Zes perspectieven
○ Biologisch: zoekt de oorzaken van gedrag in het functioneren van de genen, de
hersenen, het zenuwstelsel en het hormoonstelsel.
○ Behavioristisch: gedrag ontstaat als reactie op stimuli (prikkel) uit de omgeving
afhankelijk van de consequenties van die reactie.
● stimulus - respons - leren
● angst is aangeleerd door negatieve ervaring
● systematische desensitisatie
○ Cognitief: gedrag wordt bepaald door interpretaties en gedachten over onze
omgeving.
○ Ontwikkeling: gedrag wordt bepaald door interactie tussen erfelijke eigenschappen
en onze omgeving.
○ Socio-cultureel: gedrag wordt bepaald door sociale situatie en/of de cultuur waarin
je je bevindt.
○ Whole person: gehele persoon
● humanistisch: legt nadruk op groei en potentieel positiviteit
● psychodynamisch: persoonlijkheid en psychische stoornissen komen voort uit
onbewuste processen.
● karaktertrekken en temperament: persoonlijkheidstrekken
BIG FIVE dominante karaktertrekken waar je persoonlijkheid meet
OCEAN
open, nieuwsgierigheid openheid gesloten, ongeïnteresseerd
betrouwbaar, ordelijk consciëntieusheid onbetrouwbaar, chaotisch
extravert, dominant extraversie ondergeschikt, introvert
warm, vertrouwend aangenaamheid koel, achterdochtig
gelijkmatig, zelfverzekerd neuroticisme nerveus, temperament
Psychoanalyse van Freud
○ Id: onbewust, primitieve behoeften, driften en instincten.
○ Ego: bewust, rationeel, sluitecomprissen.
○ Superego: normen en waarden, ons geweten
Ego-afweermechanismen = onbewuste psychische strategie die gebruikt wordt om de
ervaring van een conflict of angst te verzachten.
○ verdringing: niet tot bewustzijn laten komen van gevoelens omdat ze pijnlijk zijn om
mee te leven.
, ○ regressie: verwerking van emoties op iemand anders in manier wat eigenlijk
kinderachtig is.
○ sublimatie: omzetten van oerdriften in sociaal of maatschappelijk vorm.
○ ontkenning.
○ rationalisatie: verdedigingsmechanismen.
○ reactieformatie: tegengesteld gedrag met onbewuste verlangens.
Volledig functionerend persoon = onderscheidt door zelfbeeld dat positief is in
overeenstemming met de realiteit. negatieve ervaringen leiden tot instabiliteit.
Sensorische adaptatie
○ zintuigen vooral gericht op veranderingen
○ receptorcellen minder gevoelig voor stimuli als deze lang op hetzelfde niveau blijft
Sensatie en perceptie van pijn
○ nociceptor is ‘gespecialiseerd’ in ervaring van pijn. Geeft informatie van die pijn door
aan centrale zenuwstelsel naar de hersenen -> waar is die pijn? Hoeveel pijn?
Psychologische pijn
Pijnervaring Cognitieve interpretatie
Sensatie Emotie -> angst
Intensiteit Gedrag -> spierspanning
Duur Ademhaling -> vermijding
Stress fysieke en psychische veranderingen die optreden in reactie op stressoren
○ Traumatische stressor: situaties die eigen lichamelijke veiligheid of die van anderen
bedreigen en gevoelens van angst oproepen.
○ Chronische stressor: toestand van stressvolle ‘arousal’ die langere tijd aanhoudt.
○ lichamelijke effecten van stress
● fight or flight
● alarmfase, weerstand, uitputting
● tend and befriend