Hoofdstuk 3
Onderzoekers hebben een sterke morele en professionele verplichting om zich ethisch te
gedragen, te allen tijde en in alle situaties. Ze balanceren continu tussen kennis vergaren om
een vraag te beantwoorden en de rechten van de proefpersonen waarborgen.
Wetenschappelijk wangedrag = als een onderzoeker algemene standaarden schendt.
Onderzoeksfraude = als een onderzoeker onderzoeksdata verzint of vervalst, of er
wordt gelogen over hoe het onderzoek is uitgevoerd.
Plagiaat = het gebruik van iemand anders woorden of ideeën alsof deze van jou zijn,
dus zonder deze persoon in de bronvermelding te zetten.
Wettelijke en ethische verantwoordelijkheden zijn niet hetzelfde! Iets kan ethisch zijn, maar
niet legaal en onethisch, maar wel legaal.
De ethische richtlijnen zijn ontstaan na experimenten die de nazi deden op mensen, onder
andere met het syfilisonderzoek. Een van de eerste maatregelen was de regel van vrijwillige
deelname. Andere regels zijn:
Beschermen van participanten
o Fysieke beschadiging (veilige omgeving en risicovolle proefpersonen,
bijvoorbeeld hartpatiënten niet aan stressvolle situaties blootstellen).
o Psychologische beschadiging (geen stressvolle, ongemakkelijke, angstige en
onprettige situaties).
o Wettelijke beschadiging (geen illegale activiteiten doen zodat proefpersonen
het risico lopen opgepakt te worden).
Participatie moet vrijwillig en vrijblijvend zijn
o Principe van vrijwillige participatie = nooit dwingen om mee te doen in een
onderzoek, proefpersonen moeten akkoord gaan op vrijwillige basis.
o Informed consent = akkoord waarin staat dat de proefpersoon vrijwillige
meewerkt met het onderzoek, wat de onderzoeksprocedure is, waarvoor de
data gebruikt wordt, de risico’s en dat de proefpersoon ten alle tijd kan
stoppen. De overheid stelt dit verplicht aan professionele onderzoekers,
behalve bij veldonderzoek en het gebruik van bestaande informatie. Hoe
groter de kans op schade, hoe groter de behoefte aan informed consent.
Het komt wel eens voor dat onderzoekers een leugentje om eigen bestwil moeten doen. Ze
misleiden dan de proefpersonen omdat het anders de onderzoeksresultaten zou kunnen
veranderen. Het mag zo min mogelijk toegepast worden.
Als je bewijst dat het een duidelijk methodologisch doel heeft.
Als je het gebruikt in de kleinste vorm en de kortste tijd.
Als je gebruik maakt van informed consent en geen risico’s hebt
verzwegen/veranderd.
Als je de misleiding achteraf verteld aan de proefpersonen.
Privacy mag alleen minimaal geschonden worden als privé-informatie verzameld wordt voor
een legitiem onderzoeksdoel. Bovendien moeten er verschillende stappen worden doorlopen
om de vergaarde informatie te beschermen van publieke openbaring.
Anonimiteit = het niet verbinden van een naam of andere kenmerkende details aan
de informatie van die bijbehorende persoon.
Vertrouwelijkheid = informatie in vertrouwen houden of niet bekend maken aan het
publiek.
Anonimiteit en vertrouwelijkheid: de identiteit is onbekend en data wordt alleen als