Inzoomen en uitzoomen
De blikverruiming van kinderen vindt vooral plaats in nederland. Gaandeweg zal dit gebied zich
uitbreiden.
Ongemerkt kijken de kinderen naar de wereld op verschillende schaalniveaus, ze zoomen steeds verder
uit en leren viel schaalniveaus hanteren:
1. De (eigen) omgeving
Je kijkt voor je eigen woonplaats of je straten terug kunt vinden op de kaart, of je weet hoe de
wijken heten, of je weet waar de winkel is, wat de afstanden zijn?
2. Nederland
Wat is er belangrijk aan je woonplaat voor nederland? Bijv. rotterdam is een van de motoren van
de nederlandse economie (haven).
3. Europa
Wat betekent dit dan voor europa? Bijv. rotterdam is de belangrijkste haven in europa.
Kijk naar de waterverbindingen in europa.
4. De wereld
Wat betekent dit dan voor de wereld? Bijv. de rotterdamse haven is een van de belangrijkste
knooppunten van wereldwijde goederenvervoerslijnen.
Op schaalniveau van de wereld kun je naar thematische kaarten kijken.
Het ontdekken van de wereld, waar dan ook, begint altijd in het klein. Het begint met dingen die je
opvallen.
Je neemt waar en omdat het om een close-up gaat, zie je allerlei details van het landschap, de natuur en
de mensen die er wonen.
Deze vier niveaus vormen samen een denkkader.
Ze krijgen inzicht in de volgende abstracte begrippen:
- Ligging
o Wat is de absolute liggen (in coördinaten)?
o Wat is de ligging ten opzichte van andere gebieden (relatieve ligging)?
- Afstand
o Hoe groot is de afstand in kilometers (absolute afstand)?
o Hoe groot is de afstand in tijd en moeite (relatieve afstand)?
- Relatie/bereikbaarheid
o Wat verbindt ons met…?
o Waaraan kun je dat zien?
o Hoe kom je er?
- Grootte/schaal
o Wat is de lengte/oppervlakte?
o Wat is de schaal?
- Tijd
o Hebben mensen er altijd op deze manier geleefd?
o Zag het landschap er vroeger net zo uit?
o Waar lag het centrum van de wereld (macht) 500, 1000, 2000 enzovoort jaar geleden?
o Hoeveel mensen woorden er toen?
o Waar woonden mensen overal?
1