Geschiedenis examenstof
- Tijdvak 5 tot en met 10: KA 18 tot en met 49
- Historische context 1: Britse Rijk
- Historische context 2: Duitsland
- Historische context 3: Nederland
Historische context en tijdvak 8 tot en met 10 hier niet samengevat: ik
heb al voldoende samenvattingen en aantekingen.
, Tijdvak 5 tot en met 7: KA 18 tot en met 30
(waarbij tijdvak 8 t/m 10 niet want ->historische context)
Tijdvak 5: KA 18 tot en met 22
KA 18: het begin van de Europese expansie over zee
Dankzij Hendrik de Zeevaarder ging Portugal als eerste opzoek naar de route overzee naar
Indië. Door deze expedities werd een groot deel van de kust van West-Afrika in kaart
gebracht. Vasco de Gama -> per schip in Indië in 1498. Waarom deze reizen? 1. Religieus doel
-> islamieten verslaan door ze te omsingelen. 2. Economisch doel -> handel met Midden-
Oosten van producten uit Azië erg duur dus route over zee vinden. In 1492 was in Spanje de
reconquista compleet. In dit jaar kreeg Christoffel Columbus toestemming zoeken naar
zeeroute maar belande in Amerika per ongeluk. De reis van Columbus meerdere doelen:
- Ontdekken (west) route naar Indië om handel te kunnen drijven over zee i.p.v. land.
- Vinden van goud en zilver voor de Spaanse staatskas
- Plaatselijke bevolking tot christelijke geloof te bekeren
- Nieuwe gebied moest Spaans worden -> grotere macht
De veroveraars die later in Amerika kwamen roeide bijna het hele volk uit. Hun wijze van
samenleven verdween ook voor een Spaanse katholieke cultuur. Edelmaten en andere dingen
werden omgesmolten en meegenomen nar Spanje. Zilver gevonden in Bolivia -> inheemse
bevolking als slaven gebruikt. Hierdoor kon Spanje zijn oorlogen financieren tegen onder
andere islamitische legers. Hierna zouden ook andere Europese landen op ontdekkingsreizen
gaan.
KA 19: het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een
nieuwe wetenschappelijke belangstelling
Renaissance betekent letterlijk wedergeboorte. Na de middeleeuwen een bloei. In het
wereldbeeld van de middeleeuwse mensen stonden God en christelijke deugden als
bescheidenheid en gematigdheid nog centraal, in de renaissance werd dat het luxe leven.
Hierdoor focus op mens en minder op geloof.
- Middeleeuwen= memonte mori: gedenk te sterven
- Renaissance= carpe diem: pluk de dag
Humanisten maakten de renaissance mogelijk: een humanist was een leraar die klassiek
geschoold was in grammatica, welsprekendheid, poëzie, geschiedenis en filosofie. Ideaalbeeld
mens in de renaissance= ‘homo universalis’. Voorbeeld van humanist= Leonardo da Vinci.
Wetenschappers in de renaissance waren er van overtuigd dat je alleen tot de waarheid kon
komen door elf onderzoek te doen, in plaats van klakkeloos over te nemen wat al bekend is.
De kerk verbood wetenschappelijke werken dat mijn zijn leer brak niet alleen, maar
vervolgde ook de maker ervan. Later tijdens de verlichting zal de wetenschap zich nog verder
uitbreiden. Men twijfelde niet aan het bestaan van God maar wel aan de macht van de kerk.
KA 20: de hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid
Middeleeuwen zagen de mensen als een soort tussenperiode. Tijden van chaos en verval van
de klassieke oudheid. Ze waren erg onder de indruk van oude Griekse en Latijnse teksten en
wilde die ook graag vertalen. Zo kwamen die teksten weer de wereld in. Ook in de
schilderkunst gingen kunstenaren weer diepte gebruiken in hun schilderijen. Religieuze
onderwerpen werden nog steeds het meest geschilderd maar nu ook mythologie zoals de
geboorte van Venus. Rijke mensen gingen kunstenaren weer sponsoren eerst was dat vooral
de kerk. Opvallend was ook dat kunstenaren hun werk veel vaker gingen signeren eerst niet
want mens stond onder God. Dat idee veranderde in de renaissance. Klassieke elementen
zoals zuilen, timpanen en koepels werden in veel paleizen en kerken gebruikt.
- Tijdvak 5 tot en met 10: KA 18 tot en met 49
- Historische context 1: Britse Rijk
- Historische context 2: Duitsland
- Historische context 3: Nederland
Historische context en tijdvak 8 tot en met 10 hier niet samengevat: ik
heb al voldoende samenvattingen en aantekingen.
, Tijdvak 5 tot en met 7: KA 18 tot en met 30
(waarbij tijdvak 8 t/m 10 niet want ->historische context)
Tijdvak 5: KA 18 tot en met 22
KA 18: het begin van de Europese expansie over zee
Dankzij Hendrik de Zeevaarder ging Portugal als eerste opzoek naar de route overzee naar
Indië. Door deze expedities werd een groot deel van de kust van West-Afrika in kaart
gebracht. Vasco de Gama -> per schip in Indië in 1498. Waarom deze reizen? 1. Religieus doel
-> islamieten verslaan door ze te omsingelen. 2. Economisch doel -> handel met Midden-
Oosten van producten uit Azië erg duur dus route over zee vinden. In 1492 was in Spanje de
reconquista compleet. In dit jaar kreeg Christoffel Columbus toestemming zoeken naar
zeeroute maar belande in Amerika per ongeluk. De reis van Columbus meerdere doelen:
- Ontdekken (west) route naar Indië om handel te kunnen drijven over zee i.p.v. land.
- Vinden van goud en zilver voor de Spaanse staatskas
- Plaatselijke bevolking tot christelijke geloof te bekeren
- Nieuwe gebied moest Spaans worden -> grotere macht
De veroveraars die later in Amerika kwamen roeide bijna het hele volk uit. Hun wijze van
samenleven verdween ook voor een Spaanse katholieke cultuur. Edelmaten en andere dingen
werden omgesmolten en meegenomen nar Spanje. Zilver gevonden in Bolivia -> inheemse
bevolking als slaven gebruikt. Hierdoor kon Spanje zijn oorlogen financieren tegen onder
andere islamitische legers. Hierna zouden ook andere Europese landen op ontdekkingsreizen
gaan.
KA 19: het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een
nieuwe wetenschappelijke belangstelling
Renaissance betekent letterlijk wedergeboorte. Na de middeleeuwen een bloei. In het
wereldbeeld van de middeleeuwse mensen stonden God en christelijke deugden als
bescheidenheid en gematigdheid nog centraal, in de renaissance werd dat het luxe leven.
Hierdoor focus op mens en minder op geloof.
- Middeleeuwen= memonte mori: gedenk te sterven
- Renaissance= carpe diem: pluk de dag
Humanisten maakten de renaissance mogelijk: een humanist was een leraar die klassiek
geschoold was in grammatica, welsprekendheid, poëzie, geschiedenis en filosofie. Ideaalbeeld
mens in de renaissance= ‘homo universalis’. Voorbeeld van humanist= Leonardo da Vinci.
Wetenschappers in de renaissance waren er van overtuigd dat je alleen tot de waarheid kon
komen door elf onderzoek te doen, in plaats van klakkeloos over te nemen wat al bekend is.
De kerk verbood wetenschappelijke werken dat mijn zijn leer brak niet alleen, maar
vervolgde ook de maker ervan. Later tijdens de verlichting zal de wetenschap zich nog verder
uitbreiden. Men twijfelde niet aan het bestaan van God maar wel aan de macht van de kerk.
KA 20: de hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid
Middeleeuwen zagen de mensen als een soort tussenperiode. Tijden van chaos en verval van
de klassieke oudheid. Ze waren erg onder de indruk van oude Griekse en Latijnse teksten en
wilde die ook graag vertalen. Zo kwamen die teksten weer de wereld in. Ook in de
schilderkunst gingen kunstenaren weer diepte gebruiken in hun schilderijen. Religieuze
onderwerpen werden nog steeds het meest geschilderd maar nu ook mythologie zoals de
geboorte van Venus. Rijke mensen gingen kunstenaren weer sponsoren eerst was dat vooral
de kerk. Opvallend was ook dat kunstenaren hun werk veel vaker gingen signeren eerst niet
want mens stond onder God. Dat idee veranderde in de renaissance. Klassieke elementen
zoals zuilen, timpanen en koepels werden in veel paleizen en kerken gebruikt.