Verschillende manieren waarop waarde kan worden toegevoegd aan een entiteit
in een transformatieproces zijn:
• Een fysieke verandering
• Een psychische verandering
• Een verandering van locatie
• Opslag
• Verandering van informatie
Het strategisch niveau heeft vooral te maken met het vraagstuk van het
voorbestaan, van de continuïteit van de organisatie. Het strategisch niveau is
sterk georiënteerd op de omgeving en de positie van de organisatie daarbinnen
Het tactisch niveau betreft het geheel aan de organiserende en structurerende
beslissingen dat, uitgaande van de beslissingen op strategisch niveau nodig is.
Het operationele niveau ten slotte betreft het geheel aan bestuderende
beslissingen dat bij een gegeven strategisch en tactisch beleid de gang van
zaken zo goed mogelijk moet laten verlopen.
Een van de doelstellingen van productiemanagement is dan ook het verschaffen
van de juiste goederen en/of diensten, op de juiste plaats, tegen de juiste prijs,
op het juiste tijdstip. We duiden deze term aan met customer service.
Onder effectiviteit bedoelen we de mate waarin een systeem de doelstellingen
bereikt (doe en resultaatgericht werken)
Met efficiëntie bedoelen we het zo voordelig mogelijk gebruik maken van de
beschikbare hulpbronnen, gegeven de doelstellingen.
De twee hoofdfactoren die bepalend zijn voor de invulling van
productiemanagement van een productiesituatie zijn:
• Complexiteit van de capaciteitsbesturing
• Complexiteit van de materiaalbesturing
, Productiewijzen:
Projectlayout = Vaste positie
Proceslayout = Zelfde bewerkingen groeperen/clusteren routes door
systeem
Groepslayout = Vaak U vorm
Productlayout = Lijnproductie bijv. Nedcar.
Stuk/kleinserieproductie
• Lage herhalingssnelheid
• De capaciteit is niet gespecialiseerd voor een bepaald product
• Productiemiddelen die dezelfde bewerking uitvoeren staan meestal bij
elkaar
Procesproductie
• Hoge vraag per product of prototype herhalingsgraad van de vraag
• De capaciteit is gespecialiseerd
• De materiaalstroom is sterk divergent: veel eindproducten uit de
uitgansmaterialen
Serieproductie
• Een relatief stabiel assortiment waarvoor in vaste hoeveelheden
geproduceerd wordt.
• De capaciteit is matig gespecialiseerd
• De productie verloopt discontinue
Massaproductie
• Hoge vraag per product met veel herhaling in het werkpatroon
• De capaciteit is vaak gespecialiseerd
• De materiaalstructuur is sterk convergent : voor ieder eindproduct veel
onderdelen nodig
Projectproductie
• Lage herhalingssnelheid (vaak uniek)
• Materiaalstructuur is vaan convergent dus per eindproduct veel
verschillende materialen/onderdelen.
• Afspraken over het maken binnen een vast budget en vaste tijd
Klant Order Ontkoppel Punt
KOOP 1 - Produceren en zenden naar lokale voorraad (tandpasta)
KOOP 2 – Produceren voor centrale voorraad (kleding)
KOOP 3 – Assembleren op order (dell computers)
KOOP 4 – Maken op order (auto)
KOOP 5 – Inkopen en maken op order (dure projecten eenmalig)