Hoofdstuk 1: waarom is International Business belangrijk?
1.1 International business is overal
Geen enkel bedrijf kan niet te maken hebben met invloeden van buiten af (uit andere landen).
Bedrijven kunnen natuurlijk wel inkopen bij leveranciers van lokale komaf. Maar bedrijven zullen altijd
te maken hebben met koersschommelingen, prijsschommelingen. Elke bedrijf heeft dus te maken met
internationale invloeden.
Bedrijven/ ondernemers zijn erg afhankelijk van de prijzen in de wereld (prijsafhankelijkheid). Toen
de olieprijs begon te stijgen kwamen deze mensen in de knoop te zitten met vaste bedragen in
contracten en stijgende brandstof kosten.
Wanneer de olieprijs erg begint te stijgen en daarna weer te dalen, komen de olie exporterende
landen in de problemen, de inkomsten dalen wat lijdt tot dalende importen. Wanneer de import in een
land daalt, daalt in een ander land de export.
Met name landen die van de export leven hadden last van de crises. Nederland was hier één van.
Wanneer de export afneemt neemt niet alleen de werkgelegenheid in een bepaalde sector af maar
ook de investeringen.
1.2 De algemene en bedrijfseconomische kanten
International business is te verdelen in twee sectoren. De algemene economie en de
bedrijfseconomie. Wanneer een bedrijf geen goede economie heeft is het net als een schip zonder
vakmanschap. Algemene economie is dus ook het verdiepen in de economische omgeving van het
buitenland waarmee samengewerkt wordt. Waar dus de algemene ontwikkelingen kunnen worden
gemeten en andere terreinen die voor een bedrijf van belang zijn.
De bedrijfseconomie houdt zich bezig met of de onderneming de stap kan wagen om internationaal
te gaan opereren. Als het niet te doen is, zal het adviezen moeten geven om wel te kunnen opereren
in het buitenland. Het houdt zich dus internet bezig met de economie van een onderneming.
Internationalisering is het verleggen van de activiteiten naar het buitenland. Hiervoor moet een
goede strategie worden gekozen om de cultuurverschillen, taalverschillen en misverstanden te
voorkomen.
1.3 Welke vorm kent International Business?
Ten eerste is er de vorm export aanwezig. Export is de uitvoer van goederen en diensten naar het
buitenland. Er kan worden gekozen om een agent in dienst te nemen. Deze agent bewerkt de provisie
van de markt voor de exporteur. Deze agent werkt geheel voor eigen rekening en risico, maar wel in
de naam van de exporteur.
Ten tweede is er de vorm van import aanwezig. Import is de invoer van goederen en diensten vanuit
het buitenland naar het eigen land. Importeren kan op verschillende manieren, een contract afsluiten
met een onafhankelijke importeur. Zelf de import doen in het beoogde land of samenwerking zoeken
met een locale firma. Joint venture is een onderneming die is gestart door twee andere verschillende
ondernemingen om gezamenlijk een doel te bereiken. De beste en slimste manier om een goede voet
te krijgen in een ander land is dus acquisitie van een locale firma die al over distributienetwerken
beschikt.
Een bedrijf kan onder andere ook aan outsourcing gaan doen. Dit heet ook wel uitbesteden. Dit
houdt dus in dat een onderneming één of verschillende activiteiten naar het buitenland verlegt. Dit kan
een bedrijf doen om zo de tarifaire en non-tarifaire handelsbelemmeringen te mislopen.
De onderneming betreed een markt natuurlijk niet zomaar, hier kunnen twee verschillende methoden
aan vooraf gaan. Bedrijven kunnen de entreemodus volgen. Hierbij wordt er gekeken naar de manier
waarop een onderneming kan gaan samenwerken bij het betreden van een nieuwe markt. De
entreestrategie is de manier waarop een nieuwe markt betreden wordt.
Nederland is een echt doorvoerland. Doorvoer betekent dat de ondernemingen in Nederland
goederen importeren en dan vervolgens weer in een ander land af te zetten, soms binnen de EU soms
buiten de EU. Het kan voorkomen dat de goederen niet eens in Nederland binnenkomen, dan gaan de
goederen direct door naar de plek van bestemming en vindt alleen de transactie in Nederland plaats.
1.1 International business is overal
Geen enkel bedrijf kan niet te maken hebben met invloeden van buiten af (uit andere landen).
Bedrijven kunnen natuurlijk wel inkopen bij leveranciers van lokale komaf. Maar bedrijven zullen altijd
te maken hebben met koersschommelingen, prijsschommelingen. Elke bedrijf heeft dus te maken met
internationale invloeden.
Bedrijven/ ondernemers zijn erg afhankelijk van de prijzen in de wereld (prijsafhankelijkheid). Toen
de olieprijs begon te stijgen kwamen deze mensen in de knoop te zitten met vaste bedragen in
contracten en stijgende brandstof kosten.
Wanneer de olieprijs erg begint te stijgen en daarna weer te dalen, komen de olie exporterende
landen in de problemen, de inkomsten dalen wat lijdt tot dalende importen. Wanneer de import in een
land daalt, daalt in een ander land de export.
Met name landen die van de export leven hadden last van de crises. Nederland was hier één van.
Wanneer de export afneemt neemt niet alleen de werkgelegenheid in een bepaalde sector af maar
ook de investeringen.
1.2 De algemene en bedrijfseconomische kanten
International business is te verdelen in twee sectoren. De algemene economie en de
bedrijfseconomie. Wanneer een bedrijf geen goede economie heeft is het net als een schip zonder
vakmanschap. Algemene economie is dus ook het verdiepen in de economische omgeving van het
buitenland waarmee samengewerkt wordt. Waar dus de algemene ontwikkelingen kunnen worden
gemeten en andere terreinen die voor een bedrijf van belang zijn.
De bedrijfseconomie houdt zich bezig met of de onderneming de stap kan wagen om internationaal
te gaan opereren. Als het niet te doen is, zal het adviezen moeten geven om wel te kunnen opereren
in het buitenland. Het houdt zich dus internet bezig met de economie van een onderneming.
Internationalisering is het verleggen van de activiteiten naar het buitenland. Hiervoor moet een
goede strategie worden gekozen om de cultuurverschillen, taalverschillen en misverstanden te
voorkomen.
1.3 Welke vorm kent International Business?
Ten eerste is er de vorm export aanwezig. Export is de uitvoer van goederen en diensten naar het
buitenland. Er kan worden gekozen om een agent in dienst te nemen. Deze agent bewerkt de provisie
van de markt voor de exporteur. Deze agent werkt geheel voor eigen rekening en risico, maar wel in
de naam van de exporteur.
Ten tweede is er de vorm van import aanwezig. Import is de invoer van goederen en diensten vanuit
het buitenland naar het eigen land. Importeren kan op verschillende manieren, een contract afsluiten
met een onafhankelijke importeur. Zelf de import doen in het beoogde land of samenwerking zoeken
met een locale firma. Joint venture is een onderneming die is gestart door twee andere verschillende
ondernemingen om gezamenlijk een doel te bereiken. De beste en slimste manier om een goede voet
te krijgen in een ander land is dus acquisitie van een locale firma die al over distributienetwerken
beschikt.
Een bedrijf kan onder andere ook aan outsourcing gaan doen. Dit heet ook wel uitbesteden. Dit
houdt dus in dat een onderneming één of verschillende activiteiten naar het buitenland verlegt. Dit kan
een bedrijf doen om zo de tarifaire en non-tarifaire handelsbelemmeringen te mislopen.
De onderneming betreed een markt natuurlijk niet zomaar, hier kunnen twee verschillende methoden
aan vooraf gaan. Bedrijven kunnen de entreemodus volgen. Hierbij wordt er gekeken naar de manier
waarop een onderneming kan gaan samenwerken bij het betreden van een nieuwe markt. De
entreestrategie is de manier waarop een nieuwe markt betreden wordt.
Nederland is een echt doorvoerland. Doorvoer betekent dat de ondernemingen in Nederland
goederen importeren en dan vervolgens weer in een ander land af te zetten, soms binnen de EU soms
buiten de EU. Het kan voorkomen dat de goederen niet eens in Nederland binnenkomen, dan gaan de
goederen direct door naar de plek van bestemming en vindt alleen de transactie in Nederland plaats.