PROBLEM-SOLVING CURSUSDAG 4 SWING
Lever de volgende opdrachten uit dit document in op Brightspace.
Gebruik maximaal 300 woorden per antwoord op een vraag.
Vraag 1, of Vraag 2
Vraag 3,
Vraag 4,
Vraag 5,
Vraag 6 óf Vraag 7 (in totaal dus 5 vragen)
Vraag 1
In deel 2 van de verantwoording in het basisdocument wordt notie gemaakt van de vier sleutels. Het
basisdocument lijkt zich vooral te focussen op de sleutel “bewegen verbeteren”
Beschrijf de ideale verhouding van de vier sleutels voor jou. Contrasteer jouw idee met de
eindtermen voor Lichamelijk Opvoeding 1 op de site van de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO).
Bewegen verbeteren: leerlingen leren bewegend rekening te houden met anderen en kennis en
inzicht worden als noodzakelijke voorwaarden meegenomen.
Bewegend regelen: inrichten, hulpverlenen, coachen/begeleiden, scheidsrechteren, jureren,
organiseren en ontwerpen.
Gezond bewegen: veiligheid en plezier + leren hoe ze fitter kunnen worden door bewegen.
Bewegen beleven: betrokkenheid bij eigen ontwikkelingsmogelijkheden, omgang met anderen
en materialen. Ze moeten graag willen bewegen.
Bewegen verbeteren 20%
Bewegend regelen 30%
Gezond bewegen 20%
Bewegen beleven 30%
De kerndoelen zijn vooral gericht op het verantwoord kunnen deelnemen aan de bewegingscultuur
en op het kunnen organiseren en regelen van activiteiten.
Er staat nergens iets over de beleving, wat ik eigenlijk het belangrijkste vind, omdat je leerlingen juist
wil motiveren om meer te bewegen of om ook buiten school te bewegen.
Vraag 2
Stel, je wil bij een 1 HAVO klas aan de gang met het thema zwaaien. Omdat je weet dat mixen van
leerstijlen leidt tot betere leerprestaties besluit je een “speeltuin” setting te creëren, waarbij diverse
opstellingen met zwaaien voorbijkomen.
Beschrijf hoe je de zaal inricht. Welke tekortkomingen ervaar je, of welke positieve punten ervaar je?
Beschrijf in ieder geval 3 arrangementen (als dat niet kan; probeer dan een realistische schets te
geven hoe je dat op jouw school zou opvangen)
Ik zou een situatie opzetten waarop leerlingen op een trapeze kunnen zwaaien. Hieronder leg ik
dan een rij van dikke matten, zodat er meerdere zwaaisituaties kunnen plaatsvinden, zoals
schommelen, staand op de trapeze, steunend op de trapeze en hangend aan de trapeze.
Als tweede situatie zou ik een ringzwaai situatie opzetten met een stuk of vijf matjes in een rij
eronder. Hier kunnen de leerlingen dan ook op niveau oefenen, namelijk met gewoon heen en
weer zwaaien, halve en hele draaien en vouwhang, etc. met steken.
Lever de volgende opdrachten uit dit document in op Brightspace.
Gebruik maximaal 300 woorden per antwoord op een vraag.
Vraag 1, of Vraag 2
Vraag 3,
Vraag 4,
Vraag 5,
Vraag 6 óf Vraag 7 (in totaal dus 5 vragen)
Vraag 1
In deel 2 van de verantwoording in het basisdocument wordt notie gemaakt van de vier sleutels. Het
basisdocument lijkt zich vooral te focussen op de sleutel “bewegen verbeteren”
Beschrijf de ideale verhouding van de vier sleutels voor jou. Contrasteer jouw idee met de
eindtermen voor Lichamelijk Opvoeding 1 op de site van de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO).
Bewegen verbeteren: leerlingen leren bewegend rekening te houden met anderen en kennis en
inzicht worden als noodzakelijke voorwaarden meegenomen.
Bewegend regelen: inrichten, hulpverlenen, coachen/begeleiden, scheidsrechteren, jureren,
organiseren en ontwerpen.
Gezond bewegen: veiligheid en plezier + leren hoe ze fitter kunnen worden door bewegen.
Bewegen beleven: betrokkenheid bij eigen ontwikkelingsmogelijkheden, omgang met anderen
en materialen. Ze moeten graag willen bewegen.
Bewegen verbeteren 20%
Bewegend regelen 30%
Gezond bewegen 20%
Bewegen beleven 30%
De kerndoelen zijn vooral gericht op het verantwoord kunnen deelnemen aan de bewegingscultuur
en op het kunnen organiseren en regelen van activiteiten.
Er staat nergens iets over de beleving, wat ik eigenlijk het belangrijkste vind, omdat je leerlingen juist
wil motiveren om meer te bewegen of om ook buiten school te bewegen.
Vraag 2
Stel, je wil bij een 1 HAVO klas aan de gang met het thema zwaaien. Omdat je weet dat mixen van
leerstijlen leidt tot betere leerprestaties besluit je een “speeltuin” setting te creëren, waarbij diverse
opstellingen met zwaaien voorbijkomen.
Beschrijf hoe je de zaal inricht. Welke tekortkomingen ervaar je, of welke positieve punten ervaar je?
Beschrijf in ieder geval 3 arrangementen (als dat niet kan; probeer dan een realistische schets te
geven hoe je dat op jouw school zou opvangen)
Ik zou een situatie opzetten waarop leerlingen op een trapeze kunnen zwaaien. Hieronder leg ik
dan een rij van dikke matten, zodat er meerdere zwaaisituaties kunnen plaatsvinden, zoals
schommelen, staand op de trapeze, steunend op de trapeze en hangend aan de trapeze.
Als tweede situatie zou ik een ringzwaai situatie opzetten met een stuk of vijf matjes in een rij
eronder. Hier kunnen de leerlingen dan ook op niveau oefenen, namelijk met gewoon heen en
weer zwaaien, halve en hele draaien en vouwhang, etc. met steken.