Ak toetsweek
Globalisering: steeds meer internationale contacten en uitwisselingen van mensen,
goederen en kennis op mondiaal niveau.
Culturele globalisering → Culturen worden gemixt. Wanneer culturele stromingen
zich over de wereld verspreiden gaan landen steeds meer op elkaar lijken.
Waardoor de eigen en kleinere culturen verdwijnen. Talen verdwijnen omdat andere
talen meer gesproken worden en bevolkingsgroepen deze taal overnemen.
Politieke globalisering → Landen werken steeds meer samen, in een groep zijn
landen economisch en politiek sterker. Neem de EU als voorbeeld, het bestuur van
de EU heeft steeds meer eigen bevoegdheden van landen overgedragen gekregen.
De eigen landen hebben dus veel minder soevereiniteit.
Economische globalisering → Steeds meer uitwisseling van geld, grondstoffen,
spullen, arbeiders en verspreiding van productieketens. Handel is goedkoper,
makkelijker en sneller. Maar niet iedereen is hier blij mee, landen als Afrika leveren
arbeid en grondstoffen maar worden dus ook uitgebuit. Ze worden zo min mogelijk
betaald. Banken en bedrijven over de hele wereld zijn aan elkaar gekoppeld,
waardoor er dus een crisis kan ontstaan. Wat in 2008 gebeurde handel werd
minder, werkloosheid nam toe, huizenprijzen daalden, de hypotheken konden niet
meer betaald worden en mensen werden werkloos.
💡 Paragraaf 2
Nederland is een handelsland dat veel goederen en diensten exporteert aan
buitenlandse bedrijven en personen waarmee we onze afzetmarkt vergoten. Voor
Nederland is het dus gunstig dat je binnen de EU geen onderlinge invoerrechten
moet betalen.
Nederland importeert ook veel, waar verschillende redenen voor zijn:
Als producten betere kwaliteit hebben in het buitenland.
Als ze goedkoper geproduceerd kunnen worden in het buitenland.
Ak toetsweek 1
Globalisering: steeds meer internationale contacten en uitwisselingen van mensen,
goederen en kennis op mondiaal niveau.
Culturele globalisering → Culturen worden gemixt. Wanneer culturele stromingen
zich over de wereld verspreiden gaan landen steeds meer op elkaar lijken.
Waardoor de eigen en kleinere culturen verdwijnen. Talen verdwijnen omdat andere
talen meer gesproken worden en bevolkingsgroepen deze taal overnemen.
Politieke globalisering → Landen werken steeds meer samen, in een groep zijn
landen economisch en politiek sterker. Neem de EU als voorbeeld, het bestuur van
de EU heeft steeds meer eigen bevoegdheden van landen overgedragen gekregen.
De eigen landen hebben dus veel minder soevereiniteit.
Economische globalisering → Steeds meer uitwisseling van geld, grondstoffen,
spullen, arbeiders en verspreiding van productieketens. Handel is goedkoper,
makkelijker en sneller. Maar niet iedereen is hier blij mee, landen als Afrika leveren
arbeid en grondstoffen maar worden dus ook uitgebuit. Ze worden zo min mogelijk
betaald. Banken en bedrijven over de hele wereld zijn aan elkaar gekoppeld,
waardoor er dus een crisis kan ontstaan. Wat in 2008 gebeurde handel werd
minder, werkloosheid nam toe, huizenprijzen daalden, de hypotheken konden niet
meer betaald worden en mensen werden werkloos.
💡 Paragraaf 2
Nederland is een handelsland dat veel goederen en diensten exporteert aan
buitenlandse bedrijven en personen waarmee we onze afzetmarkt vergoten. Voor
Nederland is het dus gunstig dat je binnen de EU geen onderlinge invoerrechten
moet betalen.
Nederland importeert ook veel, waar verschillende redenen voor zijn:
Als producten betere kwaliteit hebben in het buitenland.
Als ze goedkoper geproduceerd kunnen worden in het buitenland.
Ak toetsweek 1