ECONOMISCHE GROEI SAMENVATTING
Paragraaf 1 Inkomen en productie in Nederland
Produceren = alle activiteiten die gericht zijn op het maken van producten of het verrichten
van diensten.
Informele productie = arbeid die niet wordt geregistreerd
Formele productie = productie die wordt geregistreerd
De waarde van de productie bepaal je door de toegevoegde waarde te berekenen.
Bruto toegevoegde waarde bedrijven = waarde die de onderneming toevoegt aan ingekocht
producten en diensten van derden. Berekening: omzet – inkoopwaarde producten – diensten
van derden
Ingekochte producten = grondstoffen of hulpstoffen (energie, water). Hulpstoffen worden
niet in de producten verwerkt.
Diensten van derden = transport, reclamebureaus, schoonmaakbedrijven en
accountantskantoren.
De waarde van ingekochte producten en diensten van derden wordt niet tot de productiewaarde van
een bedrijf gerekend, maar tot de toegevoegde waarde van de leverancier of het dienstverlenende
bedrijf.
Bruto en netto toegevoegde waarde
Netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde – afschrijvingen
Netto toegevoegde waarde en inkomen
Voor het gebruik van productiefactoren geven bedrijven beloning: loon, pacht en huur, rente en
winst aan bedrijfseigenaren.
Kosten onderneming = aanschaf ingekochte goederen, diensten van derden en beloning voor gebruik
van productiefactoren.
Netto toegevoegde waarde = omzet – ingekochte producten – diensten van derden – afschrijvingen
Netto toegevoegde waarde = loon + pacht(of huur) + rente + winst
Productiewaarde = inkomen
Binnenlands product/inkomen tegen factorkosten en marktprijzen
Binnenlands product = totaal van alle toegevoegde waarde van de bedrijven en de overheid
in een land in een jaar. Het is gelijk aan het binnenlands inkomen.
Netto binnenlands product = totaal van alle netto toegevoegde waarde van de bedrijven en
de overheid in een land in een jaar. Het is gelijk aan inkomen tegen factorkosten.
Netto toegevoegde waarde van de overheid = alle ambtenarensalarissen, want de overheid
heeft geen verkoopprijs.
Binnenlands product/inkomen tegen marktprijzen = omzet + prijsverhogende belastingen -
prijsverlagende subsidies.
In de macro-economie bestudeer je bij elkaar opgetelde gegevens (van meerdere bedrijven)
Binnenlands inkomen, nationaal inkomen en beschikbaar nationaal inkomen
Nationaal inkomen = binnenlands inkomen + per saldo in het buitenland verdiende primaire
arbeids- en vermogensinkomen