2016
tijdvak 1
donderdag 19 mei
13.30 - 15.30 uur
wiskunde CSE GL en TL
Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.
Dit examen bestaat uit 27 vragen.
Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen.
Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord behaald
kunnen worden.
GT-0153-a-16-1-o
, OVERZICHT FORMULES:
omtrek cirkel = diameter
2
oppervlakte cirkel = straal
inhoud prisma = oppervlakte grondvlak hoogte
inhoud cilinder = oppervlakte grondvlak hoogte
inhoud kegel = 1
3
oppervlakte grondvlak hoogte
inhoud piramide = 1
3
oppervlakte grondvlak hoogte
3
inhoud bol = 4
3
straal
GT-0153-a-16-1-o lees verder ►►►
, IJsberg
IJsbergen ontstaan doordat grote
stukken ijs afbreken van een
gletsjer en dan de zee in drijven.
Een ijsberg die naar het zuiden
drijft, wordt kleiner doordat hij
langzaam smelt. Onderzoekers
hebben het gewicht van zo’n
ijsberg geschat, zie de tabel.
t (maanden) 0 2 4 6 8 10
G (ton) 80 000 70 000 62 000 55 000 48 000 41 000
In de tabel is t de tijd in maanden na het afbreken van de ijsberg en G het
geschatte gewicht van de ijsberg in ton.
3p 1 Bereken met hoeveel procent het gewicht van de ijsberg in de eerste
2 maanden is afgenomen. Schrijf je berekening op.
De onderzoekers hebben een formule gemaakt die goed bij de tabel past
G = 80 000 – 4900 t + 113 t 2 − t 3
3p 2 Laat met een berekening zien dat in de twintigste maand volgens de
formule ongeveer 1600 ton ijs gesmolten is.
4p 3 Op de uitwerkbijlage staat een assenstelsel getekend.
Teken in het assenstelsel de grafiek die bij de formule hoort. Gebruik
hierbij de tabel. Maak zelf een juiste verdeling bij de verticale as.
3p 4 Bereken in de hoeveelste maand na het afbreken van de ijsberg het
laatste stukje van de ijsberg volgens de formule gesmolten moet zijn.
Schrijf je berekening op.
GT-0153-a-16-1-o lees verder ►►►
, Balk
Hieronder zie je een tekening van balk ABCD EFGH in een assenstelsel.
De maten in cm staan erbij.
z
H
G
E
F
3
D
2 4
C
A y
B
x
2p 5 De coördinaten van punt F zijn (2, 4, 3).
Schrijf de coördinaten van punt E op.
5p 6 Lijnstuk AG is een lichaamsdiagonaal van deze balk.
Bereken hoeveel cm AG is. Schrijf je berekening op en rond je
antwoord af op één decimaal.
5p 7 De balk wordt helemaal gevuld met bollen van gelijke grootte. Je ziet het
bovenaanzicht van de balk.
Bereken hoeveel cm3 ruimte er in de balk overblijft. Laat zien hoe je
aan je antwoord komt.
3p 8 Bovenop deze balk komt een piramide. Het bovenvlak EFGH van de balk
is het grondvlak van deze piramide. Top T van de piramide heeft
coördinaten (1, 2, 6).
Teken in de tekening op de uitwerkbijlage de piramide op de balk. Laat
duidelijk zien hoe je dit gedaan hebt.
GT-0153-a-16-1-o lees verder ►►►