Samenvatting begrippen
Nominaal:
- categorieën (haarkleur, blond/bruin)
- Geen echte cijfers. Alleen maar aantallen
- Discrete getallen: gehele getallen
- Centrummaat is modus, kan je laten zien door frequenties en percentages
- Grafieken: staaf of taart diagram
Ordinaal:
- Categorieën, maar met rangorde (zwemdiploma)
- Geen echte cijfers, alleen aantallen
- Discrete getallen: gehele getallen
- Mediaan, maar modus en frequenties mogen ook
- Grafieken: boxplot, maar staaf-, taartdiagram mag ook
Interval/ratio:
- Gegevens met bepaalde ordening
- Met vaste afstanden tussen de opeenvolgende schaalwaarden
- Echte cijfers, kun je rekenkundige bewerkingen mee uitvoeren
- Continue data: cijfers lopen door
- Vaak hier ook echt iets meten
- Gemiddelde, maar mediaan, modus en frequenties mogen ook
- Grafieken: histogram (staven liggen tegen elkaar aan, gelijke schaalverdeling), maar
boxplot, staaf- en taartdiagram mogen ook
centrummaten: modus/mediaan/gemiddelde
Modus: De waarneming die het meest voorkomt in een reeks is de modus. In andere
woorden, de waarneming met de hoogste frequentie. Bij een verdeling in klassen is de
klasse waar de meeste waarnemingen in zitten de modale klasse. Als er twee waarnemingen
allebei de hoogste frequentie hebben, dan heb je geen modus.
Voorbeeld 1
Gegeven is de rij: 1, 2, 2, 3, 3, 4, 5, 6, 6, 6, 6, 7
De 6 komt het vaakst voor. Dus 6 is de modus.
Mediaan:
De mediaan is het middelste getal in de waarnemingen als je die getallen op volgorde zet. Je
kan dus zeggen dat 50% van de waarnemingen onder de mediaan en 50% boven de
mediaan bevinden.
Oneven aantal waarnemingen:
Middelste getal nemen.
Even aantal waarnemingen:
Er is geen middelste getal… Wel twee getallen die samen het midden vormen. Neem het
gemiddelde van die twee getallen.
Gemiddelde:
gemiddelde = (alle waarnemingen opgeteld) ÷ (aantal waarnemingen)