dan de gemakssteekproef, omdat je ermee verzekert dat de
grote verschillen in de populatie ook zichtbaar zijn in je steekproef. Maar er zijn ook
beperkingen, zoals het feit dat er een kans is dat je vooral mensen uitkiest die er
vriendelijk uitzien. Ook maakt de quotasteekproef alleen de diversiteit van een paar
vooraf vastgestelde categorieën duidelijk, want een populatie kan wel verschillen op
twintig verschillende manieren, maar vaak kies je niet meer dan drie categorieën.
o Je maakt verschillende categorieën (geslacht, leeftijd, etniciteit). De
categorieën moeten aspecten van diversiteit in de populatie, waarvan jij denkt
dat ze belangrijk zijn, bevatten.
o Je bepaalt hoeveel eenheden je van elke categorie je gaat onderzoeken.
o Je selecteert eenheden uit een groep. Bijvoorbeeld: je vraagt aan alle
mannelijke bezoekers wat hun leeftijd is en als je categorie mannelijke
bezoekers onder de 30 jaar vol is (10 mannen) vol is, dan stop je met vragen.
Doelgerichte steekproef = niet-willekeurig steekproefdesign waarin je selecteert op
bepaalde kenmerken die individuen bezitten. Deze techniek is vooral bruikbaar als:
o je de meest informatieve elementen wil selecteren.
o je uit een specifieke, moeilijk te bereiken populatie wil selecteren.
Sneeuwbalsteekproef = steekproef waarin de selectie gebaseerd is op bestaande
netwerken van de proefpersonen. Het nadeel is dat het van groot belang is waar je
begint en dat het niet representatief is, omdat mensen met een groot netwerk een
grotere kans hebben om in de steekproef te komen.
In een grote populatie:
Steekproefelement = een geval of eenheid van analyse uit de populatie die geselecteerd kan
worden voor een steekproef.
Universum = brede groep over wie je de theorie wil generaliseren.
Populatie = collectie van elementen waarvan je een steekproef wil doen
Target populatie = specifieke populatie die je gebruikt.