HC 11 responsiecollege Planningstelselvraagstukken
– 4-4-2016
Tentamen: geen meerkeuze vragen, open vragen dus. 7 vragen gegroepeerd, met abc in totaal 20
vragen. Vijf punten per deelvragen.
We begonnen met de kaarten waarin te zien is dat Nederland steeds voller wordt. We zijn
voortdurend bezig om woningen te realiseren. (Roder, blauwer (water), grijzer, paarser en groener
(landschap)) het rare is, dat Nederland ook leger wordt. Bijvoorbeeld dat er veel kantoren of
woningen boven winkels leegstaan, ook kerken komen leeg te staan. Daarnaast komen er ook
nieuwe opgave bij. (voedsel, klimaatverandering)
Dit alles gaat om: ontwikkeling + herontwikkeling: ruimtelijke planning (systematische voorbereiding)
en ordening (goede verantwoorde besluitvorming en uitvoering ervan). Om dit ordelijk te laten
verlopen, is er een planningstelsel ontwikkeld.
- Rol van de overheid + verhoudingen
- Sturing van de overheid via wet- en regelgeving, beleid/plannen, stimuli, grond en financien
- Wisselwerking met samenleving (communicatie, afstemming en krachtenveld)
Daarom zijn er drie vragen in dit studieonderdeel:
- Wat is dan de rol van de drie overheden? (nationale, provinciale en gemeente)
- Welke hulpmiddelen (zoals wet-en regelgeving, plannen, geld, concepten, grond, kennis en
stimuli) zet de overheid in
- Hoe verhoudt de overheidssturing zich tot wat de samenleving (niet) wil?
- Wat zien wij terug in ruimte?
Beginselen:
- Subsidiariteit
- Gelijkwaardigheid
- Autonomie
- Medebewind
Soms moet een overheid zich ondergeschikt maken aan een bovenliggende overheid. En overheden
moeten soms het zelfde onderwerp doen, maar moeten zich heel erg verdiepen in het onderwerp.
SVIR: spanningsvelden
- Relaties tussen overheden
- Flexibiliteit vs. Rechtszekerheid
- Centralisatie vs. Decentralisatie
Structuurvisies: functies
- Kader voor ontwikkeling/projecten
- Kader voor stadspromotie
- Kader voor samenwerking
- Kader voor beheer/onderhoud
- Verschillende termijnen
- Verantwoording van voorbereiding
- Rechtsbescherming/zekerheid
- Rolduiding gemeente
– 4-4-2016
Tentamen: geen meerkeuze vragen, open vragen dus. 7 vragen gegroepeerd, met abc in totaal 20
vragen. Vijf punten per deelvragen.
We begonnen met de kaarten waarin te zien is dat Nederland steeds voller wordt. We zijn
voortdurend bezig om woningen te realiseren. (Roder, blauwer (water), grijzer, paarser en groener
(landschap)) het rare is, dat Nederland ook leger wordt. Bijvoorbeeld dat er veel kantoren of
woningen boven winkels leegstaan, ook kerken komen leeg te staan. Daarnaast komen er ook
nieuwe opgave bij. (voedsel, klimaatverandering)
Dit alles gaat om: ontwikkeling + herontwikkeling: ruimtelijke planning (systematische voorbereiding)
en ordening (goede verantwoorde besluitvorming en uitvoering ervan). Om dit ordelijk te laten
verlopen, is er een planningstelsel ontwikkeld.
- Rol van de overheid + verhoudingen
- Sturing van de overheid via wet- en regelgeving, beleid/plannen, stimuli, grond en financien
- Wisselwerking met samenleving (communicatie, afstemming en krachtenveld)
Daarom zijn er drie vragen in dit studieonderdeel:
- Wat is dan de rol van de drie overheden? (nationale, provinciale en gemeente)
- Welke hulpmiddelen (zoals wet-en regelgeving, plannen, geld, concepten, grond, kennis en
stimuli) zet de overheid in
- Hoe verhoudt de overheidssturing zich tot wat de samenleving (niet) wil?
- Wat zien wij terug in ruimte?
Beginselen:
- Subsidiariteit
- Gelijkwaardigheid
- Autonomie
- Medebewind
Soms moet een overheid zich ondergeschikt maken aan een bovenliggende overheid. En overheden
moeten soms het zelfde onderwerp doen, maar moeten zich heel erg verdiepen in het onderwerp.
SVIR: spanningsvelden
- Relaties tussen overheden
- Flexibiliteit vs. Rechtszekerheid
- Centralisatie vs. Decentralisatie
Structuurvisies: functies
- Kader voor ontwikkeling/projecten
- Kader voor stadspromotie
- Kader voor samenwerking
- Kader voor beheer/onderhoud
- Verschillende termijnen
- Verantwoording van voorbereiding
- Rechtsbescherming/zekerheid
- Rolduiding gemeente