Neuman
Hoofdstuk 1
Hoewel onderzoek niet alle antwoorden heeft, kan het je helpen om:
betere beslissingen in je dagelijkse leven te maken.
gebeurtenissen in de grotere wereld om je heen te begrijpen.
professionele beslissingen te nemen.
In de media zie je vaak tegenstrijdigheid in onderzoeksuitkomsten, dit komt vooral omdat de
media de term ‘onderzoek’ mag gebruiken, terwijl het vaak niet-wetenschappelijk onderzoek
is. Daarom moet altijd op je hoede zijn en bedenken of het echt een goed onderzoek is.
Onderzoek is een continu proces van zoeken en toewerken naar de waarheid.
Kritisch heeft drie betekenissen:
Heel belangrijk of nodig zijn.
Erg negatief of antagonistisch zijn en zoeken naar gebreken.
Erg oplettend zijn, zorgvuldig oordelen en vragen stellen door niet alles zomaar aan
te nemen (dit is de betekenis die past binnen kritisch denken).
Kritisch denken = zeer bewust perspectief dat drogredenen probeert te voorkomen,
veronderstellingen bloot te leggen, meerdere standpunten te belichten en zich vragen stelt bij
simpele oplossingen.
Empirisch bewijs = bewijs van gebeurtenissen dat gebaseerd is op directe of indirecte
waarnemingen.
Moraal, religie en ideologische redenering versus kritisch denken en empirisch bewijs.
Onderzoek kan gebruikt worden in vier manieren:
Goed lezen en bestuderen van specifieke documenten om ze beter te begrijpen.
Verzamelen van bestaande informatie, zoals academische tijdschriften of bestanden
van officiële instanties zoals de overheid, daarna evalueren en de bevindingen
samenvatten. Tijdens dit proces is het mogelijk om bepaalde informatie meer waarde
toe te kennen dan andere informatie.
Proces van toepassen van technieken en principes.
Toepassen van kritisch denken en een standpunt innemen.
Bewijs bij sociaal wetenschappelijk onderzoek heeft twee vormen:
Kwantitatieve data = bewijs in de vorm van nummers.
Kwalitatieve data = bewijs in de vorm van visuele afbeeldingen, woorden of geluiden.
Kwantitatieve datacollectie methodes:
Experimenten = situatie creëren en de effecten op proefpersonen onderzoeken.
Surveys = vragen stellen via enquêtes of een interview afnemen.
Inhoudsanalyse = analyseren van geschreven materiaal of beeldmateriaal.
Bestaande statistische bronnen = zoeken in bestaande literatuur.
Kwalitatieve datacollectie methodes:
Etnografisch veldonderzoek = bepaalde tijd een groep mensen observeren
Historisch-vergelijkend onderzoek = vergelijken van aspecten van het sociale leven of
culturen op bepaalde momenten.
Hoofdstuk 1
Hoewel onderzoek niet alle antwoorden heeft, kan het je helpen om:
betere beslissingen in je dagelijkse leven te maken.
gebeurtenissen in de grotere wereld om je heen te begrijpen.
professionele beslissingen te nemen.
In de media zie je vaak tegenstrijdigheid in onderzoeksuitkomsten, dit komt vooral omdat de
media de term ‘onderzoek’ mag gebruiken, terwijl het vaak niet-wetenschappelijk onderzoek
is. Daarom moet altijd op je hoede zijn en bedenken of het echt een goed onderzoek is.
Onderzoek is een continu proces van zoeken en toewerken naar de waarheid.
Kritisch heeft drie betekenissen:
Heel belangrijk of nodig zijn.
Erg negatief of antagonistisch zijn en zoeken naar gebreken.
Erg oplettend zijn, zorgvuldig oordelen en vragen stellen door niet alles zomaar aan
te nemen (dit is de betekenis die past binnen kritisch denken).
Kritisch denken = zeer bewust perspectief dat drogredenen probeert te voorkomen,
veronderstellingen bloot te leggen, meerdere standpunten te belichten en zich vragen stelt bij
simpele oplossingen.
Empirisch bewijs = bewijs van gebeurtenissen dat gebaseerd is op directe of indirecte
waarnemingen.
Moraal, religie en ideologische redenering versus kritisch denken en empirisch bewijs.
Onderzoek kan gebruikt worden in vier manieren:
Goed lezen en bestuderen van specifieke documenten om ze beter te begrijpen.
Verzamelen van bestaande informatie, zoals academische tijdschriften of bestanden
van officiële instanties zoals de overheid, daarna evalueren en de bevindingen
samenvatten. Tijdens dit proces is het mogelijk om bepaalde informatie meer waarde
toe te kennen dan andere informatie.
Proces van toepassen van technieken en principes.
Toepassen van kritisch denken en een standpunt innemen.
Bewijs bij sociaal wetenschappelijk onderzoek heeft twee vormen:
Kwantitatieve data = bewijs in de vorm van nummers.
Kwalitatieve data = bewijs in de vorm van visuele afbeeldingen, woorden of geluiden.
Kwantitatieve datacollectie methodes:
Experimenten = situatie creëren en de effecten op proefpersonen onderzoeken.
Surveys = vragen stellen via enquêtes of een interview afnemen.
Inhoudsanalyse = analyseren van geschreven materiaal of beeldmateriaal.
Bestaande statistische bronnen = zoeken in bestaande literatuur.
Kwalitatieve datacollectie methodes:
Etnografisch veldonderzoek = bepaalde tijd een groep mensen observeren
Historisch-vergelijkend onderzoek = vergelijken van aspecten van het sociale leven of
culturen op bepaalde momenten.