taalontwikkeling
HC week 1
Saxton: blz. ‘miracle of language’ staat ook in Charles Yang The infinite Gift. Is een hele
belangrijke taalkundige.
Taal is geen aangeleerde vaardigheid. Het is aan ons taalkundigen om de mechanisme
bloot te leggen die het mogelijk maken dat het ons (de mens) allemaal zo makkelijk
afgaat. Daarvoor moet je in taal duiken. Je moet daarvoor wel weten wat taal inhoudt.
Taal is niet leren fietsen, zwemmen, etc. Taal heeft zijn eigen dynamiek,
domeinspecifieke software en die know how moeten we meenemen in het nadenken
over taalontwikkeling.
Hele belangrijke vragen:
- Wat is kennis van taal? =
- Hoe wordt kennis van taal verworven? =
- Hoe wordt kennis van taal gebruikt? =
- Hoe wordt die kennis verwezenlijkt in het brein? =
- Hoe ontstond die kennis in de menselijke soort? = dit mensspecifieke
eigenschap, wat is er in de evolutie gebeurd waardoor wij op ons dit terrein
gingen onderscheiden van andere wezens?
Het hebben van kennis van taal is heel wat anders dan het kunnen gebruiken van deze
kennis. Dit zie je duidelijk bij kinderen. Het is wel bekend dat de productie van kleine
kinderen achterloopt bij hun begrip: ze weten meer voordat ze hun eerste echte
woordjes gaan uiten. Voordat ze hun eerste woordjes gaan uiten, weten ze een aantal
woorden al begripsmatig in hun hoofd. Deze kennis wordt dus nog niet voor productie
gebruikt.
Voordat kinderen hun veters kunnen strikken (voordat ze naar de basisschool gaan),
lijken ze het complexe regelsysteem al onder de knie te hebben (syntactisch,
fonologisch, morfologisch en semantisch).
Het leren van taal is dus makkelijker dan het leren van schoenstrikken. Ze zijn dus op de
een of andere manier ‘language ready’/language readiness. Ze zijn erop gefinetuned, ze
zitten al in de startblokken om met een vliegende start taal te leren. Er is nooit een
eindstreep, ontwikkeling gaat altijd door. Het gaat om het onder de knie hebben van een
complex regelsysteem. Maar hoe komt dit?
De leerbaarheidspuzzel = learnability paradox = learning problem = projection problem
= We weten meer dan we geleerd hebben.
Dit is heel belangrijk!
De input is veel te mager om de enorme prestatie (veel complexer dan je veters
strikken) kunnen ze toch! De input is insufficient/onvoldoende. Er is van alles op de
input aan te merken (chaotisch, ongestructureerd, waar moet je beginnen,
ongrammaticaal, afgebroken zinnen, codewisseling, etc.). Het belangrijkste is: de input is
niet rijk genoeg aan informatie. De input is inpoferitched (?).