Basiskennis Taalonderwijs hoofdstuk 1
1.1 De opzet van de kennisbasis
In de kennisbasis taal wordt beschreven wat een leraar basisonderwijs moet weten om goed
taalonderwijs te kunnen geven op de basisschool. De leerstof is verdeeld over de volgende
negen domeinen:
- Mondelinge taalvaardigheid
- Woordenschat
- Beginnende geletterdheid
- Voortgezet technisch lezen
- Begrijpend lezen
- Stellen
- Jeugdliteratuur
- Taalbeschouwing
- Spelling
Per domein wordt er gekeken vanuit 4 invalshoeken:
- De leerinhoud, hier wordt beschreven wat de basisschoolleerling moet weten en
kunnen in een bepaald domein. Dat is onder meer vastgelegd in de kerndoelen en de
tussendoelen die je vindt op tule.slo.nl
- De domeindidactiek, de manier waarop je de leerinhoud van een bepaald domein
aan kinderen onderwijst noemen we domeindidactiek.
- Het fundament, bij elk domein heb je bepaalde achtergrondkennis nodig, het
fundament. Welke theorieën zijn er bijvoorbeeld over het leesproces of wat is er
bekend over de meest efficiënte manier om kinderen nieuwe woorden aan te leren?
- Taaldidactiek en taalbeleid, de opsplitsing van het taalonderwijs in verschillende
domeinen is wat kunstmatig. In het dagelijks leven lopen bijvoorbeeld woordenschat,
jeugdliteratuur en begrijpend lezen door elkaar. Daarom wordt er in de kennisbasis
ook aandacht besteed aan algemene taaldidactische principes.
1.2 De inhoud van de kennisbasis
De kennisbasis is een verzameling begrippen die belangrijk zijn voor het geven van
taalonderwijs. Per begrip wordt er een korte typering of definitie gegeven en een toelichting
waarin een begrip nog wat verder uitgewerkt wordt.
1.3 Toetsing van de kennisbasis
De kennisbasis wordt getoetst in een landelijke toets met 100 vragen. Niet alle onderdelen
van de kennisbasis zitten in de landelijke toets. Alleen de invalshoeken 1 en 3 worden
getoetst. Omdat niet elk domein even goed met behulp van meerkeuzevragen is te toetsen,
verschilt het aantal toetsvragen per domein. Zo zijn er weinig vragen over jeugdliteratuur en
meer vragen over taalbeschouwing. Je vindt ook verschillende typen vragen in de toets, zo
zijn er multiple choice vragen waarbij meer goede antwoorden mogelijk zijn, of
matchingvragen waarbij je tee bij elkaar horende begrippen moet koppelen.
1.1 De opzet van de kennisbasis
In de kennisbasis taal wordt beschreven wat een leraar basisonderwijs moet weten om goed
taalonderwijs te kunnen geven op de basisschool. De leerstof is verdeeld over de volgende
negen domeinen:
- Mondelinge taalvaardigheid
- Woordenschat
- Beginnende geletterdheid
- Voortgezet technisch lezen
- Begrijpend lezen
- Stellen
- Jeugdliteratuur
- Taalbeschouwing
- Spelling
Per domein wordt er gekeken vanuit 4 invalshoeken:
- De leerinhoud, hier wordt beschreven wat de basisschoolleerling moet weten en
kunnen in een bepaald domein. Dat is onder meer vastgelegd in de kerndoelen en de
tussendoelen die je vindt op tule.slo.nl
- De domeindidactiek, de manier waarop je de leerinhoud van een bepaald domein
aan kinderen onderwijst noemen we domeindidactiek.
- Het fundament, bij elk domein heb je bepaalde achtergrondkennis nodig, het
fundament. Welke theorieën zijn er bijvoorbeeld over het leesproces of wat is er
bekend over de meest efficiënte manier om kinderen nieuwe woorden aan te leren?
- Taaldidactiek en taalbeleid, de opsplitsing van het taalonderwijs in verschillende
domeinen is wat kunstmatig. In het dagelijks leven lopen bijvoorbeeld woordenschat,
jeugdliteratuur en begrijpend lezen door elkaar. Daarom wordt er in de kennisbasis
ook aandacht besteed aan algemene taaldidactische principes.
1.2 De inhoud van de kennisbasis
De kennisbasis is een verzameling begrippen die belangrijk zijn voor het geven van
taalonderwijs. Per begrip wordt er een korte typering of definitie gegeven en een toelichting
waarin een begrip nog wat verder uitgewerkt wordt.
1.3 Toetsing van de kennisbasis
De kennisbasis wordt getoetst in een landelijke toets met 100 vragen. Niet alle onderdelen
van de kennisbasis zitten in de landelijke toets. Alleen de invalshoeken 1 en 3 worden
getoetst. Omdat niet elk domein even goed met behulp van meerkeuzevragen is te toetsen,
verschilt het aantal toetsvragen per domein. Zo zijn er weinig vragen over jeugdliteratuur en
meer vragen over taalbeschouwing. Je vindt ook verschillende typen vragen in de toets, zo
zijn er multiple choice vragen waarbij meer goede antwoorden mogelijk zijn, of
matchingvragen waarbij je tee bij elkaar horende begrippen moet koppelen.