Beleidsregels nemen in het belastingrecht een belangrijke plaats in. Beantwoord de
volgende vragen over beleidsregels.
a) Wat is een beleidsregel?
b) Wat is het belang van beleidsregels in het belastingrecht?
c) Wie stelt fiscale beleidsregels vast?
d) Moet de inspecteur handelen conform de vastgestelde beleidsregels?
d) Er is enige discussie gaande over contra legem beleidsregels. Bespreek de
verschillende aspecten daarvan.
a) Zie hiervoor de definitie in het algemene bestuursrecht: art 1:3, lid 4 Awb: schriftelijke
instructies omtrent uitoefening bevoegdheid.
Fiscaal: art. 2, lid 3 Besluit Fiscaal bestuursrecht. Besluiten van Staatssecretaris kunnen een of
meer beleidsregels bevatten: wetsinterpreterende en goedkeurende beleidsregels
b) Beleidsregels zijn van oorsprong interne instructies ten behoeve van een uniforme
wetstoepassing.
Door hun publicatie geven zij de belastingplichtige duidelijkheid over de wetstoepassing door de
Belastingdienst. Daarmee krijgen ze externe werking.
Hiermee wordt de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid bevorderd.
c) Zie art.4: 84 Awb en art. 62 AWR jo 10:22 Awb en art. 2, lid 3 Besluit Fiscaal bestuursrecht: de
Staatssecretaris; niet de inspecteur (in theorie). Zie hiervoor art. 2, lid 3 Besluit Fiscaal
bestuursrecht.
d) Binding: zie art.4: 84 Awb incl. inherente afwijkingsbevoegdheid [dus tenzij disproportionele
gevolgen voor belastingplichtig(en)].
e) Met name: zijn contra legem beleidsregels wel beleidsregels, is er wel een wettelijke
bevoegdheid daarvoor, en is de inspecteur gebonden?
Grondslag ligt niet zozeer in art. 63 AWR, als wel in algemene bestuursbevoegdheid van
Staatssecretaris, onder andere ten behoeve van een doelmatige uitvoering van de belastingwet.
De inspecteur is hieraan gebonden.
Zie Happé e.a. p. 53-57
Opgave 2 (25 punten)
Bakker Willem Willemsen heeft een groot bakkersbedrijf met diverse winkels verspreid over heel
Nederland. Het bedrijf van Willemsen wordt uitgeoefend door middel van een eenmanszaak.
Aangezien Willemsen uitsluitend verstand heeft van lekker brood, besteedt hij al zijn
belastingzaken uit aan zijn belastingadviseur mr. Meesters. Op een dag ontvangt Willemsen een
aanslag Inkomstenbelasting 2008. Willemsen heeft weliswaar geen verstand van belastingen
maar constateert dat de aanslag niet correct kan zijn. Willemsen heeft namelijk met zijn bedrijf in
dat jaar een winst behaald van ruim € 2 miljoen maar het te betalen bedrag aan
Inkomstenbelasting bedraagt slechts € 500,-. Willemsen schat dat het juiste bedrag aan te
betalen Inkomstenbelasting toch zeker wel € 500.000,- moet zijn. De belastingadviseur Meesters
bevestigt de vermoedens van Willemsen dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld. In
overleg met diezelfde belastingadviseur besluit Willemsen om hierover niets tegen de
Belastingdienst te zeggen. In oktober 2012 komt de Belastingdienst erachter dat de aanslag