taalontwikkeling
Berko/Gleason (1958) – The Child's Learning of English Morphology
Wanneer een kind of volwassene een niet-bestaand woord horen en ze moeten een
meervoudsvorm hieraan geven, bedenken ze woorden die hetzelfde klinken en
vervoegen het op die manier. Voorbeeld: ‘witch-witches’ dus ‘*gutch-gutches’. Kinderen
hebben al wat regels paraat. Maar hoe komt deze kennis?
Rinsland’s listing = een lijst met de meest voorkomende woorden in een vocabulaire
van een kind op de lagere school. Het is verkregen uit conversaties, brieven, etc.
Allomorphs = een versie van een morfeem, zoals de meervoudsuitgang /s/ (bats), /z/
(bugs), /iz/ (buses).
- /ez/ na de stam die eindigt met /s z scj/ zoals ‘glasses’ en ‘watches’
- /s/ na de stam die eindigt met /p t k f / zoals ‘hops’ en ‘hits’
- /z/ na de stam die eindigt met /b d g v m n r l / zoals ‘bids’ en ‘goes’
- /ed/ na de stam die eindigt met /t d/ zoals ‘melted’
- /t/ na de stam die eindigt met /p k/ zoals ‘stopped’
Sommige kinderen hebben niet door dat een samengesteld woord bestaat uit twee
betekenisvolle delen. Ze gebruiken het wel correct maar het valt hen in het begin
gewoon weg niet op.
Er is bij zowel kinderen als volwassenen een WUG-test uitgevoerd.
Conclusie
De vraag was: beheersen/hebben kinderen morfologische regels? Het is belangrijk dat
er wordt gevraagd naar niet-bestaande woorden. Zo kunnen kinderen niet de woorden
eerder hebben gehoord en weten hoe ze het moeten vervoegen. Wanneer een kind een
niet-bestaand woord correct kan vervoegen, moet hij dus over regels bezitten waardoor
hij met nieuwe woorden overweg kan. De uitkomsten laten zien dat kinderen inderdaad
al morfologische regels bezitten. Vaak hebben meisjes een voorsprong, in dit geval was
het niet zo. Jongens en meisjes waren even goed. Het lijkt alsof meisjes meer voorsprong
hebben omdat ze langere zinnen maken en meer praten. Dit kan misleidend zijn. Er is
wel een verschil in leeftijd. Hoe ouder, hoe minder fouten. Op een gegeven moment
worden er geen fouten meer gemaakt. In het begin moeten kinderen echter de
onregelmatige werkwoorden nog leren.
Coopmans – hebben kinderen iets te eggen over taalkundige
theorieën?
§0 Introductie
Het onderzoeksgebied van de primaire taalverwerving heeft de afgelopen 10-15 jaar een
enorme ontwikkeling doorgemaakt en zowel empirische als theoretische vragen
opgeleverd.